Wat bedoelt een trucker wanneer hij met zijn lichten flitst? Waarom steekt een motard zijn voet uit wanneer hij jou passeert in de file? De informele code onder weggebruikers is niet bij iedereen bekend. "Je kan de signalen nergens leren dan enkel in het verkeer", vertelt Werner De Dobbeleer van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV).
Van een uitgestoken voet tot dubbele pinkers: de non-verbale verkeerstaal ontcijferd
Een auto die zijn dubbele pinkers opzet, een motorrijder die zijn hand op en neer beweegt of een trucker die snel zijn linker- en rechterpinker opzet nadat hij mocht invoegen. Dat zijn allemaal voorbeelden van non-verbale verkeerstaal. Handig, zo lijkt het, maar Werner De Dobbeleer van de Vlaamse Stichting Verkeerskunde (SVS) heeft er een belangrijke bedenking bij. "Niet iedereen is bekend met die signalen. En dus kan er makkelijk miscommunicatie ontstaan tussen de verschillende weggebruikers."
Waar komt die verkeerstaal vandaan? “Het is een uitvloeisel van de algemene non-verbale communicatie”, legt De Dobbeleer uit. "We zitten afgesloten in onze wagen, of - voor 'motards' - in onze helm, en hebben weinig middelen om te communiceren met andere weggebruikers. Dus gebruiken we, letterlijk en figuurlijk, toeters en bellen. Alleen: de signalen die we geven, zijn niet altijd even duidelijk en niet iedereen weet wat je ermee bedoelt."
De informele code per weggebruiker op een rijtje
Elke type weggebruiker heeft zijn eigen codes, zo blijkt. De Dobbeleer maakt een onderscheid tussen de verkeerstaal van automobilisten, truckers en motorrijders. Maar, en dat is niet onbelangrijk, die taal durft al eens te verschillen van regio tot regio, en van land tot land.
Dit zijn de vaak voorkomende en meest gekende signalen in Vlaanderen, per type weggebruiker:
1. Automobilisten
Tegenliggers waarschuwen elkaar vaak voor gevaar door het dimmen van de lichten.
Achterliggers worden via de dubbele pinkers van de voorligger verwittigd van de file waarin ze terechtkomen.
Wanneer een bestuurder iemand wil voorbij steken, kan de tragere automobilist eerst heel kort zijn linkerknipperlicht aandoen en dan naar rechts gaan om de snellere door te laten. Dat wil zeggen dat hij weer snel naar de linkerrijstrook wil. De achterste kan daarop wat extra gas geven, zodat degene die even aan de kant ging zonder te vertragen terug op de linkerrijstrook kan.
Op smalle (berg)wegen met weinig zicht waarschuwen automobilisten (maar ook andere weggebruikers) het tegemoetkomend verkeer dat ze eraan komen. Overdag doen ze dat door te toeteren, 's nachts door de lampen kort te dimmen.
2. Truckers
Ze groeten elkaar door met hun koplampen te knipperen.
Wanneer vrachtwagens elkaar inhalen, zal de langzamere chauffeur met zijn groot licht een sein geven op het moment dat de inhalende vrachtwagen helemaal voorbij is. Die weet dan meteen dat hij terug veilig kan invoegen, en zo de andere weggebruikers snel kan doorlaten.
Het gebeurt ook dat truckers elkaar (maar ook andere weggebruikers) bedanken omdat ze mochten invoegen, ze zetten dan snel na elkaar de linker- en rechterrichtingaanwijzer aan.
3. Motorrijders
Motorrijders begroeten elkaar in het voorbijkomen met een voet- of handgebaar. Sommigen maken daarbij zelfs een V-teken met hun vingers, naar de motorcoureur Barry Sheene.
Wanneer je in de file een motard gewillig laat passeren, zal hij je vaak bedanken door zijn voet uit te steken.
Wanneer een motorrijder zijn hand op en neer beweegt, waarschuwt hij voor gevaar.
Ook een voet vlak boven de grond betekent gevaar. Meestal wordt er dan gewaarschuwd voor een glad wegdek, een obstakel of een gat in de weg.
Goed om weten, uiteraard, maar hoe worden die signalen aangeleerd? Niet, zo blijkt. "De verschillende signalen worden nergens officieel aangeleerd", zegt De Dobbeleer. "Het zou me sterk verwonderen mocht dat toch gebeuren, want dit zijn geen regels die in de wegcode staan. De informele gebaren en gewoontes zijn eerder gaandeweg gegroeid."
Wat de wegcode zegt over onze dubbele pinkers
Werner De Dobbeleer licht toe wat er wel of niet in de wegcode staat: "Over het algemeen maakt de non-verbale verkeerstaal geen deel van de wegcode uit. De dubbele richtingaanwijzers aanzetten en toeteren of knipperen met de lichten om te waarschuwen voor gevaar is dan weer wel een deel van de verkeersregels."
We mogen onze dubbele pinkers in 3 specifieke gevallen gebruiken.
Dat mag om de andere weggebruikers te wijzen op een dreigend gevaar zoals een plotselinge file op de snelweg.
Ook schoolvervoer gebruikt de dubbele richtingaanwijzers om aan te geven dat kinderen in- en uitstappen.
Ten slotte kan een defect voertuig hier ook gebruik van maken wanneer het niet verplaatst kan worden of op een plaats staat waar je niet mag parkeren of stilstaan.
Er is ook een andere manier om te waarschuwen voor gevaar dan, en dat is toeteren of knipperen met de lichten. Let wel: je mag de claxon maar zo kort mogelijk gebruiken en het is enkel toegelaten om een noodzakelijke waarschuwing te geven. Tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag is toeteren bovendien verboden: dan moet je met je lichten knipperen.

