Het niveau van Vlaamse leerlingen wat betreft lezen, wiskunde en wetenschappen is nog nooit zo sterk gedaald als tijdens de afgelopen jaren. Dat blijkt uit de nieuwe PISA-resultaten. Het niveau was nog nooit zo laag sinds het onderzoek in 2003 wordt uitgevoerd. Het daalt bovendien veel sneller dan in bijna alle andere landen. Leerlingen in Vlaanderen blijven ondanks de daling wel een hoger niveau halen dan in de meeste andere onderzochte landen.
Het niveau van Vlaamse leerlingen gaat voor zowel lezen, wiskunde als wetenschappen sterk achteruit. Het niveau was nog nooit zo laag en gaat sneller achteruit dan gemiddeld binnen de OESO. Er zijn maar vier landen – Nederland, Finland, IJsland en Griekenland – waar het niveau voor lezen en wetenschappen op lange termijn sneller is gedaald dan in Vlaanderen. Voor wiskunde zelfs maar twee landen.
De dalende trend van de afgelopen 20 jaar versnelt nog sinds enkele jaren. Voor alle onderzochte domeinen nam het niveau de laatste vier jaar veel sneller af dan in de periode daarvoor.
PISA-onderzoek
Het PISA-onderzoek is het belangrijkste vergelijkende onderzoek tussen landen wat betreft onderwijs. Het gaat om een onderzoek uitgevoerd door de OESO bij bijna 5.000 vijftienjarige leerlingen uit Vlaamse scholen.
Om de drie jaar - nu vier jaar vanwege de coronacrisis - wordt het niveau van leerlingen in verschillende domeinen onderzocht. Het gaat om lezen, wiskunde en wetenschappen.
De OESO geeft een gemiddelde score die steeds rond de 500 schommelt. Hoe hoger de score, hoe hoger het gemiddelde niveau van de leerlingen.
Het aantal leerlingen dat het basisniveau niet haalt, blijft ook stijgen. Meer dan een vijfde van de leerlingen is een zogenoemde laagpresteerder. Bij lezen haalt zelfs bijna een kwart van de leerlingen de lat niet.
In twintig jaar tijd is het aantal laagpresteerders zo goed als verdubbeld, op alle domeinen. Voor wiskunde ging het aantal leerlingen dat het basisniveau niet haalt van 11,4 naar 22,4 procent.
Wiskunde
Wat wiskunde betreft scoren onze leerlingen goed. Wereldwijd nemen we tussen de 8e en de 11e positie in. Vooral Aziatische landen scoren hoger. Op EU-niveau blijven we wel tot de top behoren. Enkel Estse leerlingen scoren hoger dan Vlaamse.
Ondanks het hoge niveau is de dalende trend wel zorgwekkend. In 2003 was het niveau bij Vlaamse leerlingen het hoogst van alle onderzochte landen. Een leerling in Vlaanderen scoorde gemiddeld 553 punten in 2003, vandaag is dat 501 punten.
Sinds 2018 daalde het niveau nog sneller van 518 naar 501 punten. Dat onze regio de aansluiting met de internationale top kwijt is, blijkt ook uit het aantal zogenoemde toppresteerders. Dat is het aantal leerlingen dat het hoogste niveau haalt. In 2003 was dat voor wiskunde in Vlaanderen nog 34,4 procent van de leerlingen, in 2022 15 procent.
Lezen en wetenschappen
Ook voor lezen en wetenschappen blijven onze leerlingen het nipt beter doen dan gemiddeld. Al behoort Vlaanderen daar in tegenstelling tot wiskunde vandaag wel tot de middenmoot.
De leesvaardigheid van Vlaamse leerlingen is op korte termijn het sterkst gedaald van alle vaardigheden. De score ging tussen 2018 en 2022 van 502 naar 483. Wat betreft wetenschappen ging het niveau in die periode van 499 naar 491.
Kloof zwakke en sterke leerlingen is groot
OESO onderzoekt ook het verschil tussen leerlingen die zwak en leerlingen die sterk scoren op de testen. En dat is in Vlaanderen opvallend groot. In slechts 8 landen is het verschil tussen zwakke en sterke leerlingen nog groter.
Het onderzoek brengt ook de achtergrond van scholieren in rekening. De thuissituatie speelt nog steeds een bepalende rol. Van de laagpresteerders op wiskunde komt bijvoorbeeld maar 9 procent uit de meest bevoorrechte gezinnen, tegenover 41 procent uit meest benadeelde gezinnen.
Leerlingen met een migratieachtergrond presteren gemiddeld slechter dan hun autochtone leeftijdsgenoten. Vlaanderen behoort tot de groep landen met het grootste verschil tussen autochtone leerlingen en tweede generatie leerlingen met een migratieachtergrond. Opvallend: het niveau van kinderen met een migratieachtergrond voor wiskunde is bijvoorbeeld lager, maar is tegenover 10 jaar geleden wel gestegen. Dat in tegenstelling tot bij de autochtone leerlingen.
De onderzoekers wijzen ook op het belang van de thuistaal. Wie een migratieachtergrond heeft en thuis Nederlands spreekt, presteert gemiddeld beter dan leeftijdsgenoten.
Trend
Het dalende onderwijsniveau in ons land is niet uniek, integendeel. Het OESO-gemiddelde daalt en de meeste Europese landen doen het slechter dan in het verleden. In Nederland is de dalende trend wat betreft lezen en wetenschappen nog sterker dan in Vlaanderen.
De PISA-resultaten liggen in lijn met andere grote onderzoeken naar de onderwijskwaliteit de afgelopen 20 jaar in Vlaanderen.
Niemand moet uitvluchten of excuses zoeken voor deze resultaten
Minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA)
Minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) is daarom niet verrast door de resultaten. "Niemand moet uitvluchten of excuses zoeken voor deze resultaten. Ook de coronapandemie is hier geen excuus, want die sloeg ook toe in andere landen en toch gaan onze leerlingen sterker achteruit", zegt Weyts.
Hij denkt dat het nog lang zal duren voor het niveau van ons onderwijs opnieuw stijgt. Weyts is er wel van overtuigd dat de maatregelen die hij de afgelopen jaren getroffen heeft, zullen bijdragen aan een kentering. "Iedereen moet erkennen dat de besliste hervormingen nodig zijn, ook al zijn ze soms pijnlijk en gaat het per definitie traag. Bij de presentatie van de ook al slechte PISA-resultaten in 2019 heb ik gezegd dat het zeker 10 jaar zal duren voor we de resultaten gaan zien. Daar blijf ik bij."
Kentering ingezet?
Ook de onderwijskoepels zijn niet verbaasd over de resultaten. "Dat wil niet zeggen dat ze niet dramatisch zijn", zegt Koen Pelleriaux van GO! onderwijs. "Sinds 2003 zijn we aan het dalen voor alle domeinen. Het enige wat we kunnen doen is zo goed mogelijk proberen om ons onderwijs te verbeteren."
Volgens het Katholiek Onderwijs is de kentering al ingezet. "We zijn na de vorige onderzoeken niet bij de pakken blijven zitten. Bij de uitrol van de nieuwe minimumdoelen en de leerplannen gaat er meer tijd en meer aandacht naar wetenschappen, wiskunde en Nederlands", zegt woordvoerder Pieter-Jan Crombez.


