Vanavond gaat "Rexit!" in première in de KVS in Brussel. In deze voorstelling over de koningskwestie speelt Valentijn Dhaenens koning Leopold III en Bruno Vanden Broecke zijn minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak. Voormalig politiek woordvoerder en speechschrijver Vincent Stuer schreef samen met hen beiden de tekst en legt uit hoe ze er een toegankelijke voorstelling van maakten.
"Koningskwestie is pure Shakespeare, met Valentijn en Bruno moet je er wel theater van maken"
Een hapklare brok vaderlandse geschiedenis is het allerminst, de koningskwestie, want ze sleepte meer dan 10 jaar aan, van bij de start van Wereldoorlog II tot bij de troonsafstand van koning Leopold III in 1950 ten voordele van zijn zoon Boudewijn.
Ook Vincent Stuer, voormalig woordvoerder van Karel De Gucht en speechschrijver voor Europees Commissievoorzitter José Manuel Barroso, besefte dat hij nog lang niet alles wist over de koningskwestie. "Ik had met "Hoogmoed" een literair non-fictieboek geschreven over een fascist in het verzet (Frantz Van Dorpe), die hardliner wordt in de koningskwestie. Dat heeft me veel geleerd over het begin van onze huidige democratie, veel tendenzen en partijen zijn toen ontstaan."
Met acteur Valentijn Dhaenens werkte hij eerder al samen voor de monoloog "Onbezongen" (over de honger naar macht bij politici). "Toen mijn boek net klaar was, zat ik ook al met het idee in mijn hoofd om iets te doen met Leopold III en Paul-Henri Spaak. In de KVS liep toen "Jonathan" (tijdens de coronacrisis, red.). Toen ik Valentijn en Bruno Vanden Broecke zag spelen, wist ik dat zij de ideale acteurs waren om mijn embryonale idee verder mee uit te werken."
Een bijkomende inspiratie was dat Stuer in het Paul-Henri Spaakgebouw werkt, een deel van de gebouwen van het Europees parlement in Brussel. "Telkens ik daar over de passerelle (verbinding voor voetgangers over de Wiertzstraat) wandelde, zag ik daar alle portretten van de vroegere voorzitters en dus ook Spaak hangen en merkte ik dat ik bijna niks wist over onze founding father."
Paul-Henri Spaak is in ons land premier en minister van Buitenlandse Zaken geweest.
Hij werkte mee aan de oprichting van de Benelux. Daarnaast was hij in een vroeg stadium betrokken bij de Verenigde Naties, de Raad van Europa en de Europese Economische Gemeenschap, de voorloper van de huidige Europese Unie. En hij is uiteindelijk secretaris-generaal van de NAVO geweest.
"Die man is echt onze Winston Churchill en toch is hij door de mazen van het net van onze geschiedenis geglipt", zegt Stuer.
Redenen genoeg dus om aan de slag te gaan met deze boeiende periode uit de Belgische geschiedenis. "De nacht van Wijnendale, bij het begin van WO II, waarin het tot een breuk komt tussen de koning en zijn ministers heeft iets enorm theatraals."
Op 25 mei 1940 zijn vier ministers (onder wie premier Hubert Pierlot en minister Spaak) er in het kasteel van Wijnendale (op 3 kilometer van Torhout) niet in geslaagd om de vorst te overtuigen het leger te verlaten en met hen mee te trekken naar Frankrijk. "Dat moment is legendarisch onder historici en in elk ander land zou er al lang een film over gemaakt zijn", legt Stuer uit. "In dat ene moment is er een ruzie ontstaan waar Spaak en Leopold III nooit meer over geraken."
De koningskwestie Koning Leopold III weigert bij het begin van WO II om met zijn ministers mee te gaan naar het buitenland. Op 28 mei wordt hij krijgsgevangen genomen door de Duitsers.
Na het einde van WO II keert de koning niet meteen terug naar ons land, omdat hij niet wil ingaan op de voorwaarden die hem opgelegd worden. Zo wil hij geen hulde brengen aan de geallieerden en het verzet. Socialisten, communisten en een meerderheid van de liberalen keren zich hierop van hem af. Alleen de Christelijke Volkspartij (CVP) schaart zich achter de vorst.
Op 12 maart 1950 moeten de Belgen in een volksraadpleging antwoorden op de vraag: "Zijt u de mening toegedaan dat Koning Leopold III de uitoefening van zijn grondwettelijke machten zou hernemen, ja of neen?" Ruim 57% stemt voor. Toch is de kwestie daarmee niet afgehandeld. Vooral in Wallonië is er fel protest, op een bepaald moment vallen er tijdens rellen zelfs doden en het land belandt op de rand van een burgeroorlog.
