Naar hoofdinhoud

Jouw vraag over Brussel: zijn pralines uitgevonden in Brussel?

België en chocolade, dat is een mariage parfait. Ons land telt 13 chocoladefabrikanten en -winkels per 100.000 inwoners en is na Duitsland de grootste exporteur van chocolade. Chocolade mag dan Belgisch zijn, de praline is wel degelijk een Brusselse uitvinding.

BRUZZ Max Wyckaert
Gepubliceerd:

BRUZZ beantwoordt elke week een interessante lezersvraag over onze hoofdstad Brussel in de reeks Big City. 

De uitvinding van de praline gaat terug op Jean Neuhaus, een Zwitser die eigenlijk arts wilde worden, maar buisde omdat hij geen bloed kon verdragen. Dus trok hij in 1857 naar Brussel, waar hij in de Koninginne­galerij een apotheek opende. Om de onaangename smaak van zijn medicamenten te verdoezelen, zou hij die bedekt hebben met een laagje chocolade.

Kleinzoon Jean Neuhaus junior verving in 1912 de medicatie door room en ontwikkelde zo de Belgische praline. Om die te beschermen en mooi te presenteren, ontwierp zijn vrouw Louise Agostini drie jaar later een geschenkdoos: de ballotin.

Neuhaus' uitvinding van de praline was het startpunt voor een heuse pralinecultuur in Brussel. In de jaren 1920 ontstonden nog andere beroemde pralinemakers. Pierre Draps begon in 1926 zijn chocolaterie Draps, die hij later Godiva doopte. Twee jaar eerder brachten Leonidas Georges Kestekides en zijn neef Basilio pralines aan de man met paard en kar. Een eerste winkel opende op de Anspachlaan en in de jaren 1970 verhuisde Leonidas naar Anderlecht, waar het met de Manon – ook een Brusselse uitvinding uit 1980 – misschien wel de bekendste praline ter wereld uitbracht.

Toeval

Dat de praline Brussels is, is eigenlijk puur toeval. Mocht Neuhaus in een andere stad zijn gaan wonen, had hij ze mogelijk daar uitgevonden. Toch is het niet onlogisch dat de lekkernij in onze hoofdstad is bedacht. “Brussel was al in de achttiende eeuw een tamelijk snobistische stad, met een elite die graag kopieerde wat er in Parijs en Londen gebeurde”, legt voedingshistoricus Peter Scholliers uit. “Zeker als het over nieuwe voedingsmiddelen ging, zoals het drinken van warme cacao.”

Vaste chocolade ontstond pas later, toen de Zwitser François-­Louis Cailler een techniek uitvond om chocolade te doen stollen. Die knowhow kwam ook in Brussel terecht, waar in de eerste helft van de negentiende eeuw op kleine schaal chocolade werd geproduceerd.

Neuhaus was dus niet de eerste chocoladeproducent, maar vond wel de praline uit. “Heel snel zullen andere, artisanale producenten hem gekopieerd hebben. Ook kleine bakkers moeten toen hun eigen versie hebben gehad”, meent Scholliers. “Dat zal mee geleid hebben tot een sociale en geografische verspreiding van de praline.”

Die waren aanvankelijk iets voor de elite, die ze cadeau deed bij bezoeken. Omdat pralines ook in kleine hoeveelheden werden verkocht, drongen ze tamelijk snel door in bredere sociale middens. Vooral na de Tweede Wereldoorlog werd een ballotin pralines een geschenk waar iedereen mee scoort.

Al zijn die pralines enorm geëvolueerd. Minder praliné, meer ganache en bijzondere smaken kenmerken de Brusselse pralines van bijvoorbeeld Herman Van Dender, Vanessa Renard of Frederic Blondeel.

Dit artikel is gemaakt door de redactie van BRUZZ. Meer artikels over Brussel vind je op www.bruzz.be.

LUISTER

Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant

Radio 2
Gepubliceerd:
3min

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"