Nu de Dender op verschillende punten een alarmpeil bereikt, stelt zich de vraag of de stokoude, negentiende-eeuwse stuwen en sluizen de toestand nog verergeren. Tegen 2020 zouden zeven stuwen in Vlaanderen vernieuwd worden, maar nog geen enkele is gemoderniseerd. Op de Dender in Wallonië daarentegen zijn alle stuwencomplexen intussen aangepakt, waardoor het Waalse Gewest dubbel zoveel water kan afvoeren naar Vlaanderen.
Hoe de aanslepende vernieuwing van stokoude stuwen het overstromingsgevaar rond de Dender verhoogt
Voor de tweede dag op rij houden de mensen rond de Dender hun hart vast voor overstromingen. Het valt nog af te wachten of de schade zo groot wordt als de overstromingen in 2010, toen de streek rond de Dender in Oost-Vlaanderen het zwaar te verduren kreeg.
De Dendervallei is zeer gevoelig voor overstromingen omdat ze in een heuvelachtig gebied ligt. "Daardoor stroomt het water snel af en komt het sneller in de rivier terecht. Het water komt van opwaarts, van Wallonië, en van heel wat zijbeken in Vlaanderen. Daardoor wordt er dan veel water verzameld en is de Dender gevoelig voor overstromingen", zei hydroloog Patrick Willems (KU Leuven) daar gisteren nog over.
De Dender
De Dender is 65 kilometer lang en ontspringt bij Aat in Wallonië, door de samenvloeiing van de Oostelijke en de Westelijke Dender. Maar het meeste water in de Dender komt van de regen die in het bekken naar de rivier stroomt.
Doordat het een typische regenrivier is, is het belangrijk dat het water goed kan wegvloeien. Dat dit bij overvloedige regen niet het geval is, werd in 2010 bewezen door grote overstromingen in de regio tussen Geraardsbergen en Denderleeuw.
Eén derde van het Denderbekken ligt in de Waalse provincie Henegouwen, twee derde in Oost-Vlaanderen, waar de rivier ter hoogte van Dendermonde uitmondt in de Schelde. Op de stroom staan dertien stuwen- en sluizencomplexen om de waterafvoer te regelen: vijf langs Waalse kant en acht langs Vlaamse kant.
Om overstromingen te vermijden, zouden de verouderde stuwen en sluizen snel aangepakt worden. Dat beloofde Hilde Crevits (CD&V), toenmalig minister van Openbare Werken na de overstromingen in 2010. Maar Crevits kon haar belofte niet inlossen.
Haar opvolger Ben Weyts (N-VA) beloofde er echt werk van te maken, maar alleen in Geraardsbergen en Aalst kwam er (even) schot in de zaak. Onder huidig minister Lydia Peeters (Open VLD) vielen de werken bijna compleet stil. Resultaat: geen enkele van de zeven oude stuwen is al vervangen.
Minister Peeters over aanslepende vernieuwing van stuwen en dammen op de Dender: "Vergunningsbeleid moet anders"
Stokoude stuwen
Van de zeven stuwen waaraan gewerkt zou worden, werd er dus nog maar bij twee actie ondernomen. In Aalst zijn de werken voor een nieuwe sluis en stuw al 9 jaar aan de gang, maar ze zijn nog altijd niet voltooid.
Aan de stuw van Geraardsbergen is amper anderhalf jaar gewerkt. In 2017 werd de werf echter stilgelegd nadat een milieuvereniging protest had aangetekend tegen de moderniseringswerken en haar gelijk haalde bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
Aan de andere vijf stuwcomplexen is nog helemaal niks gebeurd. Geen enkele van de zeven Vlaamse stuwen is dus al vervangen. Nochtans is dat hoognodig: de stuwen zijn stokoud.
Zes dateren van 1863 en zijn dus al ruim 160 jaar oud. Eentje, in Denderbelle, is vlak na de Tweede Wereldoorlog gebouwd en raakte al een paar keer geblokkeerd, waardoor de Dender dreigde te overstromen.
Hoe de aanslepende vernieuwing van stokoude stuwen het overstromingsgevaar rond de Dender verhoogt
De oudste stuwen werken nog met schotbalken: houten balken die in de rivier opeen worden gestapeld om het waterniveau te regelen. Als er water moet worden tegengehouden, wordt er een balk extra bovenop de andere geplaatst. Als er water moet worden afgevoerd, worden de balken één na één met kettingen opgehesen. In Geraardsbergen gebeurt dat zelfs nog met de hand, via een draaiwiel.
Dat is helemaal niet meer van deze tijd. Bij een moderne stuw komt er geen mankracht meer aan te pas. Er zijn zelfs helemaal geen mensen meer bij nodig. Alles gebeurt vanop afstand via sensoren en computergestuurde hydraulische systemen.
Geen houten balken of schotten meer, maar stalen platen die je onder om het even welke hoek kan plaatsen zodat je het waterpeil tot op de millimeter kan sturen. De Vlaamse Waterweg, die de Dender beheert, beseft ook dat er dringend werk moet worden gemaakt van de renovatie van de stokoude stuwen. Maar dat vraagt geld en tijd.
Vergunningsproblemen
Renoveren is niet onmogelijk, zeker als je naar Wallonië kijkt. Daar werden de vijf stuwen van de Dender wel gerenoveerd. Wat houdt Vlaanderen dan tegen? "De vergunningen en milieurapporten vragen heel wat tijd", klinkt het bij de Vlaamse Waterweg.
