Tien jaar na de eerste "Pano(rama)"-reportage over "Arm Vlaanderen" keert Phara de Aguirre terug naar dezelfde gezinnen die toen getuigden over armoede. Sommigen van hen worden nog steeds geconfronteerd met een van de vele gezichten die armoede heeft. Met anderen gaat het beter dan tien jaar geleden.
"Is dat al tien jaar geleden", roept een collega als ik hem de trailer voor de nieuwe "Pano" toon. De tijd vliegt. Het programma heette toen nog "Panorama". De opdracht van de eindredacteur was: zoek gezinnen met kinderen die onder de armoedegrens leven. Makkelijk was dat niet, want wie wil als vader of moeder zijn kind op tv in een reportage over armoede?
Uiteindelijk vonden we vijf gezinnen die wilden meewerken: vier moeders en één vader, samen goed voor 13 kinderen. Het werd ook voor mezelf een reportage die aan de ribben bleef kleven. "Na de vakantie vertelt iedereen op school waar ze op vakantie geweest zijn en ik moet zeggen: 'ik ben gaan zwemmen'", vertelde Mika voor mijn camera.
Tien jaar later zoeken we dezelfde families weer op. De kinderen zijn pubers en jongvolwassenen geworden, op de drempel van het Grote Leven.
Armoede: een veelkoppig monster
In een recente studie van professor Wim van Lancker (KU Leuven) voor de Koning Boudewijnstichting meet hij zogenoemde "deprivatie" bij kinderen. De studie vertrekt niet van een financiële indicator (het inkomen van gezinnen) maar vanuit het perspectief van het kind: wat hebben kinderen nodig voor een gezonde en evenwichtige ontwikkeling.
De meting gebeurt ook in andere Europese landen zodat een vergelijking mogelijk is. Er is een lijst met 17 "noodzakelijke" items. Als kinderen dagelijks minstens drie items missen, is er sprake van "materiële deprivatie". Het moet gaan om een gedwongen gemis, en niet uit vrije keuze of om andere redenen.
In de vragenlijst staan items die betrekking hebben op de kinderen zelf: hebben ze nieuwe kleren (geen tweedehands), twee paar passende schoenen, dagelijks vers fruit en verse groenten, dagelijks vlees, kip, vis of een vegetarisch equivalent, boeken thuis, uitrusting voor ontspanning buitenshuis, spelletjes voor binnenshuis, geregeld vrijetijdsactiviteiten, vieren ze bijzondere gelegenheden, nodigen ze van tijd tot tijd vriendjes uit om te spelen en samen te eten, nemen ze deel aan schooluitstappen en –evenementen, gaan ze met vakantie?
Tijdens uitstappen nemen we foto's zodat het lijkt of we op vakantie zijn geweest
Akira, getuigde 10 jaar geleden als kind in "Arm Vlaanderen"
Als ik het lijstje lees, zie en hoor ik de kinderen uit "Arm Vlaanderen", tien jaar geleden. Jason die graag zou willen dat er vriendjes kwamen spelen, Akira die liever geen vriendjes uitnodigde zodat ze niet zouden zien hoe ze woonde. Akira die zei: "Op vakantie zijn we nog nooit geweest, maar we doen wel uitstappen en dan nemen we veel foto's zodat het lijkt of we op vakantie zijn geweest". 1 op de 8 kinderen in Vlaanderen kan om financiële redenen niet op vakantie.
Tien jaar later verrast Akira me wanneer ze zegt dat ze blij is met haar jeugd, ook al heeft ze vaak gevloekt. Het heeft haar gemaakt tot wie ze nu is, een sterke jonge vrouw die als eerste in de familie een diploma hoger onderwijs heeft behaald.
Acht jaar wachten op een sociale woning
Er zijn in het onderzoek van Van Lancker ook items die te maken hebben met het huishouden waarin kinderen opgroeien: het vervangen van versleten meubels, geen achterstallige betalingen, toegang tot het internet, een behoorlijk verwarmde woonst, beschikken over een auto voor privé-gebruik.
Ook dat klinkt bekend. Tien jaar geleden had niemand van de gezinnen een auto, vandaag heeft één van de vier gezinnen een auto. De anderen doen alles met het openbaar vervoer of met de fiets. Naomi kan rijles volgen omdat ze een job heeft. Voor Akira en Jason zijn rijlessen niet te betalen.
Vanessa heeft acht jaar moeten wachten op een sociale woning. Sinds ze daar ingetrokken is, twee jaar geleden, heeft het leven voor haar een nieuwe start genomen. Voor het eerst in tien jaar hoor ik haar praten over een job zoeken, met een goede coach die haar zou begeleiden. Het appartement is nieuw, goed geïsoleerd, er is groen rondom en een zandbak voor de kinderen. Ze betaalt er een pak minder voor dan voor het appartement dat ze huurde op de privémarkt. Er staan 170.000 mensen op de wachtlijst voor een sociale woning. Tien jaar geleden waren dat er 107.000.
Els woont nog steeds in de sociale woning waar de keuken met touw aan elkaar hangt en de schimmel op de muren staat. Sean, haar zoon, noemt het een "huis" maar geen "thuis". Sean heeft zijn eerste jaar in het secundair moeten overdoen, omdat hij vele maanden ziek is geweest. Kinderen die opgroeien in armoede hebben drie keer meer kans op gezondheidsproblemen.
Lichtpuntjes
Ook over schulden horen we verhalen. Els kan de coronatesten van haar zoon niet betalen en moet naar de rechtbank. Jessica werd belazerd door een partner die op haar naam een kredietkaart had aangeschaft en haar een schuldenberg nalaat van 33.000 euro.
Met de hulp van haar nieuwe partner en het OCMW krabbelt ze weer recht. Ook haar job als poetshulp doet haar zichtbaar deugd. De domper die Fluvius haar bezorgt, met oude facturen uit 2017 en 2018, maakt haar wel moedeloos, maar ze geeft zich niet zomaar gewonnen.
Ook met Rudi gaat het beter dan tien jaar geleden. Hij werkt als ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting en heeft voor het eerst in zijn leven het gevoel dat hij iets kan betekenen door zijn job. Hij kan voor het eerst ook eindelijk sparen en dat zal nodig zijn, want zijn pensioen zal laag zijn en hij zal moeten blijven huren. Geen enkel van de gezinnen in Arm Vlaanderen heeft een eigen woning.
Akira, Jason en Naomi hebben hun diploma behaald en zijn aan het werk. Sayké heeft zijn school niet afgemaakt, maar hij is er rotsvast van overtuigd dat hij het zal maken in het leven. Els weet zeker dat de armoedecirkel zal stoppen bij haar. Haar kinderen zullen eruit geraken.
Tien jaar na onze eerste kennismaking blijf ik onder de indruk, zowel van de omstandigheden waarin sommigen moeten leven, als van de kracht waarmee ze zich erdoor slaan.
In België heeft 12,8 procent van de kinderen (0 tot 15 jaar) te lijden onder materiële deprivatie. Het ontbreekt deze kinderen dagelijks aan minstens drie items die volgens de Europese Unie noodzakelijk zijn voor een gezonde en evenwichtige ontwikkeling. In Vlaanderen is dat 8,5 procent, in Wallonië 17,3 procent, in Brussel 21 procent. In Nederland en Duitsland bedraagt de deprivatie bij kinderen minder dan 6 procent.
Bron: Deprivatie bij kinderen in België en zijn gewesten: wat zeggen de nieuwe data? Een uitgave van de Koning Boudewijnstichting, auteurs: Anne-Catherine Guio (CEPS/INSTEAD) en Wim Van Lancker (KU Leuven)


