Na meer dan twee maanden van hevige bombardementen op Gaza geeft ook de VS openlijk kritiek op Israël. Maar de steun opzeggen doet president Joe Biden niet. Waar komt die onvoorwaardelijke Amerikaanse steun voor Israël vandaan? En hoe kijkt de gewone Amerikaan ernaar? Met Björn Soenens, onze correspondent in de VS, nemen we die vragen onder de loep.
Waar komt die onvoorwaardelijke steun van de VS voor Israël vandaan? En hoe kijkt de gewone Amerikaan ernaar?
De VS is de grootste bondgenoot van Israël. En de laatste, zo lijkt het wel nadat het land vorige week als enige opnieuw zijn veto gebruikte in een stemming bij de Verenigde Naties over een staakt-het-vuren.
Geen enkel land krijgt zo'n onvoorwaardelijke steun van de VS als Israël. Wat zijn de wortels van dit sterke bondgenootschap?
VS is eerste land dat Israël erkent
Wanneer de Joodse leider David Ben-Gurion op 14 mei 1948 eenzijdig de onafhankelijkheid van Israël uitroept, is de Amerikaanse president Harry Truman de eerste die het land officieel erkent.
Zijn beslissing is mee ingegeven door een westers gevoel van schuld na de Holocaust, de Jodenvervolging door de nazi's vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor Truman heeft die aangetoond dat de Joden recht hebben op een eigen staat waar ze zelf kunnen instaan voor hun bescherming.
Daarnaast spelen ook strategische motieven een rol. Truman gaat ervan uit dat een staat met een overwegend uit Europa en de VS afkomstige bevolking een standvastiger bondgenoot zal opleveren binnen een woelige maar vanuit geopolitiek en economisch standpunt interessante regio.
Toch is de snelle Amerikaanse erkenning van Israël niet onbetwist, zelfs niet binnen Trumans eigen regering. Minister van Buitenlandse Zaken George Marshall toont zich een koele minnaar. Hij vindt dat Ben-Gurion een voldongen feit heeft gecreëerd, terwijl veel kwesties verre van uitgeklaard zijn. Marshall, en anderen in het Witte Huis, voorzien structurele instabiliteit in de regio.
Hoewel de Amerikanen van meet af aan economische steun verlenen aan Israël, zijn ze in de eerste jaren, grofweg tot de Zesdaagse Oorlog in 1967, niet nadrukkelijk bezig met Israël. Ze proberen relaties aan te knopen met de verschillende partijen in de regio. Om enige stabiliteit te bewerkstelligen, maar vooral vanwege hun economische belangen - olie en gas - zoeken ze toenadering tot de Arabische landen.
Koude Oorlog versterkt de band
Het groeiende Arabische nationalisme en zeker de Koude Oorlog drijven Israël mettertijd steeds nadrukkelijker in het Amerikaanse kamp, terwijl het Egypte van Nasser en ook Syrië toenadering zoeken tot de toenmalige Sovjet-Unie.
De VS gaat gaandeweg meer en meer de rol overnemen die de Britten en de Fransen eerder hebben gespeeld in het Midden-Oosten. Israël beschouwen ze daar als hun steunpilaar en verlengstuk, zeker ook militair.
Vanaf de Jom Kipoer-oorlog in oktober 1973, waarbij het Israël van premier Golda Meïr door zijn Arabische buren compleet wordt verrast, drijft de VS de militaire hulp nog verder op. Met Amerikaanse steun van president Richard Nixon en zijn pendeldiplomaat Henry Kissinger investeert Israël miljarden in zijn luchtafweer en in de uitbouw van kruisraketten.
De band tussen de VS en Israël wordt nog versterkt na de aanslagen van 11 september 2001. Voor de VS is Israël een frontlijnstaat in de strijd tegen moslimterrorisme. Het land krijgt ieder jaar meer dan 3,5 miljard dollar van de VS, steun die elke tien jaar wordt vastgelegd in een verdrag. Op die manier helpt de VS Israël om militair overwicht te behouden in de regio. Geen land heeft sinds de Tweede Wereldoorlog meer financiële en militaire hulp gekregen van de VS dan Israël.
Joodse gemeenschap in de VS
Maar de onvoorwaardelijke Amerikaanse steun voor Israël is zeker niet louter ingegeven door strategische motieven. Ook emotioneel is er een grote verbondenheid tussen de VS en Israël.
