Gisteren heeft de regering in de bevoegde Kamercommissie maatregelen toegelicht die het uitwijzingsbeleid mee moeten aanscherpen. Ze krijgt forse kritiek van de oppositie omdat een Tunesiër die hier illegaal verbleef twee Zweedse voetbalfans heeft doodgeschoten. Premier De Croo (Open VLD) en staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor (CD&V) legden uit hoe ze dit in de toekomst hopen te voorkomen, maar eigenlijk bevatte hun uitleg over een aanklampend terugkeerbeleid geen nieuwe elementen.
Wordt het uitwijzingsbeleid strenger na de aanslag in Brussel? Veel stoere woorden, maar hoe zit het met de daden?
Maandagavond schoot de Tunesiër Abdessalem Lassoued twee Zweedse voetbalsupporters dood in Brussel. De man verbleef hier illegaal. Premier Alexander De Croo (Open VLD) kon niet anders dan in de Kamercommissie toegeven dat de man hier eigenlijk niet mocht zijn. Kamerlid Theo Francken (N-VA) omschrijft het asielbeleid van de regering als "een absolute ramp".
Los van de belofte dat de regering tijdens haar Europees voorzitterschap zal aandringen op een meer assertieve Europese houding om Noord-Afrikaanse landen aan te zetten hun onderdanen terug te nemen die hier illegaal verblijven. In de hoop uiteraard dat meer druk uitoefenen ook iets zal uithalen.
In dat verband pleit Vooruit-voorzitter Conner Rousseau trouwens voor economische en/of financiële sancties tegen die landen die weigeren hier uitgezette asielzoekers terug te nemen. Dreigen met een stopzetting van de ontwikkelingshulp lijkt hem geen goed idee, want dan wordt de bevolking van die landen getroffen. Op het budget van minister van Ontwikkelingssamenwerking Caroline Gennez (Vooruit) wordt dus niet beknibbeld. Open VLD-voorzitter Tom Ongena is het met dat laatste niet eens. "Ik vind dat álle middelen moeten worden ingezet: visabeleid, gezinshereniging, arbeidskaarten, maar dus óók ontwikkelingssamenwerking", zegt hij in "Villa Politica".
Als we Groen-covoorzitter Jeremie Vaneeckhout mogen geloven, is het voorstel van zijn collega van Open VLD vrij zinloos: ons land blijkt geen euro ontwikkelingshulp aan Tunesië te geven.
Niets nieuws onder de zon
Maar wat kan ons land zélf doen? Premier De Croo noemde gisteren twee mogelijke maatregelen. Voor een betere uitwisseling van informatie moet er een database komen van mensen die het bevel hebben gekregen om het land te verlaten en moet die database met andere databases worden gekruist. Daarnaast moet de capaciteit van de gesloten centra beter benut worden.
Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor (CD&V) herhaalde haar pleidooi voor een performanter uitwijzingsbeleid en verwees naar haar wetsvoorstel voor een aanklampend terugkeerbeleid. Wie het land uit moet, zal daardoor verplicht worden om mee te werken aan zijn terugkeer. Daarnaast komt er een betere benutting van de bestaande plaatsen in de bestaande terugkeercentra, én komen er vier bijkomende centra voor mensen die worden uitgezet. "Terugkeer is vrijwillig als het kan, gedwongen als het moet", luidt haar devies.
"Dat zijn de teksten die goedgekeurd zijn in de regering en waar maanden aan gewerkt is, ook door ons", bevestigt Groen-covoorzitter Jeremie Vaneeckhout.
Conclusie: echt veel nieuws over het onderwerp hebben we eigenlijk niet gehoord. Het kabinet van staatssecretaris De Moor bevestigt wel dat haar wetsontwerp is ingediend in het parlement en dat het de bedoeling is dat de Kamer er zich volgende maand over uitspreekt.
Open VLD-voorziter Tom Ongena wil ook de woonstbetredingen weer op tafel leggen als middel om mensen in de illegaliteit op te sporen. Maar het valt te betwijfelen of Groen in die redenering mee zal stappen.
De toekomst zal het uitwijzen
De N-VA vindt het allemaal te weinig. "Weet je wat in dat ontwerp (van staatssecretaris De Moor, red.) staat? Een verbod op opsluiting van gezinnen in het kader van repatriëring. Met andere woorden: Abdesalam Lassoued had nooit teruggestuurd kunnen worden, want hij had een kind", vindt Kamerlid Theo Francken.
Dat blijkt niet echt te kloppen. Het wetsontwerp vermeldt inderdaad dat minderjarigen niet in een gesloten centrum mogen worden vastgehouden. "Maar dit verbod heeft absoluut geen invloed op de verwijdering van criminelen en personen veroordeeld voor radicalisme of voor geradicaliseerde personen", horen we op het kabinet van Nicole de Moor. Met andere woorden: een dader kan van zijn gezin worden geïsoleerd en worden uitgezet.
Of het aanklampend beleid van De Moor in de toekomst effectief leidt tot een strenger uitzettingsbeleid, zal de toekomst moeten uitwijzen.
Geen mirakeloplossingen
"Het is belangrijk dat we naar een strikter uitwijzingsbeleid gaan", beklemtoont Open VLD-voorzitter Tom Ongena. Stoere taal, voorwaar. Maar gisteren temperde staatssecretaris Nicole de Moor zelf de verwachtingen. "De uitdaging waarvoor we staan, is groot", waarschuwde ze. "Er is niet één mirakeloplossing."
De cijfers tonen aan dat het probleem van mensen in de illegaliteit inderdaad niet in een handomdraai op te lossen valt.
Er zijn in ons land naar schatting 150.000 à 200.000 mensen die hier illegaal verblijven.
Gemiddeld 20.000 à 25.000 personen per jaar krijgen een bevel om het grondgebied te verlaten.
Vandaag hebben de terugkeercentra een maximale capaciteit van 751 plaatsen.
Gemiddeld 250 plaatsen in de terugkeercentra worden niet benut (door onderhoudswerken, door personeelstekort of omdat er een buffercapaciteit voor dringende gevallen wordt vrijgehouden).
Met de drie terugkeercentra en het vertrekcentrum die er binnenkort moeten bij komen, wordt de capaciteit opgetrokken tot 1.145 plaatsen.
U merkt het: de opvangcapaciteit in de terugkeercentra blijft beperkt. Bovendien weten we vandaag nog niet of een dwingende houding tegenover bepaalde landen van herkomst - van België zelf of in Europees verband - ook tot resultaten zal leiden.
De reality check van de cijfers
Dreigt er dan geen flessenhalseffect in overvolle terugkeercentra hier? We legden ons oor te luisteren bij de Dienst Vreemdelingenzaken zelf, die verantwoordelijk is voor de gesloten centra.
Er blijkt een maximale juridische termijn te bestaan voor een verblijf in een terugkeercentrum: 5 maanden, uitbreidbaar tot 18 maanden als iemand bijvoorbeeld een gevaar voor de openbare orde vormt. Daarna moeten mensen weer worden vrijgelaten.
In 2022 is 77 procent van de personen uit gesloten centra effectief uitgezet, in 2019 was dat nog 58 procent.
Het is niet zo dat Noord-Afrikaanse landen géén mensen terugnemen, al blijven de aantallen beperkt: dit jaar zijn amper 18 mensen teruggestuurd naar Tunesië, 29 naar Marokko.
In de terugkeercentra verblijven vooral personen die moeten worden uitgewezen naar landen die hun burgers terugnemen. Afghanen bijvoorbeeld worden meestal niet opgenomen in gesloten centra omdat hun land van oorsprong geen onderdanen terugneemt.



