De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) gaat samen met partners uit België, Frankrijk, Duitsland en Zweden een val uittesten om Chinese wolhandkrabben te bestrijden. De val is in Vlaanderen ontwikkeld en moet de invasieve soort tegengaan in rivieren in Noord-Europa.
België, Frankrijk, Duitsland en Zweden bestrijden samen Chinese wolhandkrabben met val uit Vlaanderen
De Chinese wolhandkrab werd in 1912 voor het eerst waargenomen in de rivier de Aller in Noord-Duitsland. De soort werd hoogstwaarschijnlijk geïntroduceerd via het ballastwater van vrachtschepen en is vandaag met duizenden tegelijk te vinden in bijna elke rivier en sloot langs de kusten van de Noordzee, van Zuid-Scandinavië tot Noord-Frankrijk. Acht instituten uit vier verschillende landen hebben nu hun krachten gebundeld om met het project Clancy de populatie wolhandkrabben terug te dringen.
"Dankzij het Interreg Noordzeeprogramma, dat medegefinancierd wordt door de Europese Unie, zijn we in staat om nationale en regionale autoriteiten en industrieën actief te betrekken bij het uitwerken van een internationaal beheersysteem en een mogelijk verstandig gebruik van de gevangen krabben", zegt Sonja Leidenberger van de Universiteit van Skövde in Zweden.
"Idealiter inspireren we andere Europese landen om ons voorbeeld te volgen", besluit projectcoördinator Nick De Meersman van de VMM. Het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES) heeft in zijn laatste rapport immers nog gewezen op het gebrek aan internationaal gecoördineerde strategieën om invasieve soorten te bestrijden.
Een Vlaamse val
Als onderdeel van het project zal een in Vlaanderen ontwikkelde val op verschilllende locaties getest worden. "Er wordt een sleuf geïnstalleerd op de bodem van het waterlichaam, waar de migrerende krabben in vallen. De sleuf is zo ontworpen dat als ze er eenmaal in vallen, ze er niet meer uit kunnen klimmen", zegt Paul van Loon van de VMM.
"Hierdoor kruipen de krabben automatisch langs buizen naar kooien op de oever die gemakkelijk gecontroleerd en geleegd kunnen worden. Door dit ontwerp werkt de fuik vrijwel zonder bijvangst, omdat alle dieren die kunnen zwemmen uit het kanaal kunnen ontsnappen en alleen de wolhandkrab wordt gevangen."
Het ontwerp van de fuik maakt gebruik van de biologie van de wolhandkrab. "Elke herfst beginnen de volwassen krabben, die van schaar tot schaar tot 20 centimeter groot kunnen zijn, te migreren in de richting van de kust", zegt Jonas Schoelynck van de Universiteit Antwerpen.
"Eenmaal ze de zee bereiken, paren ze daar en sterven ze kort daarna van uitputting. De volgende lente beginnen de jonge wolhandkrabben aan hun migratie in de tegenovergestelde richting. Als de nieuwe fuik wordt geplaatst in gebieden met veel migratieverkeer, zoals vistrappen of mondingen van rivieren en sloten, kunnen veel van de krabben worden gevangen."
Het grote aantal krabben dat langs de rivieren trekt is een enorm probleem. Het verschijnen van de wolhandkrabben gaat namelijk gepaard met een afname van zoetwaterwormen, slakken, insecten en planten.
Bovendien beschadigen ze oeverstructuren en verstoppen ze waterinnamepunten. De krabben vormen ook een probleem voor vissers: ze eten hun aas op, maar beschadigen ook netten en fuiken en knagen aan de vis die ze proberen te vangen.
"Het project is de eerste stap op weg naar de grensoverschrijdende bestrijding van deze invasieve soort en, idealiter, naar het herstel van de inheemse wateren en waterwegen in hun oorspronkelijke staat", luidt het.




