Vanaf vanavond interviewt Gilles De Coster op VRT Canvas opnieuw een beroepsgroep die tot de verbeelding spreekt: oorlogsreporters. Acht journalisten vertellen wat er zo mooi en boeiend is aan hun job en waarom die zo onweerstaanbaar is. Een voorsmaakje met VRT NWS-journalist Rudi Vranckx (64) en de Nederlandse freelance fotojournalist Daphne Wesdorp (26).
"Oorlogsreporters" nieuw op VRT Canvas: "Het mooiste is verhalen van mensen ter plekke te mogen vertellen"
Aflevering 1 in de reeks "Oorlogsreporters" heeft als titel "Oorlog voor beginners" en start met een opsomming van alle clichés (al dan niet waar, zal blijken) die de ronde doen over oorlogsjournalisten. Het zijn praatjesmakers, helden, adrenalinejunks, grote ego's, avonturiers en ga zo maar door. Én geschiedschrijvers en dat is wat Rudi Vranckx en Daphne Wesdorp vooral hopen te zijn.
Waarom doe je dit?
Voor Rudi Vranckx was het een jongensdroom om oorlogsjournalist te worden. "Maar in die zin dat ik zelfs niet had kunnen denken dat het waar zou worden. Ik wilde de geschiedenis beschrijven. Ik heb natuurlijk de Kuifjes gelezen en de films die ik zag, gingen altijd over journalisten in oorlogssituaties: 'The year of living dangerously' (over Indonesië), 'Killing fields' (over Cambodja), de Vietnamfilms. Ik droomde ervan om dat te kunnen meemaken op een betrokken, geëngageerde manier."
"Toen ik op de BRT werd aangenomen, wilde ik heel snel al iets met buitenland doen. Ik had mezelf twee jaar tijd gegeven, als ik dan iets substantieels kon doen, zou ik blijven, anders niet. En de wereld veranderde plots, de geschiedenis kwam in een stroomversnelling, met de val van de Muur (Berlijn, 1989, red.) en de oorlog in het Midden-Oosten. Je moet ook 'geluk' hebben."
De Nederlandse Daphne Wesdorp, een "jonkie" in het vak, raakte pas tijdens haar hogere studies geïntrigeerd door de job. "Toen ik journalistiek studeerde, kwam er een oorlogscorrespondent langs. Dat je je in al die situaties kon bevinden, fascineerde me, ik vond zijn foto's ook fantastisch. Maar ik was toen 18 en ik dacht: dat kan ik nooit doen. Ik ben altijd een vrij assertief persoon geweest, maar het was toen een verre droom, die wel in mijn achterhoofd is blijven zitten. Het zaadje was geplant."
Wesdorp ging zich in haar studies dan ook meer oriënteren op een mogelijke carrière als oorlogscorrespondent. "Ik ben begonnen aan de kunstacademie, maar ik merkte dat ik op zoek was naar verdieping. In de studie journalistiek vond ik die ook onvoldoende en zo ben ik bij antropologie uitgekomen omdat ik meer wilde weten over patronen, over politiek en economie. Waarom is de wereld zoals die is?"
Wat is het mooiste aan de job?
Wesdorp trok - tijdens haar studies nog - naar een vluchtelingenkamp in Lesbos dat was uitgebrand. "Al mijn favoriete fotografen gingen daar naartoe en ik wilde het ook proberen. Ter plekke werd ik nieuwsgieriger naar wat mensen drijft om die gevaarlijke reis te maken naar Europa, vanuit Afghanistan, Syrië of Irak." Intussen werkte ze ook al in Myanmar, Irak, Oekraïne en recent in Israël. Het mooiste aan de job vindt ze de bijzondere contacten met mensen. "Ik raak zo onder de indruk van de mensen die ik ontmoet, dat voelt als een privilege. In Myanmar heb ik met hele jonge rebellen meegelopen. En dan denk ik: 'dat jij dit gewoon doet, dat je jezelf compleet wegcijfert om iemand te helpen'.