Veel heeft natuurlijk te maken met de aanwezigheid van een Joodse gemeenschap in de VS, de grootste buiten Israël. Die gaat al ruim een eeuw terug. Tegelijk met de eerste grote migratiegolf van Europese Joden naar Palestina, kwam vanaf het begin van de twintigste eeuw ook een migratiegolf tot stand naar de VS.
Vooral naar New York, een stad met een grote en invloedrijke Joodse gemeenschap. "Met 1,6 miljoen Joden telt New York meer Joodse inwoners dan Jeruzalem en Tel Aviv sámen", zegt Björn Soenens, die als correspondent voor VRT NWS werkt en woont in de buurt van Zuid-Williamsburg in Brooklyn, de grootste Joodse gemeenschap in de Big Apple.
"Amerikaanse Joden voelen allemaal een hechte band met Israël. Vaak hebben ze er familie of hebben ze er, zoals bijvoorbeeld de schrijver Robert Kaplan, hun legerdienst gedaan. Golda Meïr, gewezen premier van Israël, woonde jarenlang in de Amerikaanse staat Wisconsin. De huidige premier Benjamin Netanyahu kun je gerust een halve Amerikaan noemen: hij heeft in de VS gewoond en gestudeerd aan het prestigieuze MIT. Je hoort het aan zijn Amerikaanse accent", vertelt Soenens.
Amerikaanse Joden voelen allemaal een band met Israël. Men noemt Israël wel eens de 51e staat van de VS
Björn Soenens, VRT NWS-correspondent in de VS
"Ik noem Israël dan ook wel eens de 51e staat van de Verenigde Staten. In totaal maken de Amerikaanse Joden zo'n 2 procent uit van de totale bevolking. Maar ze zijn sterk vertegenwoordigd in tal van belangrijke intellectuele en financiële functies, dus hun invloed is onevenredig groot."
De meeste Amerikaanse joden mogen zich dan wel ontzettend verbonden voelen met Israël, dat betekent niet noodzakelijk dat ze achter het beléid van Israël staan.
"De Amerikaanse politiek is erg pro-Israël, maar bij het merendeel van de 5,8 miljoen "gewone" Amerikaanse Joden ligt dat anders", zegt Soenens. "Zo noemt ook een grote groep chassidische orthodoxe joden zich antizionistisch. Zij vinden dat ze pas naar het Beloofde Land kunnen als de Messias er is - en die is er nog niet. Die groep kun je op demonstraties soms met Palestijnse vlaggen zien zwaaien."
"Een grotere groep Amerikaanse Joden - zowat de helft - identificeert zich als progressief", zegt Soenens. "Daarbij vergeleken zijn Israëlische Joden veel conservatiever. Bij presidentsverkiezingen stemt de meerderheid - zo'n 70 percent - van de Amerikaanse Joden voor een Democraat. Joodse burgers zijn voor de Democraten altijd een belangrijk kiespubliek geweest."
Pro-Israël-lobby
Bij de Amerikaanse politieke elite roept Israël historische sentimenten op rond de Holocaust. Dat is zeker ook het geval bij president Joe Biden, die 6 jaar was toen de staat Israël werd opgericht. Biden heeft zich meer dan eens "een zionist" genoemd, haalt vaak herinneringen op aan hoe zijn vader hem aan de keukentafel over de jodenvervolging vertelde en nam zelf elk van zijn kleinkinderen mee naar Europa voor een bezoek aan het concentratiekamp van Dachau.
Israël is er de voorbije decennia ook in geslaagd zich te profileren als een democratische, maar erg kwetsbare staat in een regio vol onbetrouwbare autocratische regimes. Het is een argument dat veel overtuigingskracht heeft opgeleverd bij de Amerikaanse politieke klasse - Democraten én Republikeinen. Dat Israël volop moet worden gesteund, is iets waarover binnen de politieke elite en de media altijd een grote consensus heeft bestaan. Al is die eensgezindheid de laatste tijd wel onderhevig aan scheurtjes.
Het beeld van Israël als een kwetsbaar land met een door de geschiedenis zwaar getraumatiseerde bevolking is sterk naar voren geschoven door de pro-Israëllobby.
