Veel hondeneigenaars en kattenbaasjes leggen hun viervoeters graag in de watten, ook op culinair vlak. Maar wat is nu het beste voor je huisdier? Tijd om raad te vragen aan Chris Dusauchoit.
Dit moet je volgens Chris Dusauchoit weten over je huisdier en zijn voederbak: "Niet slim om restjes van tafel te geven"
Help, mijn hond zit altijd naast me te kwijlen als ik aan het eten ben. Het is soms moeilijk om daar niet op in te gaan, maar het is toch belangrijk om de verleiding te weerstaan. We leggen vijf dilemma's voor over de voederbak van je geliefde viervoeter aan Chris Dusauchoit, bekend als presentator van Dieren in Nesten.
Droge of natte voeding?
Eigenlijk moet je gewoon kijken naar wat het beste bij jouw dier past. “Al mijn honden staan op droog voer”, zegt Chris Dusauchoit. “Dat heeft voordelen: het blijft langer goed, het is beter voor de tanden en de drollen zijn kleiner en steviger."
"Sommige mensen zullen wél zweren bij nat voer, omdat daar meer water in zit." De dierenkenner raadt vooral aan om natte voeding aan katten te geven. "Zij drinken vaak niet voldoende en ze krijgen dan nierproblemen."
Altijd hetzelfde of afwisselen?
“We benaderen huisdieren veel te vaak als mensen”, vertelt Chris Dusauchoit. “Het is niet omdat wij elke dag iets anders willen eten, dat huisdieren dat ook willen."
Op zich zijn onze smaakpapillen vergelijkbaar met die van katten en honden. Alleen hebben zij geen smaakpapillen om smakelijk te kunnen eten, maar dienen ze om hen te waarschuwen. Iets bitters, bijvoorbeeld, kan giftig zijn.
"Eigenlijk eet een kat meer met zijn neus dan met zijn tong. Het verklaart dan ook waarom een kat die verkouden is en dus niet meer kan ruiken, stopt met eten."
Als je zelf wil koken voor je huisdier, bespreek het menu dan met de dierenarts
Chris Dusauchoit, presentator en dierenkenner
“Ik heb eigenlijk twee stokpaardjes: geef ze op hetzelfde tijdstip eten en hou het bij dezelfde voeding. Moet je toch switchen, doe dat dan niet bruusk maar geleidelijk aan.”
Afwisselen van voeding is dus niet nodig, het kan zelfs een probleem zijn. Zeker bij dieren met een gevoelig spijsverteringskanaal. "Als je dan toch wil veranderen van voeding, doe het dan heel geleidelijk aan. Begin met 90% van het oude en 10% van het nieuwe en voeg dan elke dag een beetje meer van de nieuwe voeding toe.”
Puppy of seniorenvoeding?
“Kittens en puppy's moeten groeien en moeten aangepaste voeding krijgen met veel voedingsstoffen in." Tijdens een verkenningstocht in de dierenspeciaalzaak zal je snel zien dat er voeding is voor alle soorten honden en katten: van puppies tot senioren, van grote tot kleine, van actieve tot rustige en zelfs voor dieren met nier- of andere problemen.
“Dat brede assortiment met aangepaste voeding is geen nonsens. Want een hond die ouder wordt bijvoorbeeld, mag niet zo veel voedingsstoffen krijgen als een hond die met zijn baasje een halve marathon loopt. Anders krijgt die nierproblemen.”
Zelf koken of niet?
Je hebt ook mensen die zweren bij "BARF", dat staat voor Bones And Raw Food, botten en rauwe voeding. “Zij gaan koken voor hun dier: vers vlees, meestal orgaanvlees gemengd met rijst en groenten."
Op zich is er niets mis met die trend, al waarschuwt Chris wel voor enkele gevaren. "Je moet 100% zeker zijn dat je niets giftigs geeft aan je dier. Voeg bijvoorbeeld geen chocolade, noten, rozijnen en sommige kaassoorten toe."
"Zorg er bovendien voor dat je viervoeters genoeg voedingsstoffen binnenkrijgen. Dus als je zelf wil koken, bespreek het menu met de dierenarts.”
Restjes van tafel geven of niet?
“Restjes van tafel geven, is heel onverstandig. Zonder het te beseffen geef je hen misschien iets wat giftig kan zijn. Een stukje varkensvlees bijvoorbeeld is echt niet goed voor je dier. Het kan bepaalde bacteriën en/of virussen bevatten die dodelijk kunnen zijn."
"Het is trouwens heel moeilijk om te bepalen wat jouw kat of hond echt nodig heeft. Dat hangt van veel factoren af zoals activiteitsgraad en leeftijd. Voeding is vaak zoeken", zegt Chris nog.
Je gaat dus beter niet in op een kwijlende hond als je aan tafel zit. Nog beter: zorg dat je dier niet naast je zit tijdens jouw maaltijd. "Als ik aan het eten ben, dan weten mijn honden dat ze op hun mat moeten blijven tot wanneer ik klaar ben."

