2024 begint met politici die hun Europese topjob laten staan om hun persoonlijke carrière veilig te stellen, met ministers die hun machteloosheid moeten toegeven en naar coalitiepartners wijzen, en met politici die - in een scherpe analyse - al die feiten hekelen in een krant, 5 maanden voor de verkiezingen.
1. Een schaamteloze keuze voor de eigen carrière
Charles Michel stopt voortijdig als voorzitter van de Europese Raad omdat hij voor zijn partij, de MR, de Europese lijst trekt bij de verkiezingen in juni. Een schaamteloze keuze voor de eigen carrière, zo zou je deze merkwaardige terugkeer ook kunnen beschrijven.
Op zich is er wettelijk geen enkel probleem. Er is geen enkele wet die Charles Michel verbiedt om kandidaat te zijn voor het Europese parlement. Wanneer hij verkozen wordt, moet hij wel voortijdig stoppen als voorzitter van de Europese Raad, want de twee jobs zijn niet te combineren.
Het zou kunnen leiden tot een situatie waarin Hongarije, met premier Viktor Orbán, als roterend voorzitter, als opvolger van ons land veel macht krijgt voor de invulling van de topjobs in de Europese instellingen.
Er komt daardoor veel commentaar op die beslissing, omdat sommigen spreken over plichtsverzuim. Het gerucht wil ook dat Michel deze beslissing pas nam, nadat hij tevergeefs gepolst had naar alle mogelijke topjobs in Europa.
Eigenlijk loopt het mandaat van de voorzitter van de Europese Raad tot einde november. Ook bij zijn eigen aantreden in 2019 werd Michel al in juni aangesteld, waardoor hij eind oktober als premier in lopende zaken werd opgevolgd door Sophie Wilmès.
Helemaal ongewoon is de démarche dus niet, maar het betekent wel dat de president van de Europese Raad - een Europese instelling - campagne zal voeren als kandidaat voor het Europees Parlement, een compleet andere instelling.
2. De MR heeft een overschot aan boegbeelden
Op de beslissing van Michel duiken schampere reacties op. PS-staatssecretaris Thomas Dermine zegt op sociale media dat "Charles Michel meesterlijk consistent is in het voorrang geven aan zijn persoonlijke belang boven het collectieve belang".
Bij zijn eigen partij, de MR of de Franstalige liberalen, leidt zijn terugkeer niet alleen tot enthousiasme, maar ook voor nervositeit. Michel laat in het midden wat zijn toekomstplannen zijn, en een mandaat bij het Europees Parlement biedt veel carrièremogelijkheden: op Europees vlak, maar evengoed in eigen land.
In eigen rangen is er al een heel ambitieuze voorzitter Georges-Louis Bouchez (die premier wil worden), naast Sophie Wilmès die in Franstalige België al jaren de meest populaire politicus is (en dus ook kandidaat-premier), en Didier Reynders, de huidige Belgische Europees Commissaris.
Reynders is nu noodgedwongen op zijn beurt kandidaat voor de job van secretaris-generaal van de Raad van Europa. Woensdag beslist de kern van de federale regering of ze zijn kandidatuur steunt, en wellicht wordt ook deze benoeming gekoppeld aan die vele andere, zoals die van de gouverneur van de Nationale Bank van België (NBB).
De Franstalige liberalen hebben op dit moment boegbeelden te over, ze zullen in veel regeringen terecht moeten komen om ze allemaal een plaatsje te kunnen geven.
3. "Ruis, partijpolitieke spelletjes en politici die zich misdragen"
Even leek nóg een terugkeer in de maak, die van gewezen Vooruitvoorzitter Conner Rousseau. In De Zondag zei Vooruitpolitica Freya Van den Bossche: "Conner is onze sterspeler en een sterspeler zet je niet op de bank."
In "VTM Nieuws" hield Vooruitvoorzitter Melissa Depraetere de deur wagenwijd open: "Wij zijn een partij van tweede kansen, ik vind dat Conner een tweede kans moet krijgen." Voorlopig heeft Rousseau nog altijd niet beslist of hij nu al dan niet lijsttrekker wordt in Oost-Vlaanderen.
De start van het nieuwe jaar zette in Vlaanderen vooral de Vlaamse minister Lydia Peeters (Open VLD) in de schijnwerpers. En dat heeft met haar bevoegdheden te maken: Mobiliteit, met het nieuwe vervoersplan van De Lijn, en de overstromingen in de Denderstreek, via haar bevoegdheid van Openbare Werken.
Vooral dat nieuwe vervoersplan, waarbij meer dan 3.000 haltes van De Lijn worden afgeschaft, leidt tot beroering en protest. Ondanks alle doemscenario's gelooft minister Peeters in het plan, in De Standaard zei Peeters dat ze "weigert mee te plooien voor paniek aan de vooravond van een grote omslag".
De minister kreeg ook het verwijt dat ze onvoldoende heeft geïnvesteerd in het openbaar vervoer. In "De zevende dag" weigerde ze dat verwijt te aanvaarden, en somde ze alle bedragen op die ze dit jaar in de Vlaamse openbare vervoersmaatschappij De Lijn investeert.
Dat de Antwerpse burgemeester Bart De Wever (N-VA) jaloers is op de Brusselse vervoersmaatschappij, de MIVB, vindt ze maar minnetjes. In Het Laatste Nieuws reageert ze. "De MIVB heeft wel een écht investeringsfonds, maar als ik om meer geld vraag, is het een njet." Geld dat zou ze moeten krijgen van de Vlaamse minister van Financiën Matthias Diependaele van de partij van De Wever.
Lydia Peeters suggeert dat de N-VA haar plannen dwarsboomt. N-VA-voorzitter Bart De Wever vindt dat ze maar in de spiegel moet kijken. En daarmee zitten we aan het begin van het nieuwe jaar waar we aan het einde van het oude jaar zaten: ministers die hun machteloosheid moeten toegeven en naar coalitiepartners wijzen; en politici die hun Europese topjob laten staan om hun persoonlijke carrière veilig te stellen.
En dat terwijl er wel wat problemen moeten opgelost worden. Ik lees dit weekend in De Tijd deze commentaar: "In plaats van partijen die met die problemen bezig zijn, zien de mensen ruis, partijpolitieke spelletjes en politici die zich misdragen."
Dat is niet het commentaar van een opiniemaker of een journalist, maar wel van vicepremier Vincent Van Peteghem van de CD&V. Het is hoopgevend dat onze politici intussen hebben geleerd de juiste analyse te maken. Nu nog de oplossingen aandragen en de mensen weer weten te overtuigen, want over 5 maanden zijn er verkiezingen. Dan is het aan de kiezer - en zoals u weet - heeft die altijd gelijk.



