Een Nederlandse spion heeft in 2007 in opdracht van de Amerikaanse en Israëlische inlichtingendiensten het atoomprogramma van Iran gesaboteerd. Dat schrijft de Volkskrant. Het nieuws veroorzaakt ophef bij onze noorderburen, met name omdat maar weinig mensen op de hoogte waren van de draagwijdte van de sabotage.
Spion uit Nederland was betrokken bij sabotage atoomprogramma Iran, meldt de Volkskrant
Dat het Iraanse atoomprogramma in 2007 het slachtoffer werd van westerse sabotage, is al vele jaren geweten. Onder voormalig Amerikaans president George W. Bush werd in samenwerking met Israël begonnen met de ontwikkeling van zogenoemde malware, een computerprogramma dat bedoeld is om schade aan te brengen. Het kreeg de naam Stuxnet. Zijn opvolger Barack Obama ging er later mee door.
In opdracht van de Amerikaanse en Israëlische inlichtingdienst infiltreerde een spion in het ondergrondse nucleaire complex in de stad Natanz om het virus daar te installeren. Het virus zorgde ervoor dat centrifuges steeds harder gingen draaien en zichzelf uiteindelijk kapot draaiden. En dat zonder dat Iraanse ingenieurs de oorzaak ervan konden achterhalen.
Centrifuges beschadigd
Stuxnet beschadigde zo'n 1.000 van de 5.000 centrifuges voor de verrijking van uranium in het complex van Natanz. Daardoor zou het Iraanse kernprogramma enkele jaren vertraging hebben opgelopen. De ontwikkeling van Stuxnet kostte naar verluidt een miljard dollar.
In 2010 lekte het computerprogramma per ongeluk uit door een programmeerfout, waardoor het wereldwijd computersystemen infecteerde.
In 2019 onthulde de Nederlandse Volkskrant al dat de Nederlandse inlichtingdienst AIVD de spion rekruteerde die een centrale rol speelde in de sabotage en het virus in Natanz installeerde. Nu blijkt, opnieuw door onderzoek van de Volkskrant, dat die man een Nederlander was. Aanvankelijk werd aangenomen dat het om een Iraanse ingenieur ging.
Waterpomp
De Volkskrant voerde twee jaar lang onderzoek en sprak met 43 mensen, onder wie 19 van de Nederlandse inlichtingendiensten AIVD en MIVD. Erik van Sabben, de man in kwestie, zou in 2005 door de AIVD gerekruteerd zijn. Zijn technische achtergrond als ingenieur, het feit dat hij al zaken deed in Iran en een Iraanse vrouw had met familie daar, maakten van hem blijkbaar de ideale man om de klus te klaren.
Van Sabben moest Stuxnet ter plaatse installeren, omdat het complex niet via het internet met de buitenwereld was verbonden. Naar verluidt zou hij dat gedaan hebben via de installatie van een waterpomp.
Wie was op de hoogte?
De onthulling door de Volkskrant veroorzaakt in Nederland redelijk wat ophef, met name omdat blijkbaar maar weinigen op de hoogte waren van de draagwijdte van de spionage, namelijk dat er een nieuw soort cyberwapen werd ingezet.
Zo zou de toenmalige Nederlandse premier Jan-Peter Balkenende niet zijn ingelicht, noch de Kamercommissie voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Ook de verantwoordelijke minister was destijds niet op de hoogte. Het is tot op vandaag niet duidelijk op welk niveau in Nederland de deelname aan deze sabotageactie werd goedgekeurd.
Zelfs de Nederlandse inlichtingendiensten zouden niet helemaal op de hoogte zijn geweest, schrijft de Volkskrant. Ze wisten wel dat ze deelnamen aan sabotage van het Iraanse atoomprogramma, maar naar verluidt niet dat Van Sabben Stuxnet naar binnen bracht in het complex.
Een bron binnen de inlichtingdiensten stelt in de Nederlandse krant dat de Amerikanen de Nederlandse inlichtingendiensten "keihard gebruikt" hebben. Sommige experten beschouwen de sabotageactie zelfs als een oorlogsdaad.
Het is overigens de vraag of Van Sabben zelf wist wat hij binnenbracht in Natanz. De man kwam in 2009 om tijdens een motorongeval in Dubai. Volgens de Volkskrant wijst niets in het onderzoek erop dat er kwaad opzet in het spel was.
Een aantal Tweede Kamerleden eist nu opheldering over de hele zaak.
Hoe een Nederlandse spion zijn eigen land om de tuin kon leiden