Het hele verhaal eindigt pas vijf jaar na het einde van WO II met de nacht van Laken (waarin Leopold een laatste poging doet om medestanders te vinden). Uiteindelijk doet hij op 1 augustus 1950 tegen zijn zin troonsafstand. "Dat is pure Shakespeare. Daar moest wel theater van gemaakt worden, als je deze acteurs hebt, dan weet je het wel."
Hoe maak je er dan theater van?
Maar hoe maak je hier dan een beklijvend stuk van, zonder dat het publiek een cursus geschiedenis op de schoot moet hebben? "Je moet omgekeerd beginnen", legt Stuer uit. "Wat moet de kijker onthouden? En dan kom je uit bij de persoonlijkheden. Het gaat hier om twee archetypen: de ultieme conservatief Leopold III (die vindt dat de wereld te snel gaat) tegenover de progressief Spaak (die voelt waar de wind vandaan komt en daar zijn rol probeert in te vinden). Wat doen mensen met macht wanneer de wereld verandert?"
"Als meest theatrale moment hebben wij niet voor de ontknoping gekozen, maar voor die nacht van Wijnendale. Wat is de dynamiek tussen hen waarin die hele geschiedenis pijnlijk zichtbaar wordt?"
Stuer benadrukt dat je van het publiek geen voorkennis mag vragen. "Je gaat er niet van uit dat mensen dat verhaal in alle complexiteit kennen, maar door het persoonlijke en psychologische in zijn context te plaatsen, geef je de omwenteling die de wereld doormaakt wel ergens mee in de loop van het verhaal."
Leopold III en Spaak waren trouwens niet alleen twee belangrijke historische figuren, ze waren ook vrienden. "Er lag een enorme druk op die twee jonge mannen die persoonlijk naar elkaar toegedreven zijn. De koning was zijn vader en vrouw op jonge leeftijd verloren (koningin Astrid stierf op haar 29e in een verkeersongeval in Küssnacht in Zwitserland, de koning zat toen zelf achter het stuur, red.). Spaak is een van de weinigen die door het harnas van de koning geraakt is. Die vriendschap wordt ook onder druk gezet en na de oorlog wordt het een open vijandschap. Ook op persoonlijk vlak is dat een mooi en tragisch verhaal dat we voor een stuk op het podium proberen te zetten."
"Zij maken van 2D 3D"
Stuer benadrukt dat hij de voorstelling echt samen met de acteurs gemaakt heeft. "Ik ben Tom Lanoye niet, ik schrijf geen theatertekst die van A tot Z klaar is. Die tekst wordt gaandeweg gevormd terwijl zij op het podium staan."
Wat Dhaenens en Vanden Broecke gedaan hebben, is volgens Stuer dan ook van onschatbare waarde. "Ze hebben uiteraard de kaak- en de haarlijn om die figuren te spelen, maar het zijn ook spelende, intellectuele en psychologisch gedreven acteurs. Ik help hen om in die historische figuren te geraken, zij gaan er op het podium mee aan de slag. Dat is mooi voor mij om te zien, zeker nu ik het verhaal ook in boekvorm aan het gieten ben. Ik ben een historicus en verhalend schrijver en zij zetten 2 dimensies om in 3 dimensies."
"Wat er gezegd wordt en te zien is, is context, de boodschap geef je mee tussen de regels. Dat is het tegenovergestelde van wat ik normaal doe in mijn werk. Dat is griezelig, maar ik weet dat het zal lukken, dat is de verdienste van Valentijn en Bruno. Zij weten het beste uit elkaar te halen en dat is dankbaar."
Tot op het allerlaatste moment voor de première was Stuer er dan ook bij, samen met onder anderen de dramaturg en de scenograaf van de KVS en de technische ploeg ("die super fascinerende dingen doen met licht").
Een kleine anekdote verduidelijkt hoe intensief eraan gewerkt werd. "Wanneer Leopold een appelflauwte krijgt, krijgt hij een zakfles met alcohol aangeboden. En dan bedenk je: wat zou hij drinken? Het is fijn om daarin kleine details mee te geven, die historisch een knipoog zijn. Ik zit erbij om te helpen en om te genieten."
"Rexit!" gaat vanavond in première in de KVS en is daar nog te zien tot en met 31 januari. Op dinsdag 6 en woensdag 7 februari is "Rexit!" ook te zien in Mechelen in het kader van Construct Europe.