Zeg wel degelijk "pro-Israëllobby" en niet "Joodse lobby", want de grootste belangengroepen worden zwaar beïnvloed door niet-joden, met name door evangelische christenen. Christelijk rechts toont zich een grote aanhanger van Israël, om religieuze redenen. Het beschouwt Israël, het land van de Bijbel, als een hoeder van het christendom temidden van een "oprukkende islam". Omdat het het land is van de Messias die zal komen, moet het ook worden beschermd, is de redenering. De invloed van de evangelische christenen is de laatste jaren sterk toegenomen, zeker ook binnen de Republikeinse Partij.
"De pro-Israëllobby heeft ontzettend veel macht in de VS, waar de politiek erg wordt beheerst door wie de macht heeft en de invloed in de media, door wie het geld heeft", zegt Björn Soenens.
"De grootste en invloedrijkste lobbygroep is AIPAC (American Israel Political Action Committee). Het is een organisatie die veel geld doneert aan politici, zolang ze pro-Israël zijn. De AIPAC kan politici maken of kraken, en aarzelt niet om dat ook duidelijk te maken. Wie tegen hun kar rijdt, zal het geweten hebben.
Er is ook de Anti-Defamation League (ADL), vroeger B'nai B'rith geheten. De ADL (in tegenstelling tot AIPAC wel een heel Joodse lobbygroep) verspreidt volop cijfers van antisemitische aanvallen, maar zegt daar niet bij dat ze ook demonstraties meerekent van mensen die simpelweg een staakt-het-vuren eisen in Gaza. Intellectueel klopt dat natuurlijk niet en het vervormt de perceptie over de realiteit."
De ADL en andere lobbygroepen hebben het geweer enigszins van schouder veranderd. In plaats van het beleid van Israël inhoudelijk te verdedigen, counteren ze elke kritiek met het verwijt van antisemitisme.
In het Congres werd zelfs een motie goedgekeurd die antizionisme gelijkstelt met antisemitisme. Volgens Jerry Nadler, Joods parlementslid bij de Democraten, heeft men daarmee de facto een groep joden als antisemieten bestempeld.
Tegen de achtergrond van de oorlog in Gaza toont de pro-Israëllobby in de VS zich erg actief. "Wie kritisch is voor Israël wordt afgemaakt op de sociale media", zegt Soenens. "Zoals Francesca Albanese, op wie een karaktermoord wordt gepleegd". Albanese is VN-rapporteur voor de bezette Palestijnse gebieden. Ze beschuldigt er Israël in scherpe bewoordingen van het internationaal recht zwaar met de voeten te treden."
Mensen die anders sterk pleiten voor de vrijheid van meningsuiting, houden zich nu opvallend stil
Björn Soenens, VRT NWS-correspondent in de VS
Ook de rectoren van verschillende vooraanstaande universiteiten zijn zwaar onder vuur genomen. Ze kregen het verwijt dat ze zich onvoldoende zouden hebben uitgesproken tegen anti-Israëlische demonstraties op en rond de campus. Liz Magill, rector van de universiteit van Pennsylvania, is onder druk van de raad van bestuur en geldschieters tot ontslag gedwongen na een getuigenis in het Congres, waarin ze niet genoeg afstand zou hebben genomen van antisemitisme.
"Ze moest van Republikeins Congreslid Elise Stafanik antwoorden op de vraag of ze een oproep tot genocide op de joden aanvaardbaar vond, en antwoordde met wazige juridische taal. Dat antwoord ging viraal. Daarvoor had ze nochtans al luidop gezegd dat antisemitisme niet acceptabel was, maar dat werd niet op sociale media gedeeld. Het kalf was al verdronken", zegt Soenens.
"Maar de oproep tot genocide en de verwijten van jodenhaat verwezen in feite naar pro-Palestijnse studenten die tijdens betogingen "Van de rivier tot de zee" ("From the river to the sea, Palestine will be free") roepen. Die slogan zou een oproep tot genocide op de Israëli's zijn, maar zelfs veel Joden in de VS vinden dat een erg betwistbare interpretatie. Ook de oproep tot een nieuwe Intifada wordt geframed als oproep tot volkenmoord, terwijl het eigenlijk een oproep is tot verzet tegen wat in Gaza aan de gang is. In en rond universiteiten hoor je het woord "genocide" dus vooral als het gaat over de andere kant, over de militaire operaties van Israël in Gaza."
"Het ontslag van de rector komt ook veel minder uitgebreid aan bod in de mainstream media dan dat zoiets in een andere context het geval zou zijn", zegt Soenens. "Mensen die anders juist sterk pleiten voor de vrijheid van meningsuiting, houden zich nu opvallend stil. Vrije meningsuiting lijkt alleen te gelden voor de "juiste" meningen. Een jongere die roept om meer rechten voor Palestijnen in Gaza, wordt bijna meteen als Hamassupporter beschouwd."
Verwijt van antisemitisme wordt misbruikt om pro-Palestijnse stemmen te onderdrukken
Björn Soenens, VRT NWS-correspondent in de VS
"Rashida Talib, een Palestijns parlementslid hier in de VS werd zelfs officieel berispt door haar collega's omdat ze opriep tot verzet tegen de bommencampagne in Gaza. Die discussie woedt nu volop en is bijzonder emotioneel en giftig. Het is zeker niet onwaar om te zeggen dat er een campagne aan de gang is om antisemitisme te misbruiken om pro-Palestijnse stemmen te onderdrukken. Van mensen in de PR- en reclamesector hoor ik hoe ze worden ingehuurd om campagnes te leiden op sociale media en elders."
"Elke keer als er veel burgerslachtoffers vallen, zie je ook PR-campagnes opduiken van pro-Israëlische stemmen om het verhaal weer te veranderen naar antisemitisme. Twee maanden na de terreur van Hamas op 7 oktober, werd plots gesproken over massale verkrachtingen. Voormalig Facebookbaas Sheryl Sandberg, zelf Joods, werd ingeschakeld om het verhaal kracht bij te zetten. Toen de VN voorstelde om een eigen onafhankelijk onderzoek te voeren, stootte dat op een njet van de Israëlische regering. Tussen haakjes: ook VN-baas Antonio Guterres is nu persona non grata bij Netanyahu omdat hij de humanitaire catastrofe aanklaagt in Gaza."
Nieuwe breuklijn in de samenleving
Het leidt ertoe dat zich - opnieuw - een scherpe breuklijn aftekent in de samenleving. "Minderheden in de VS verenigen zich in het verzet tegen het heersende westerse narratief. Deze cultuuroorlog wordt weer een splijtzwam, net zoals de vorige president Donald Trump dat jarenlang is geweest."
"Maar het zijn zeker niet alleen minderheden die vragen stellen bij de Amerikaanse houding ten opzichte van wat Israël nu doet", zegt Soenens. "Er zijn te veel dode kinderen elke avond op het tv-journaal, om de ogen nog langer dicht te knijpen. De kloof tussen de politiek en de burger diept zich nog verder uit. Terwijl zo'n 80 procent van de burgers zegt voorstander te zijn van een staakt-het-vuren in Gaza, blijft de VS een veto uitspreken bij de Verenigde Naties. Al zie je dat ook Biden zijn toon begint te veranderen. Het duurt te lang."
Biden heeft de jongeren en de minderheden niet meer mee
Björn Soenens, VRT NWS-correspondent in de VS
Voor president Joe Biden schept het problemen. Eerder deze week heeft hij zich - voor het eerst na meer dan twee maanden van hevige bombardementen op Gaza - kritischer uitgelaten over Israël. De linkervleugel van zijn Democratische Partij heeft al veel langer kritiek. Onder hun invloed zijn de Democraten iets meer opgeschoven in pro-Palestijnse richting.
Maar de partij-elite, en zeker Joe Biden, is niet mee opgeschoven. "Hij is een oude politicus die is opgegroeid met verhalen over de Holocaust", zegt Soenens. "De jongeren en de minderheden heeft hij niet meer mee, terwijl dat in de nasleep van de dood van George Floyd wél het geval was. Door zijn houding tegenover Israël is Biden veel van zijn pluimen aan het verliezen. Ze noemen hem nu "Genocide Joe", medeplichtig aan oorlogsmisdaden. Het zou er wel eens toe kunnen leiden dat Trump in een zetel zit naar de presidentsverkiezingen, nu Biden een deel van zijn achterban kwijtraakt."

