Wetenschappers denken te weten waarom de ziekte multiple sclerose (MS) veel vaker voorkomt in het noorden van Europa dan in het zuiden. Het blijkt een erfenis te zijn van veehouders die 5.000 jaar geleden vanuit de Russische steppe naar het noorden van Europa trokken. Genetische afwijkingen die hen toen beschermden tegen ziektes, zouden zijn geëvolueerd naar genen die meer risico geven op de auto-immuunziekte MS.
Wetenschappers ontdekken waarom multiple sclerose meer in Noord-Europa voorkomt (en daarvoor moet je 5.000 jaar terug)
Multiple sclerose, MS, is een chronische aandoening waarbij ontstekingen ontstaan in het centrale zenuwstelsel (de hersenen en het ruggenmerg). De ziekte veroorzaakt neurologische klachten, maar de zenuwen kunnen ook zodanig beschadigd raken dat ze geen signalen meer kunnen doorgeven naar de spieren en verlamd raken.
MS komt het meest voor in Europa, en vooral dan in Noord-Europa, zoals de Scandinavische landen. Wetenschappers denken nu te weten hoe dat komt.
Ze onderzochten daarvoor het DNA van 317 skeletten die in Europa werden gevonden en 3.000 tot 11.000 jaar oud zijn. De onderzoekers combineerden de gegevens met bestaande DNA-analyses uit botten en tanden van meer dan 1.300 Oost-Europese jager-verzamelaars.
Op die manier konden de onderzoekers een gedetailleerde stamboom maken en kregen ze zicht op hoe bevolkingsgroepen zich door de jaren verplaatsten. Hieruit bleek bijvoorbeeld dat de boeren uit het Midden-Oosten naar het zuiden en het westen gingen, terwijl de Jamna, veehouders-nomaden van de Russische steppe, vooral naar de meer noordwestelijke delen van Europa trokken.
Voordeel wordt nadeel
Het zijn die veehouders die volgens de onderzoekers genetische afwijkingen hadden. "Het moet die mensen een bepaald voordeel gegeven hebben", zegt geneticus en co-auteur William Barrie van de universiteit van Cambridge. "Wellicht beschermde het hen tegen vaak voorkomende infecties bij schapen en vee."
We moeten het immuunsysteem herkalibreren en niet onderdrukken
William Barrie, geneticus University of Cambridge
Maar het genetisch voordeel van de Jamna is tegenwoordig overbodig geworden, dankzij veel betere leefomstandigheden, hygiëne en medische zorg. "Dat veroorzaakt wellicht een overactief immuunsysteem en een hoger risico op auto-immuunziekten als MS (waarbij het afweersysteem zich tegen het lichaam keert, red.)", zegt Barrie.
"De resultaten hebben ons allemaal verbaasd en dit verandert onze kijk op MS. Het betekent dat we moeten proberen om het immuunsysteem te herkalibreren in plaats van het te onderdrukken."
Plaatselijke boeren uitgeroeid
Volgens het onderzoek blijkt dat de Jamna in Denemarken zo goed als de hele plaatselijke bevolking hebben uitgeroeid. Daardoor zijn het nog steeds de dichtste voorouders van de Denen.
"Een groot deel van de geschiedenis is buiten Europa ontstaan", zegt hoofdonderzoekster Eske Willerslev. "Maar toen deze migranten zich eenmaal in geografisch geïsoleerde gebieden van Europa vestigden, raakten deze varianten verankerd in individuele bevolkingsgroepen."
Nog volgens het onderzoek is de afstamming van de Jamna ook een verklaring voor waarom Noord-Europeanen groter zijn en een lichtere huidskleur hebben dan mensen uit het zuiden. Zuid-Europeanen zouden dan weer meer risico lopen op bipolaire stoornissen, Oost-Europeanen op diabetes type 2 en de ziekte van Alzheimer.
De studie is verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

