Vier dagen na de aardbevingen in Japan zijn nog altijd meer dan 200 mensen vermist. Het dodental is intussen opgelopen tot 94. Het leger zet extra militairen in voor de reddingswerkzaamheden.
Al 94 doden na aardbevingen in Japan, maar ook nog altijd meer dan 200 vermisten
Op 1 januari werd het westen van Japan getroffen door een reeks bevingen, waarvan de sterkste een kracht van 7.6 had. Het epicentrum lag op het schiereiland Noto, in de prefectuur Ishikawa.
Uit een nieuwe balans van de lokale autoriteiten blijkt dat het dodental intussen is opgelopen tot 94. Maar dat aantal zou nog verder kunnen oplopen, want blijkbaar zijn nog altijd meer dan 200 mensen vermist.
Mogelijk liggen velen onder hen nog onder het puin van ingestorte huizen. Vooral in de steden Suzu en Wajima zijn veel huizen vernield, ingestort of uitgebrand. Al is er ook sprake van dat heel wat inwoners wel op tijd geëvacueerd zouden zijn.
4.600 militairen
Hoe dan ook is de Japanse overheid niet van plan om de reddingswerkzaamheden af te bouwen, nu de zogenoemde kritieke 72 uur om overlevenden te vinden, voorbij zijn. Het leger stuurt extra militairen naar het rampgebied, 4.600 in totaal al.
Premier Fumio Kishida sprak donderdag van de "ergste ramp" die het land is overkomen sinds keizer Naruhito in 2019 op de troon kwam. Maar "we zullen niet opgeven", voegde hij eraan toe.
De reddingswerkzaamheden worden op sommige plaatsen bemoeilijkt door aardverschuivingen en vernielde wegen. Daardoor zouden nog honderden mensen afgesloten zijn van de buitenwereld. Nog altijd tienduizenden mensen zitten zonder stroom en water.

