Het weekblad Humo moet zijn artikels over de satirische website 't Scheldt niet offline halen en moet de papieren magazines ook niet uit de rekken verwijderen. De Antwerpse kortgedingrechter heeft de eis van Gert Van Mol, eigenaar van de website, ongegrond verklaard.
Humo-journalisten Jan Stevens en Jan Antonissen publiceerden de afgelopen weken uitgebreide artikels waarin 't Scheldt wordt voorgesteld als een "vehikel voor politieke vendetta en persoonlijke rancune". Ze maakten daarbij gebruik van sms- en WhatsAppverkeer van onder meer Gert Van Mol.
Van Mol spande daarop een kort geding aan tegen de twee Humo-journalisten, hun hoofdredacteur en tegen uitgever DPG Media. Hij vindt dat de artikelen en foto's zijn recht op privacy schenden. Er wordt volgens hem geciteerd uit sms- en WhatsAppberichten uit de privésfeer, die ook nog eens uit hun context werden gehaald en gebruikt worden om te framen
Bovendien zijn die berichten afkomstig uit het strafonderzoek naar 't Scheldt, dat werd opgestart na artikels waarin een voormalige Open VLD-woordvoerster werd beledigd. Hij meent dat er dus sprake is van misbruik van het inzagerecht, waarvoor hij klacht heeft ingediend.
Van Mol eiste dat de artikels offline werden gehaald en dat de papieren magazines uit de rekken werden verwijderd op straffe van een dwangsom. Humo en DPG Media verzetten zich daartegen. Ze voerden aan dat hun journalisten via bronnen een aantal berichten hadden gekregen en niet beschikten over het volledige strafdossier. Ze hadden ook niet over het privéleven van Gert Van Mol geschreven en hadden geen privéberichten gepubliceerd.
"Geen schending van de privacy"
De rechter heeft hen gelijk gegeven. Gert Van Mol mag terecht beschouwd worden als publiek figuur en de gepubliceerde foto's van hem situeren zich volgens de rechter binnen een zakelijk kader en dienen om in het kader van verslaggeving het publiek te informeren. "Zijn privacy werd door de aard en inhoud van de artikelen niet op onevenredige wijze miskend en er werd hem ook de mogelijkheid tot wederwoord aangeboden", klonk het.
De rechter oordeelde dat het niet is aangetoond dat de betrokken journalisten toegang zouden hebben tot het integrale strafdossier en verwees naar het journalistiek bronnengeheim waaruit volgt dat van hen niet mag worden verwacht dat zij hun bronnen zouden onthullen. De eis van Van Mol werd bijgevolg afgewezen als ongegrond.