"Vergunningen en verschillende actiecomités maken het moeilijk"
Lydia Peeters maakt zich in "De ochtend" op Radio 1 sterk door te zeggen dat ze wel flink geïnvesteerd heeft in de waterwegen. "We hebben de budgetten van de Vlaamse Waterweg verdubbeld. Jaar na jaar wordt er nu 125 miljoen euro op tafel gelegd." Dat geld gaat naar alle bevaarbare wateren. "En op verschillende plaatsen zitten we met een grote onderhoudsachterstand, dus dat kost tijd."
De Oost-Vlaamse gouverneur Carina Van Cauter erkent dat de Vlaamse Regering al heel wat stappen heeft ondernomen, maar dat de stuwen een moeilijke kwestie blijven. "Er zijn wel heel wat bijkomende bufferbekkens gecreëerd die er nu voor zorgen dat de situatie niet helemaal uit de hand loopt."
Hoewel er dus stappen gezet worden, laat het werk aan de stuwen zelf op zich wachten. Dat komt door problemen met vergunningen, zeggen zowel Van Cauter als Peeters. "De regelgeving is zo strikt, je kan bepaalde dingen die echt nodig zijn niet in de vergunning zetten of je krijgt ze niet."
Dat en de verschillende actiecomités bemoeilijken het werk. "Zij kiezen voor eigenbelang en tekenen protest aan. We moeten die vergunningen meer afstellen op het algemeen belang. Dat toont de situatie van vandaag nog maar eens."
Om aan een stuwcomplex te beginnen, moet er in Vlaanderen eerst een milieueffectenrapport worden opgemaakt en daarna moet een omgevingsvergunning worden afgeleverd, waartegen telkens geprocedeerd kan worden. Zulke procedures ontaarden heel dikwijls in een ware juridische uitputtingsslag: het kan jaren duren eer de werken kunnen starten. Dat blijkt dus ook in het dossier van de Dender: dertien jaar na de grote overstromingen van 2010 zitten bijna alle dossiers vast.
De vergunningen en milieurapporten vragen heel wat tijd
De Vlaamse Waterweg
In Wallonië heeft men alles in één vergunning gebundeld, met een veel kortere doorlooptijd van 6 maanden. Resultaat: alle stuwen zijn er klaar, in Vlaanderen geen enkele.
Maar het bouwen van stuwen is niet alleen een kwestie van tijd. Het is ook een kwestie van geld. En Vlaanderen heeft de voorbije jaren amper nog geld besteed aan de uitrusting van de Dender. Het project in Aalst bijvoorbeeld, sleept al bijna 9 jaar aan. De eerste spade ging in 2015 de grond in, maar de stuwen zijn nog altijd niet geleverd.
Het contrast met Wallonië is opmerkelijk. Daar werd in 2015 gestart met de aanleg van de voorlaatste nieuwe stuw op de Dender. Een complex project: er moest een bocht van de Dender worden afgesneden via een extra kanaal waarop de nieuwe stuw kon worden geplaatst. De werken in Wallonië waren op twee jaar klaar.
De Waalse voortvarendheid, de lange Vlaamse procedures en het gebrek aan Vlaams geld leidden ertoe dat in ons land eigenlijk een omgekeerde rivier is gebouwd: de Dender kan aan haar Waalse bovenloop meer water afvoeren dan stroomafwaarts aan de middenloop in Vlaanderen.
Daardoor is de kans op overstromingen in Vlaanderen toegenomen. Want de moderne Waalse stuwen mogen het water dan sneller kunnen afvoeren, de oude Vlaamse stuwen kunnen dat water helemaal niet slikken. Met alle gevolgen vandien.
Ruimte voor water
De Vlaamse Waterweg maakt zich sterk dat ze met het nieuwe project "Ruimte voor water" de problemen rond de Dender duurzaam wil aanpakken. Het project beoogt een oplossing voor de overstromings- én de droogteproblematiek. Niet alleen door stuwen te renoveren, maar ook door de Dender zelf op te waarderen en de natuur rondom beter in te richten. "We moeten het water meer ruimte geven, dat is het algemene principe", zegt ook Peeters over het nieuwe plan.
Zo zijn er in het verleden door de Vlaamse Milieumaatschappij al heel wat wachtbekkens aangelegd op de zijbeken van de Dender. Dat zijn kunstmatige overstromingsgebieden: velden of weiden waar men dijken rond heeft aangelegd zodat het water bij te veel overlast er gemakkelijk kan instromen. Sinds de overstromingen van 2010 zijn er in het Denderbekken alleen al 7 wachtbekkens bijgekomen.
De onderzoeksfase van het nieuwe project "Ruimte voor water", waarbij verschillende participatiemomenten werden georganiseerd voor steden en gemeenten, is nu achter de rug. De resultaten van het landbouweffectenonderzoek en watersysteemonderzoek werden samengebracht in een Strategisch Milieueffectenrapport.
Het duurt even om een draagvlak te creëren en alle neuzen in dezelfde richting te krijgen
Lydia Peeters, Vlaams minister van Openbare Werken
Dit jaar kijkt de Vlaamse Waterweg dan naar een volgende stap in het proces: de uitwerking van een voorkeursalternatief. Dat voorkeursalternatief wordt in het voorjaar van 2024 voorgelegd aan de Vlaamse Regering.
Vier jaar om met een strategisch plan te komen, is dat niet heel lang? "Het duurt even om een draagvlak te creëren en alle neuzen in dezelfde richting te krijgen", legt Peeters uit. "We hebben dingen al in een versnelling gebracht, maar we moeten nog meer inzetten op algemene acties zoals een waterzekerheidsfonds waar elk jaar geld in gepompt kan worden, legislatuuroverschrijdend."
We zijn dan bijna 14 jaar na de grote overstromingen uit 2010. En ook met het voorkeursalternatief is er nog altijd geen enkele oude Vlaamse stuw op de Dender gemoderniseerd.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen



