Onder de nieuwe Parking Keerdok in Mechelen bevond zich tot de 16e eeuw een begijnhof waar meer dan duizend begijnen leefden. Dat blijkt uit archeologische opgravingen die er zijn gedaan. Op ongeveer twee meter onder het straatniveau werden oude muurresten en puinkuilen teruggevonden. De vondsten werden overgedragen aan de stad en zullen bewaard worden in Depot Rato in Muizen.
"Hier woonden 1.500 begijnen": archeologische vondsten in Mechelen geven geheimen prijs
In Mechelen wordt er de komende jaren volop gewerkt aan de opwaardering van de Keerdoksite. Het wordt een nieuwe stadswijk met ongeveer 550 woningen, een centraal ontmoetingsplein en een stadspark.
Parking Keerdok is intussen gerealiseerd, maar vooraleer die bouw kon beginnen moesten er eerst archeologische opgravingen gebeuren. Uit de vondsten blijkt nu dat er op die plek vroeger een begijnhof gevestigd was.
"Elke keer als er grote infrastructuurwerken gebeuren, moet er verplicht een archeologisch onderzoek gebeuren en dat was bij de Keerdoksite niet anders", zegt Greet Geypen (Open VLD), schepen voor stadsontwikkeling.
"Uit een bureaustudie was al wel gebleken dat er enkele honderden jaren geleden een begijnhof op die plek moest geweest zijn, maar het archeologisch onderzoek heeft dat nu daadwerkelijk bevestigd."
De archeologen hadden proefputten gemaakt op een diepte van ongeveer twee meter onder het straatniveau. Daar botsten ze op een afvalkuil uit de 16e eeuw. "Er zaten scherven van kruiken in, sleutels, muntstukken, maar ook restanten van huizen."
"Er is heel wat teruggevonden waardoor we via onderzoek te weten zijn gekomen dat de oprichting van dat begijnhof rond het jaar 1370 was en het daar geweest is tot de 16e eeuw. Toen zijn er godsdienstoorlogen uitgebroken en is er een grote brand geweest die het begijnhof heeft platgebrand", zegt Geypen.
Er woonden tussen de 1.500 en 1.900 begijnen en het was een gemeenschap die ook economisch op zichzelf stond
Greet Geypen (Open Vld), schepen voor stadsontwikkeling
De opgravingen hebben niet alleen aangetoond dat er effectief een begijnhof gevestigd was, maar dat er ook heel veel mensen gewoond hebben. "Er woonden tussen de 1.500 en 1.900 begijnen en het was een gemeenschap die ook economisch op zichzelf stond, want het had ook een eigen kerk en kerkhof", zegt Geypen.
"In gewone begijnhoven leefden enkele honderden begijnen, maar hier gaat het om veel meer. Daarom wordt er door historici toch wel gesproken over het grootste begijnhof van West-Europa in die tijd."
Veilig bewaard
De vondsten zijn door de ontwikkelaar overgedragen aan de stad. "We hebben ze overgebracht naar het nieuwe depot Rato in Muizen, waar ze op een goede manier bewaard kunnen blijven en verder onderzocht kunnen worden."
"De Mechelaars zullen de vondsten in eerste instantie niet kunnen bezichtigen, maar we zijn wel aan het bekijken of we zulke vondsten in de toekomst op bepaalde tijdstippen publiek zichtbaar kunnen maken", aldus de schepen.
Regionaal nieuws uit Antwerpen



