In de Servische hoofdstad Belgrado heeft de politie traangas gebruikt om te verhinderen dat betogers van de oppositie het stadhuis zouden bestormen. De betogers protesteren tegen de uitslag van de verkiezingen die volgens hen vervalst is. President Aleksandar Vucic ontkent dat fraude is gepleegd. Rusland beschuldigt het Westen ervan "Servië te willen destabiliseren".
Politie zet traangas in tegen betogers die stadhuis Belgrado bestormen, volgens Rusland "wil Westen Servië destabiliseren"
Vorige week zondag heeft de partij van Vucic overtuigend de parlementsverkiezingen in Servië gewonnen. Maar volgens de oppositie waren er veel onregelmatigheden en moeten de verkiezingen worden overgedaan. Ze zegt dat er stemmen "gekocht" zijn en dat er onrechtmatige stemmen zijn uitgebracht.
De voorbije dagen zijn mensen herhaaldelijk op straat gekomen om te protesteren tegen de uitslag van de verkiezingen. Zondagavond bekogelden honderden betogers het stadhuis van Belgrado. "Doe de deur open", "Dieven!" en "Vucic is Poetin", riepen ze.
De betogers probeerden het stadhuis binnen te dringen, maar dat kon de politie verhinderen. Daarbij gebruikte ze traangas. Zeker 35 betogers zijn opgepakt.
"Westen destabiliseert situatie", zegt Rusland
President Vucic noemt de beschuldigingen van de oppositie "leugens". Zijn rechts-nationalistische partij ontkent dat de autoriteiten de verkiezingsuitslagen hebben vervalst.
Vucic insiniueerde ook dat de onrust vanuit het buitenland is aangewakkerd. Bewijzen voor die suggestie droeg hij niet aan. In een toespraak noemde hij de betogers "misdadigers die er niet in zouden slagen de staat te destabiliseren."
Vanuit Rusland is vandaag gereageerd op de gebeurtenissen in Servië. "Het is duidelijk dat het Westen probeert om de toestand in het land te destabiliseren", zegt Maria Zakharova, woordvoerster van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken. Ze vergelijkt de betogingen in Servië met die op het Maidanplein in de Oekraïense hoofdstad Kiev in 2014. Het pro-Europese protest daar ontaardde in geweld en leidde tot het verdrijven van de toenmalige president Viktor Janoekovitsj.
