Er is in verhouding steeds minder geld beschikbaar voor de meest noodzakelijke klimaatmaatregelen. Daarvoor waarschuwt de VN in een nieuw rapport. De kloof groeit tussen het geld dat de meest kwetsbare landen nodig hebben en de fondsen die beschikbaar zijn. Tegelijk dreigt de ontwikkeling van nieuwe projecten te slabakken.
Terwijl de wereld opwarmt, stokt de klimaatsteun aan de meest kwetsbare landen
2023 is een jaar van klimaatextremen. Wereldwijd sneuvelde het ene na het andere temperatuurrecord, in Zuid-Amerika zelfs in het midden van de winter. De hoorn van Afrika kreeg voor het vierde jaar op rij een recorddroogte te verwerken. En op het noordelijk halfrond volgden bosbranden en overstromingen elkaar deze zomer op.
Maar terwijl de gevolgen van de klimaatverandering zich steeds sterker laten voelen, dreigen de meest kwetsbare landen zonder geld te vallen om die uitdagingen het hoofd te bieden. Dat blijkt uit een nieuw rapport van het UNEP, het Milieuprogramma van de VN, in de aanloop naar de VN-klimaatconferentie die eind deze maand begint in Dubai.
"Underfinanced. Underprepared" heet het rapport, of vrij vertaald: "te weinig geld en onvoldoende voorbereid".
De ontwikkelingslanden hebben 10 tot 18 keer meer geld nodig dan wat er voorhanden is aan publiek geld. Dat is de helft meer dan de vorige keer dat het UNEP de oefening deed. De VN schat de kloof op 194 tot 366 miljard dollar (183 tot 345 miljard euro) per jaar tot 2030.
Als de landen in het globale Zuiden hun nationale klimaatplannen daadwerkelijk zouden uitvoeren, dan zou dat jaarlijks 215 tot 387 miljard dollar (203 tot 365 miljard euro) kosten. Dat is meer dan het tienvoudige van het publiek geld dat overheden in 2021 investeerden in klimaatsteun: 21 miljard dollar (20 miljard euro), 15 procent minder dan het jaar voordien.
Vier jaar droogte
Het gaat om geld dat nodig is voor landen om zich aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering (adaptatie in klimaatjargon). Denk bijvoorbeeld aan voedselvoorziening tijdens periodes van droogte of hogere dijken. Het gaat nog niet om het herstellen van klimaatschade (loss and damage). Die fase komt een stap later, wanneer het niet gelukt is om zich tijdig aan te passen aan de veranderde klimaatomstandigheden.
Maar de twee gaan dus wel hand in hand. Hoe minder geld voor aanpassing, hoe meer schade. UNEP-directeur Inger Andersen gaf op de persvoorstelling van het rapport het voorbeeld van Kenia. Dat land doet het op zich vrij goed qua klimaatadaptatie, maar heeft het toch moeilijk om op te boksen tegen de steeds ellendigere weersomstandigheden.
"Kenia gaat al vier jaar gebukt onder extreme droogte. Als zulke landen jaar na jaar getroffen worden door klimaatrampen, dan weegt dat op het overheidsbudget", schetst Andersen. "Het aantal kinderen dat aangewezen is op zijn of haar school voor voeding, is door de droogte bijvoorbeeld verdubbeld. Dat heeft gevolgen voor de schatkist. Die landen moeten dus de nodige middelen hebben om hun weerbaarheid op te bouwen, want het risico op droogte zal alleen maar toenemen in de toekomst."
Die klimaatrisico's zijn overigens geen strikt-Afrikaans probleem, vulde Ibrahim Thiam van de VN-Conventie tegen Verwoestijning nog aan. "Elk jaar verliezen we wereldwijd 1 miljoen hectare land dat gedegradeerd raakt. Vooral in Sub-Sahara-Afrika, maar ook in West- en Noord-Azië, Latijns-Amerika, de Caraïben en de Verenigde Staten. Adaptatie is niet alleen een zaak voor ontwikkelingslanden maar voor de hele wereld."
"Er voltrekken zich steeds meer klimaatrampen voor onze ogen", besloot hij, "maar tegelijk besteden we er steeds minder aandacht aan".
Klimaatconferentie
Nochtans zijn de winsten die kunnen worden gemaakt, enorm. Zo levert elke dollar die geïnvesteerd wordt in overstromingsmaatregelen 14 dollar op aan uitgespaarde schade.
Wat moet er dan gebeuren om het tij te keren? En vanwaar moet dat geld dan komen? De VN kijkt onder andere naar de privésector. Het raadt ook aan om meer kleine en middelgrote bedrijven te betrekken bij klimaatontwikkeling, omdat die vaak het gros van het BNP voor hun rekening nemen. Maar even goed houdt het rekening met geld dat migranten naar hun thuisland sturen, en dat vaak een belangrijke aanvulling vormt op de schatkist.
De meest ambitieuze oplossing is tegelijk de grootste uitdaging: een hertekening van de internationale financiële architectuur. Zo is het voor Afrikaanse landen vandaag tot acht keer duurder om geld te lenen bij ontwikkelingsbanken en fondsen dan voor de rijkste Europese landen. Daardoor worden grote (klimaat)infrastructuurwerken onbetaalbaar.
Tijdens de eerste Afrikaanse klimaattop in Afrika, die in september gehouden werd, was dat een van de grote agendapunten. En het belooft ook een hot topic te worden op de VN-klimaatconferentie die eind deze maand begint. Ook loss and damage, met bijvoorbeeld een internationaal fonds voor klimaatschade, zal daar trouwens een belangrijk gespreksonderwerp worden. Tijdens de vorige klimaatconferentie werd besloten dat er zo'n fonds moest komen, maar nu moet het ook praktisch uitgewerkt worden.
"We hopen dat dit rapport de onderhandelingen op de klimaatconferentie kan ondersteunen", zei Henry Neufeldt, de hoofdauteur van het rapport.
De VN hoopt dat de klimaatconferentie een keerpunt kan worden en dat beleidsmakers, multilaterale ontwikkelingsbanken, investeerders en de privésector mee zullen helpen om het gat tussen klimaatnoden en -fondsen (een beetje) te dichten.


