De Belgische spoorwegmaatschappij NMBS kreeg tijdens de Tweede Wereldoorlog bijna 51 miljoen Belgische frank van de Duitse bezetter. Dat blijkt uit een nieuw, grootschalig onderzoek van studiecentrum CegeSoma in opdracht van de federale overheid. Met dat geld moesten de Belgische spoorwegen onder meer de deportaties van Joden, Roma en dwangarbeiders vanuit Mechelen mogelijk maken.
NMBS kreeg miljoenen van nazi's voor deportaties van Joden en Roma naar concentratiekampen
Liefst 28 konvooien vervoerde de Belgische spoorwegmaatschappij NMBS in de Tweede Wereldoorlog van Mechelen naar het concentratiekamp Auschwitz. Aan boord: 25.843 Joden en Roma. Amper 1.195 mensen keerden er levend terug na de bevrijding in 1945.
De NMBS deed dat in opdracht van de Duitse bezetter, maar wat de rol van Belgische Spoorwegen precies was, was nooit grondig uitgeklaard. Een onderzoek van CegeSoma - het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij, onderdeel van het Rijksarchief - in opdracht van de Senaat en federaal minister van Mobiliteit Georges Gilkinet (Ecolo) brengt daar nu verandering in.
Bijna 51 miljoen Belgische frank - omgerekend (en rekening houdend met inflatie) is dat vandaag net geen 15 miljoen euro - krijgt de NMBS in die periode van de Duitse bezetter, zo onthult het onderzoek. Met dat geld moet de Belgische spoorwegmaatschappij vanaf 4 augustus 1942 (onder meer) de beruchte deportatietreinen inleggen.
Dat is volgens onderzoeker Nico Wouters van CegeSoma zeker omdat de betalingen komen van het Duitse Mitteleuropäische Reisebüro (MER). En er bestaan telegrammen die bewijzen dat het MER bevoegd is voor de deportatietreinen van Joden en dwangarbeiders.
"Losgeld"
Het onderzoek wijst tegelijk uit dat de relatie tussen de NMBS en het Duitse naziregime complex is. Zo besluit de directie, onder leiding van directeur-generaal Narcisse Rulot, bij het begin van de oorlog om samen te werken met de Duitse bezetter. "De NMBS is zelfs bij wet verplicht om loyaal mee te werken met de bezetter, in het belang van België", legt Wouters uit. Doel: de basisbevoorrading van het land blijven verzekeren.
Protest van de NMBS-directie had de uitvoering van die transporten wel serieus hebben kunnen vertragen
Nico Wouters, hoofd van CegeSoma
Alleen mag de NMBS volgens die wet dan wel niks doen dat tegen het vaderlandse belang in gaat. Lees: het spoorbedrijf mag geen militaire of politieke steun leveren aan de bezetter, zoals helpen bij wapenleveringen. En daar loopt het mis: de directie komt er te laat achter dat de NMBS-treinen daar wel degelijk voor worden ingeschakeld, waarna ze dat ook stilzwijgend accepteert.
Volgens Wouters kan de NMBS-directie dat bij het begin van de oorlog in de praktijk ook gewoon niet weigeren. De militaire transporten zouden anders gewoon onder dwang worden doorgevoerd. "De directie aanvaardt dat letterlijk als het 'losgeld' dat ze moet betalen om de Belgische bevoorrading te kunnen blijven verzekeren."
Fouten en verzet
Dat blijkt uiteindelijk een belangrijke fout te zijn van de NMBS-leiding, leert het onderzoek. "De directie lijkt blind te zijn voor de keerzijde van de medaille van de samenwerking. Ze vergeet daarover ook duidelijke afspraken te maken, waardoor uiteindelijk een ongecontroleerde escalatie ontstaat." Wouters spreekt op z'n minst over een "gebrek aan voorzienigheid" van de directie.
En ja, er is eigenlijk geen alternatief, maar de directie onderneemt ook gewoon niks op het moment dat ze veel meer onderhandelingsmarge krijgt. "De machtspositie van de directeur-generaal is vanaf 1942 aanzienlijk toegenomen en hij is daar zich ook van bewust, want hij protesteert wel in andere dossiers. Maar nooit over de deportatietreinen. Niet dat de Duitsers protest zouden hebben aanvaard, maar het had de uitvoering van die transporten wel serieus hebben kunnen vertragen."
Moet wel gezegd: dat de Belgen een belangrijke vinger in de pap houden bij de NMBS speelt ook een belangrijke rol voor het verzet. Dat verzet is ook zeer aanwezig binnen het bedrijf en voert vooral sabotageacties uit of wint inlichtingen in. "Vanaf 1943-1944 zie je een sterke daling van de output door de vele vertragingen of weigeringen van Duitse orders."
Was er dan geen verzet tegen de deportaties? Wouters spreekt van een "blinde vlek" binnen de NMBS. "Die deportaties leken niet op de radar te staan. Het verzet richtte zich, bij gebrek aan mensen en middelen, vooral op militaire en economische doelen."
Wie was verantwoordelijk?
Blijft de vraag wie er - historisch gezien - verantwoordelijk is voor de deportatietreinen bij de NMBS. Volgens Wouters draagt directeur-generaal Narcisse Rulot een grote individuele verantwoordelijkheid. "Hij is een autoritaire technocraat die profiteert van de bezetting om verregaande beslissingen te nemen."
Maar toch ziet Wouters ook een collectieve verantwoordelijkheid, omdat niemand in die tijd, en zelfs niet kort na de oorlog, aandacht lijkt te hebben voor die deportatietreinen. Hij spreekt in die context van een "oorverdovende collectieve stilte".
Je moet kijken naar de collectieve verantwoordelijkheid van de Belgische industriële en politieke gezagsdragers
Nico Wouters, hoofd van CegeSoma
Rulot maakt bovendien gewoon gebruik van het wettelijke kader van zijn tijd en dat dateert nog van de Eerste Wereldoorlog. "De politieke voorbereiding van de Tweede Wereldoorlog was hopeloos onvoldoende." De NMBS schrijft zich volgens Wouters volledig in binnen het Belgische overheidsbeleid van dat moment. "De verantwoordelijkheid ligt dus niet bij 1 persoon of 1 bedrijf. Wel moet je kijken naar de collectieve verantwoordelijkheid van de Belgische industriële en politieke gezagsdragers."
Groep van Wijzen
Het onderzoek van CegeSoma kwam er na een resolutie in het parlement in 2019. Daarin riep de Kamer de regering op om de rol van de Belgische spoorwegen in de deportatie van Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog onafhankelijk te laten uitpluizen. Op 27 januari vorig jaar werd het onderzoek officieel gelanceerd. Onderzoekers van CegeSoma kregen daarvoor de volledige toegang tot het NMBS-archief.
De NMBS had, bij monde van toenmalig topman Jannie Haek, al in 2012 haar eigen trieste rol bij de deportaties tijdens WOII erkend. Haek noemde het toen een van de zwartste bladzijdes uit de geschiedenis van de Belgische spoorwegen. Maar veel verder dan dat was de NMBS tot dusver nog niet gegaan.
Ook nu spreekt het historische onderzoek zich trouwens niet uit over eventuele volgende stappen, zoals herstelbetalingen. Voogdijminister Gilkinet vindt in elk geval dat "we zo passend mogelijk moeten reageren op de onthullingen uit dit onderzoek". "Uit respect voor de slachtoffers van de deportaties en hun nakomelingen, ga ik voorstellen om een groep van Wijzen op te richten, die de opdracht zou krijgen om in het komende jaar na te denken over de vorm van de vervolgstappen."
Nederlandse herstelbetalingen
In Nederland staan ze op vlak van herstelbetalingen al een stapje verder. Daar raakte jaren geleden al bekend dat de Nederlandse Spoorwegen (NS) tijdens WOII betaald werden door de nazi's om meer dan 100.000 Joden naar kamp Westerbork in Drenthe te brengen, van waaruit ze werden gedeporteerd naar vernietigingskampen in Duitsland en Polen.
Na een juridische strijd van Salo Muller, die zijn ouders in die periode weggevoerd zag worden, besliste een daarvoor opgerichte commissie in 2019 dat de NS de overlevenden van de Holocaust en hun nabestaanden moest vergoeden. Alles samen kregen 5.000 à 6.000 mensen bedragen tussen de 5.000 en de 15.000 euro.




