Dat de redactie veel aandacht heeft voor de nieuwe dienstregeling voor bus en tram is maar logisch; het is de grootste en meest ingrijpende wijziging van de dienstregeling sinds jaren, met grote gevolgen voor heel veel mensen in Vlaanderen. Een verslaggever opperde in het "VRT NWS journaal" dat het "klachten regent”. De redactie kreeg zeer veel negatieve reacties binnen. Alleen stellen een aantal nieuwsgebruikers ons de vraag of de redactie niet overdreven negatief was.
Uw vraag aan de nieuwsombudsman: "Heeft de redactie evenwichtig bericht over het nieuwe vervoersplan van De Lijn?"
“Het lijkt me typisch dat enkel gedupeerden klagen als er wijzigingen plaatsvinden. Ook ben ik benieuwd hoe busmaatschappijen in het buitenland deze heikele kwestie aanpakken. Voor mij als buitenstaander zou dit een genuanceerd beeld geven over het hele onderwerp. Ik mis voldoende kennis om hierover een mening te kunnen vormen. Ik leef mee met de gedupeerden, maar besef ook wel dat bijna lege bussen laten rijden niet altijd mogelijk is”.
“Heeft men ook al eens de stem laten horen van zij die er wel tevreden mee zijn? Ik hoor haast niets anders dan kritiek. Over de gebreken van De Lijn is inderdaad veel te zeggen. Hoe kan men nu al feedback geven op iets wat pas van start is gegaan en nog aan een evaluatie onderhevig is, met kinderziektes en al wat erbij hoort. Mij hebben ze altijd geleerd dat men maar feedback kan geven na bijvoorbeeld 1 maand.”
"Altijd negatief"
Dat verwijt horen we bijna dagelijks: “Jullie journalisten zijn altijd negatief”. En toch, niet alleen bij de redactie kwamen veel klachten binnen, ook bij De Lijn zèlf hebben ze het over “beduidend meer klachten dan normaal” sinds de invoering van het nieuwe vervoersplan.
Dat zet onvermijdelijk de toon van de berichtgeving. Ik verneem dat de redactie daar de voorbije dagen zelf ook wat mee geworsteld heeft. Natuurlijk laat je ook De Lijn aan het woord, net als de verantwoordelijke minister. Die zeggen dan dat er “geëvalueerd zal worden”, dat “pijnpunten en kinderziektes weggewerkt zullen worden”, enzovoort. Maar ook in de berichtgeving kan die boodschap voorlopig maar moeilijk op tegen de luid klinkende klachtenstroom.
De flexbus van Jan
Het "VRT NWS journaal" bracht het verhaal van Jan De Rijck uit Bornem, die tevergeefs een flexbus probeert te reserveren om naar het ziekenhuis te gaan voor een afspraak bij de kinesitherapeut. Een verplaatsing voor noodzakelijke medische zorg dus. Blijkt dat Jan -moeilijk te been- op de valreep een andere oplossing moet zoeken, want met de flexbus lukt het niet. Dit verhaal had anders kunnen lopen: Jan boekt probleemloos via de site of de app zijn flexbus, hij krijgt bevestiging van de boeking, de bus stopt aan zijn vertrouwde halte en brengt hem vlot naar het ziekenhuis.
Niet dus… Zo draait een mogelijk positief nieuwsverhaal negatief uit. Vraag is dan hoe lang je als redactie moet blijven zoeken om toch dat positieve verhaal te vinden. Wat wél opvalt, is dat er in de berichtgeving voorlopig niet uitgebreid is ingegaan op de situatie in de grote steden. De Lijn had vooral daar verbetering beloofd, maar heeft ze die daar ook kunnen realiseren?
"We blijven het voor u volgen"
Elke verandering is moeilijk. Elke verandering heeft wat tijd nodig. Een nieuwgebouwd huis moet zich “zetten”. Beleidsverantwoordelijken beloven om pijnpunten en kinderziektes weg te werken. Dat de redactie dat maar eens nauwlettend opvolgt de komende weken en maanden. Wie weet is de balans dan wat meer in evenwicht. Laten we het maar hopen voor de werknemers in maatwerkbedrijven, voor scholieren, voor mensen die geen auto hebben.
Naast die menselijke verhalen is er ook de bredere context: het nieuwe vervoersplan gaat over stad versus meer landelijk gebied, het gaat over de gevolgen van onze rommelige ruimtelijke ordening, over mensen die vaak erg afhankelijk zijn van De Lijn omdat ze door hun sociale situatie weinig of geen alternatieven hebben. Het gaat over het politieke debat hoeveel overheidsgeld er naar openbaar vervoer moet gaan en over de vraag hoezeer we in Vlaanderen nog in staat zijn om succesvol te hervormen en te veranderen. Meer dan ooit de moeite om van nabij te blijven opvolgen.
