De aanslag in Brussel roept veel vragen op bij VRT NWS-justitiejournaliste Caroline Van den Berghe. "Hoe kon die man zo lang onder de radar blijven voor de veiligheidsdiensten? Hij is geradicaliseerd tot het punt dat hij een aanslag pleegde met een oorlogswapen."
Hoe kan een terrorist zo lang onder de radar blijven?
Een aanslag ín Brussel, dat roept meteen nare herinneringen op aan de aanslagen van 22 maart 2016. Toen ging het om een groep waarvan de overlevende terroristen na een groot proces recent nog veroordeeld werden.
Toen werd ook een parlementaire commissie opgericht om te onderzoeken wat er fout was gelopen en wat er moest veranderen om te vermijden dat België weer zo zwaar getroffen zou worden door aanslagen.
Nulrisico bestaat niet
Nu, amper een maand na de uitspraak in het grote terreurproces, is Brussel weer opgeschrikt door een terroristische aanslag.
“Een nulrisico bestaat niet, maar na alles wat we meegemaakt hebben, kan je je wel de bedenking maken dat het een en het ander niet gewerkt heeft”, klinkt het kritisch uit de mond van justitiejournaliste Caroline Van den Berghe. Zoveel is zelfs nu, daags na de aanslag al duidelijk.
Dit keer werd de aanslag weliswaar niet gepleegd door een georganiseerde groep met daarin teruggekeerde Syriëstrijders, zo merkt Van den Berghe op, maar door iemand die kennelijk alleen heeft gehandeld: Abdessalem Lassoued, een 45-jarige Tunesiër die al jarenlang illegaal in ons land verbleef.
Wel gekend, niet op de lijst
De man was gekend bij de veiligheidsdiensten, maar stond niet op de OCAD-lijst. Die lijst met alle personen die “een extremistische of terroristische dreiging kunnen vormen voor België” , werd in het leven geroepen na de aanslagen van 2016.
In juli van dat bewuste jaar kregen de Belgische veiligheidsdiensten via een buitenlandse politiedienst onbevestigde informatie dat Abdessalem Lassoued “een geradicaliseerd profiel had en wilde vertrekken naar de conflictzone van de jihad”, zo liet minister Vincent Van Quickenborne (Open VLD) afgelopen nacht weten tijdens een persconferentie.
“Dat soort meldingen waren toen legio, er waren er tientallen per dag. Die informatie is onderzocht en er kon verder niets mee gedaan worden”, aldus de minister. “Daarnaast waren er geen concrete aanwijzingen van radicalisering, daarom stond hij niet op de OCAD-lijst." Het is niet duidelijk of Lassoued in 2016 al in ons land was, of dat de melding naar verschillende landen gestuurd is.
Asielaanvraag geweigerd
Wat we wel zeker weten, is dat de man in november 2019 asiel heeft aangevraagd in ons land. Maar in oktober 2020 volgde een negatieve beslissing over zijn asielaanvraag.
“Kort nadien is hij van de radar verdwenen", zei staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor (CD&V) op dezelfde nachtelijke persconferentie.
Het is dweilen met de kraan open.
Op 12 februari 2021 is Lassoued vervolgens uit het rijksregister geschrapt en in maart 2021 kreeg hij het bevel om het grondgebied te verlaten, schetst De Moor de chronologie. En daar, zo merkt Caroline Van den Berghe, zit de wortel van het probleem.
"Alles begint bij het beleid dat mensen een papier krijgen om het land te verlaten”, maar dat daar te weinig mee gebeurt om ze ook effectief het land te doen verlaten. “En de politie op het terrein staat er ook machteloos tegenover”, aldus Van den Berghe. “Het is dweilen met de kraan open.”
Criminaliteit
In België verblijven naar schatting 150.000 mensen zonder verblijfsdocumenten. Door hun onzekere bestaan - ze hebben niets - komen ze niet zelden in de criminaliteit terecht.
Zo ook Abdessalem Lassoued. Eerder dit jaar zou hij via sociale media een persoon in een asielcentrum hebben bedreigd. Die bedreiging zou te maken hebben gehad met drugs en niet met terreur.
Het slachtoffer deed aangifte en voegde eraan toe dat Lassoued veroordeeld zou zijn in Tunesië voor terrorisme, zo zei minister van Justitie Van Quickenborne afgelopen nacht. Nu is gebleken dat Lassoued niet veroordeeld werd voor terrorisme, maar voor zogenoemde feiten van gemeenrecht.
Vergadering gepland
Hoe het ook zij: Lassoued werd de afgelopen tijd door de politie geseind voor verhoor en arrestatie. “En omwille van de mogelijke veroordeling voor terrorisme in Tunesië besliste de federale politie van Antwerpen op zondagavond 15 oktober om een zogenoemd Joint Information Centre bijeen te roepen, die vergadering was voor vandaag, 17 oktober, gepland”, zo zei minister Van Quickenborne afgelopen nacht.
Joint Information Centres zijn vergaderingen die in het leven werden geroepen na de aanslagen van maart 2016, op basis van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommisie, zo verduidelijkte minister Van Quickenborne. De bedoeling ervan? In terrorismedossiers alle informatie van de veiligheidsdiensten samenleggen om daarna te beslissen welke maatregelen er genomen moeten worden en door wie.
Maar daags voor dat geplande overleg heeft Lassoued een terroristische aanslag kunnen plegen, met twee dodelijke slachtoffers tot gevolg. Na de aanslag heeft de man in een video op Facebook de aanslag opgeëist, als aanhanger van terreurorganisatie Islamitische Staat. Daarna werd het profiel van Facebook al snel verwijderd.
Na de aanslag verschenen elders op sociale media beelden waarop te zien en te horen is hoe de dader wegreed met een scooter terwijl hij “Allahu akbar” riep – “Allah is groot”. Dat het een terroristische aanslag was, daarover bestaat geen enkele twijfel.
Hij is geradicaliseerd tot het punt dat hij een aanslag pleegde met een oorlogswapen. Dat roept toch ernstige vragen op.
Voor de aanslag had Lassoued nog een bericht gepost waarin hij zijn verontwaardiging uitte over de moord op een 6-jarige Palestijns-Amerikaanse jongen in de Verenigde Staten. Ook deelde hij nog beelden die verwezen naar het conflict in Israël en opriepen tot steun voor de moslims in Gaza.
Het is niet evident voor de veiligheidsdiensten om al dergelijke dingen te spotten, daarvan is Caroline Van den Berghe zich bewust. “Maar iemand die dergelijke dingen online post, die al geseind stond. Hoe kon die man zo lang onder de radar blijven voor de veiligheidsdiensten? Hij is geradicaliseerd tot het punt dat hij een aanslag pleegde met een oorlogswapen. Dat roept toch ernstige vragen op”, besluit Van den Berghe.