In een oorlog denkt niemand alleen aan zichzelf
Daphne Wesdorp
"Zoiets kan je op niet veel andere plekken vinden. In een oorlog denkt niemand alleen aan zichzelf, ik vertaal dat voor de mensen hier om daar iets van te leren. Al die gezichten zijn zo ontzettend inspirerend. Die vrijwilligers, dokters, ... Je ziet en leert in een oorlog ook dingen die je normaal niet zo snel meemaakt."
De kracht van die verbinding met mensen en hun persoonlijke verhalen is ook wat Rudi Vranckx drijft. "Het mooiste aan de job is het voorrecht om geschiedenis te beleven met een kleine groep mensen: je team met wie je een nauwe band hebt en met wie je in heel moeilijke omstandigheden overleeft. Maar vooral het voorrecht om het verhaal van mensen ter plekke te mogen vertellen. Dat ze je toelaten in hun leven en dat je hen mag helpen om hun verhaal te vertellen, iets waar zij heel veel behoefte aan hebben."
"Ik vond de grote generaals niet belangrijk, al heb ik wel een paar iconische figuren kunnen spreken. Het verhaal mogen vertellen van de gewone mensen die hun eigen kleine oorlog meemaken is het mooiste wat er is. De grootste intensiteit is er in love and war, je leeft zelf ook veel intenser, je wordt erin meegesleept."
Waarom blijf je doorgaan?
Toch zijn er ook momenten geweest dat Rudi Vranckx ermee heeft willen stoppen. "Toen mijn tolk in Irak vermoord is met 60 kogels, bijvoorbeeld. Hij was een vriend geworden. Maar dan denk ik: 'si tous les dégoutés s'en vont, il n'y a que les dégoutants qui restent...' (als al wie ervan walgt, weggaat, blijven alleen de walgelijken over, red.). "Daarin vind ik een brandstof om uit een soort van boosheid te vertellen wat er is."
Wat ik niet kan bevatten, is het onvermogen van mensen aan beide kanten om het leed van de andere nog te zien
Rudi Vranckx over de oorlog tussen Israël en Hamas
"Als je nu kijkt naar de situatie in Gaza en Israël. Wat ik niet kan bevatten en wat mij emotioneel raakt, is het onvermogen van mensen aan beide kanten om het leed van de andere nog te zien. Dan zegt iemand: 'die mensen van Hamas, die hebben het zelf gezocht'. Of je praat met een Israëlische kolonistenleidster die zegt: '10.000 kinderen die sterven, dat doet er niet toe'. Ik registreer dat, maar vanbinnen ween je om zoveel onbegrip, zoveel onmenselijkheid. Gelukkig maar: ik ben er geen harde, cynische mens door geworden."
"Die eeuwige oorlogen, dat is misschien de gang van de wereld en van de geschiedenis. Het is aan ons om dat elke keer aan te kaarten en die duiding te geven. In documentaires heb ik de achtergronden kunnen meegeven en die zoektocht naar gerechtigheid, internationaal recht. Ik ben historicus van opleiding: wir haben es nicht gewusst, neen, we weten het wel, we moeten het weten en we zullen het vertellen."
Ik wil mij meer richten op de verhalen die niet zo snel in de media komen, waar mensen minder interesse in hebben: Myanmar, Tigray
Daphne Wesdorp
Wesdorp heeft zelfs in haar jonge carrière al twijfels gehad, maar heeft haar drijfveer wel teruggevonden. "Ik kom, net zoals Rudi, ook net terug uit Israël. Ik heb er verhalen gemaakt die ik heel belangrijk vind. Over een kant van het conflict waar minder over gepraat wordt, bijvoorbeeld over de olie- en gasvelden in de Palestijnse gebieden. Dus ik voeg wel iets toe."
"Maar ik merk wel dat ik de voorbije weken heb zitten dubben. Ik wil mij meer richten op de verhalen die niet zo snel in de media komen, waar mensen minder interesse in hebben: Myanmar, Tigray (regio in Ethiopië)."
"Journalistiek heeft voor mij een grote humanitaire kant, ik wil daar zo goed mogelijk mee omgaan, ik wil niet blijven schrijven wat honderden anderen al schrijven over de moeilijke situatie in de winter in Oekraïne. Dat weten we al, daar voeg ik niets toe."
Twee tips van Rudi Vranckx om het vak lang vol te houden:
Op onze vraag geeft Rudi Vranckx ook wat goede raad aan Daphne Wesdorp om het lang vol te houden.
"Eén: Behoud je kern, je motivatie, waarom je het doet. Zoals die beweging Indignez-vous, wees verontwaardigd over wat je tegenkomt. Als je dat niet meer bent, is het gedaan."
"En twee: Gebruik je verstand, je kan beter 100 meter verder staan en leven en het verhaal kunnen vertellen. Shit happens, maar je beste wapen is je verstand en je emotie is de brandstof."
Hoe kan je loskomen van je werk in conflictgebieden?
Voor zowel Wesdorp als Vranckx is het antwoord op deze vraag: dat is steeds moeilijker. Het is in deze tijden zelfs bijna niet meer mogelijk. "Ik merk dat het moeilijker wordt om helemaal te ontkoppelen", legt Wesdorp uit. "Thuis ben ik al weer aan het nadenken over het volgende project omdat ik als freelancer uiteraard geen vast loon heb. Wanneer ik in Nederland ben, ga ik naar mijn ouders. Zij wonen in the middle of nowhere in Friesland, met een grote tuin. Er is een bos, er zijn weilanden en dan ben ik veel buiten. Ik isoleer me dan bewust van mensen, geen WhatsApp of mails. Ik neem tijd voor mezelf, want ik moet echt ontladen van zo'n reis. Ik ben dan gestresseerd van altijd bij mensen te zijn en van de deadlines."
Wesdorp is opgegroeid in het digitale tijdperk en heeft het nooit anders geweten. "Je staat altijd met één been hier en één been daar. Ik krijg elders ook berichten van Palestijnse en Oekraïense vrienden. Je moet een manier vinden om dat te reguleren. Ik zit ook niet op alle sociale media, alleen Instagram gebruik ik en Twitter af en toe. Ik wil het niet drukker maken dan nodig is en liever focussen op een goed verhaal."
Je wordt permanent meegesleurd. Ginder is hier en hier is ginder
Rudi Vranckx
Rudi Vranckx heeft de digitale evolutie wel bewust meegemaakt en ziet amper nog een mogelijkheid om afstand te nemen nu de smartphone en sociale media niet meer weg te denken zijn uit ons leven. "Toen ik vroeger weer thuis was, was ik echt terug hier. Nu word je door de sociale media en je smartphone permanent meegesleurd. Je laat het niet meer los. Ginder is hier en hier is ginder. Mijn gootsteen was bijvoorbeeld verstopt en daar word je dan in Israël mee lastiggevallen en hier krijg ik berichten via WhatsApp van clandestiene scholen voor meisjes in Afghanistan met een noodkreet om hulp. Het laat je niet meer los."
Voor Vranckx is alles sinds de terroristische aanslag van 9/11 ook in een stroomversnelling geraakt. "Afghanistan, Irak, Syrië, ... het is niet meer gestopt uiteindelijk. Echt de-connecteren is me niet meer gelukt. Maar je moet het voor jezelf leren beheersen en een plaats geven."
Het werk als oorlogsreporter stopt ook nooit. "Je bent elk moment beschikbaar. Ik heb heel veel vrijheid hier (op de nieuwsdienst van de VRT), maar ontelbare keren ben ik tijdens vakanties en feestdagen opgeroepen en vertrokken. Dan is de vakantie abrupt gedaan en ben je weg."
"Oorlogsreporters" is vanaf vanavond vier weken lang te zien op VRT Canvas vanaf 21.20 uur (en ook op VRT MAX). Naast Rudi Vranckx en Daphne Wesdorp sprak Gilles De Coster met Robin Ramaekers (48), Hans Jaap Melissen (55), Dirk Draulans (67), Daniel Demoustier (61), Eddy van Wessel (58) en Marleen Daniëls (64).

