In Gent heeft een rechter zakenman Guido Dumarey een boete van 160.000 euro opgelegd voor enkele bouwovertredingen. Nochtans had het openbaar ministerie "slechts" 10.000 euro geëist (door de opdeciemen is dat in werkelijkheid 80.000 euro). De rechter hield evenwel rekening met het "uitzonderlijke vermogen" van de zakenman, die 20 miljoen euro per jaar verdient. Hoe eerlijk is dat?
160.000 euro in plaats van 80.000: rechter in Gent geeft zakenman Guido Dumarey hogere boete omdat hij steenrijk is
Een celstraf van zes maanden (waarvan de helft met uitstel) en een geldboete van 160.000 euro voor enkele milieu- en bouwovertredingen. Dat is de straf die zakenman Guido Dumarey van een rechter in Gent heeft gekregen. Dat terwijl het openbaar ministerie een boete van "slechts" 10.000 euro had geëist (red. vermenigvuldigd met de index, dus maal factor 8) en 6 maanden effectief.
Dumarey is ondernemer in de auto-industrie en zou een vermogen van ruim 700 miljoen euro hebben. Dat en zijn 27 eerdere strafveroordelingen (waarvan 22 voor verkeersinbreuken) deed de rechter beslissen om een harde straf uit te spreken.
In het vonnis motiveerde de rechter de hoge geldboete zo: "Ter terechtzitting verklaarde hij (Guido Dumarey, red.) dat hij een jaarlijks inkomen heeft van 20 miljoen euro. Dat verklaart wellicht zijn stoutmoedigheid en zijn waan van ongenaakbaarheid. Het zou inefficiënt en asociaal zijn mocht daarmee geen rekening gehouden worden bij het bepalen van de geldboete."
Zouden rijke mensen hogere boetes moeten krijgen dan mensen met minder geld?
Strafmarge
Dumarey noemt het vonnis in De Tijd absurd en zal dan ook in beroep gaan. Hij vindt dat hij zeer hard aangepakt wordt. Is dat ook zo? Hoe oneerlijk is dit vonnis? Mag een rechter iemands vermogen zomaar in rekening brengen bij het uitspreken van een straf?
"Een rechter heeft een strafmarge en mag zelf bepalen hoe hoog hij de boete wil opleggen binnen die marge", zegt Lukas Van Roy in "De wereld vandaag" op Radio 1. Hij is onderzoeker financiële draagkracht binnen het strafrecht, verbonden aan de KU Leuven. "Die inschatting maakt de rechter aan de hand van de feiten. Eén van de elementen waarmee een rechter ook rekening moet houden, is de sociale toestand van de beklaagde."
In ons land hebben strafrechters veel vrijheid in het bepalen van een strafmaat. Er bestaan wel "strafvorken". Zo'n vork legt een minimale en maximale geldboete vast voor een bepaald misdrijf. De rechter kan dus afhankelijk van de feiten en de bredere context binnen die vork zelf de boete bepalen. Bij die bredere context hoort dus ook de financiële toestand van beklaagden.
"Daar wordt vaak rekening mee gehouden", vertelt Van Roy. "Ook in de omgekeerde richting, bij mensen met een laag vermogen. Een rechter mag zelfs onder de minimumgeldboete gaan als de beklaagde kan aantonen dat die zich in een precaire financiële toestand bevindt. Boven de maximumgeldboete gaan, mag echter niet."
Financiële privacy
Nu wil dit nog niet zeggen dat inkomen of vermogen altijd een rol spelen bij het bepalen van een straf. Dat is namelijk erg afhankelijk van welke rechter je voor je krijgt en er is geen harde verplichting voor rechters om dit in rekening te brengen. "De rechter moet bijvoorbeeld niet motiveren waarom hij daar geen rekening mee houdt. Bovendien moet de beklaagde zelf ook wel kunnen aantonen dat er een moeilijke financiële situatie is. En daar loopt het wel eens mis, want mensen met weinig vermogen hebben soms niet de middelen om aan alle documentatie te raken", legt Van Roy uit.
Het is ook niet altijd evident om goed in kaart te brengen wat iemands vermogen is. "Het begint al bij de vraag: wat is de financiële draagkracht van een persoon? Is dat het inkomen? Is dat het vermogen? Waar moet je rekening mee houden? En bij sommige mensen is het heel moeilijk om in te schatten wat hun vermogen is, omdat het bijvoorbeeld via een vennootschap georganiseerd is. Daarbij bots je al snel op de grenzen van de financiële privacy."
Benelux
In veel Europese landen zijn boetes wel gelinkt aan inkomen. "Finland was het eerste land waar zo'n systeem werd ingebouwd, al sinds 1921 houden ze daar bij verkeersboetes rekening met het inkomen van de overtreder. Sindsdien zijn veel landen gevolgd, eerst de Scandinavische landen, maar intussen werken ook veel West-Europese landen met een gelijkaardig systeem. Duitsland, Spanje, Zwitserland, Frankrijk en Portugal doen dit al, eigenlijk vormen de Benelux-landen de uitzondering binnen Europa."
Ook hier bij ons leeft de discussie. "In februari dit jaar werd nog een wetsvoorstel ingediend om verkeersboetes aan inkomen te linken." Volgens de onderzoeker valt daar ook wat voor te zeggen: "De functie van het strafrecht is iemand het signaal geven dat zijn of haar gedrag sociaal niet wenselijk is. Door een boete proportioneel te maken, gaat iedereen op een gelijke manier aanvoelen wat het effect van die straf is."
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen


