De zorg die geïnterneerden krijgen in de forensische psychiatrische centra (FPC's) in Gent en Antwerpen schiet tekort. Dat zeggen geïnterneerden en hun familieleden vanavond in "Terzake". De FPC's zijn hoogbeveiligde centra voor de behandeling van mensen met een psychiatrische problematiek die een misdrijf hebben gepleegd. Maar de voorzieningen kampen met personeelstekorten, geschrapte therapieën en een moeizame uitstroom.
"Dertig procent van mijn therapieën valt weg": geïnterneerden en hun ouders trekken aan alarmbel over zorg in forensische psychiatrische centra
"Ik zag geen uitweg meer voor mijn zoon. Ik heb gesmeekt om hem te helpen, om zijn drugsverslaving en agressiviteit aan te pakken. Toen hij opgenomen werd, dacht ik: hoera, na al die jaren gaat hij eindelijk de hulp krijgen die hij nodig heeft. Maar helaas..."
Aan het woord is Pascaline Clapdorp. Haar zoon Christophe (27) werd in de zomer van 2019 opgenomen in het forensisch psychiatrisch centrum in Antwerpen, nadat hij door een drugsverslaving op het foute pad was geraakt, feiten pleegde en geïnterneerd werd.
Ruim vier jaar later zit hij daar nog steeds. "In het begin zag ik hem verbeteren, maar vandaag gaat hij precies meer achteruit dan vooruit", zegt Pascaline. Ze stelt zich vragen bij de toestand in de centra. "De personeelsproblemen zijn zo groot dat ik het gevoel heb dat het FPC vandaag meer een gevangenis is dan een zorginstelling."
Brieven en berichten
Pascaline is niet de enige die zich zorgen maakt. Het voorbije jaar ontving onze redactie een tiental brieven en verschillende mails over de werking van de FPC's, van geïnterneerden, familieleden en (ex-)medewerkers. Handgeschreven of getypt, de boodschap was steeds hetzelfde: de zorg in de gespecialiseerde FPC's schiet tekort.
Een van de ouders die contact opnam, was Dirk De Wolf. Zijn zoon Jan (31) worstelt al van jonge leeftijd met autisme. "Toen hij als tiener drugs begon te gebruiken, werd hij psychotisch", vertelt Dirk. "Hij werd meermaals vrijwillig opgenomen in de psychiatrie, tot het helemaal misliep. Onder invloed deelde hij een kopstoot uit aan een verpleger. Om zijn agressieproblematiek onder controle te krijgen, werd hij geïnterneerd."
De eerste jaren verblijft Jan gewoon in de gevangenis, zonder aangepaste behandeling. Maar in 2017 opent het FPC in Antwerpen de deuren. Het is de tweede hoogbeveiligde voorziening voor "hoogrisicopatiënten" in ons land, drie jaar na de opening van een eerste in Gent. De nieuwe FPC's moeten het gebrek aan zorg voor de vele geïnterneerden in onze gevangenissen verhelpen. Eind 2018 wordt Jan overgeplaatst naar Antwerpen.
Net als Pascaline hoopt Dirk dat zijn zoon er eindelijk de nodige hulp kan krijgen. "Ze zeiden dat hij er één à twee jaar zou zitten, om hem dan voor te bereiden op een terugkeer naar de maatschappij. Maar in december zit hij er nu vijf jaar, en hij heeft nog altijd geen perspectief", zegt Dirk.
Rode blokken
Waar gaat het dan fout? "Ik zie veel goede bedoelingen, maar het loopt mis bij de uitwerking", zegt Dirk. "Om te beginnen valt door personeelstekorten een groot deel van de therapieën weg."
Hij haalt er enkele weekschema's bij waarop per dag de therapieën en de werk-, leer- en sportactiviteiten van zijn zoon staan. Meteen valt op dat een groot deel van de planning rood ingekleurd is: meer dan de helft van de sessies is geschrapt.
"Dertig procent van mijn therapieën valt weg", vertelt Jan zelf via de telefoon. Dat wordt ook bevestigd door een audit die de Zorginspectie begin deze zomer publiceerde. Zij zijn daarin weliswaar bijzonder lovend over het behandelaanbod, maar ze melden ook dat in Antwerpen vorig jaar 42 procent van de therapieën niet doorging. In de zomermaanden ging het zelfs om 66 procent.
Op de vraag om een reactie reageert het FPC zelf dat die cijfers een overschatting zijn. "Er worden verkeerdelijk heel wat therapieën meegerekend die sowieso niet doorgingen", klinkt het. "Een software-probleem. Onze systemen maken het helaas niet mogelijk om na te gaan hoeveel therapieën en dagactiviteiten precies wegvallen en om welke reden."
De personeelsproblemen zijn zo groot dat ik het gevoel heb dat het FPC vandaag meer een gevangenis is dan een zorginstelling
Pascaline Clapdorp, moeder van Christophe (27) die geïnterneerd is in FPC Antwerpen
Duidelijk is evenwel dat in sommige periodes een bijzonder groot deel van het behandelaanbod niet doorgaat. Hoe komt dat? "Ons behandelteam in Antwerpen telt slechts enkele medewerkers", reageert het FPC. "De afgelopen maanden kregen we een aantal openstaande vacatures niet ingevuld, waardoor meteen veel blokken wegvallen. Tel daarbij nog ziektes en verlof, en je hebt al gauw veel sessies die niet doorgaan." Ze stippen wel aan dat er ook therapeutische activiteit op de afdelingen gebeurt.
Duiventil
Personeelstekorten. Dat is de rode draad doorheen de getuigenissen. Vooral het enorme personeelsverloop bij het zorgpersoneel springt in het oog. Zij staan in voor de zorg en begeleiding van de geïnterneerden op de afdelingen waar ze verblijven, 7 dagen op 7 en 24 uur op 24.
"Het is hier een duiventil", vertelt Jan via de telefoon. "Ik zie hier continu nieuwe mensen. Heel veel jonge vrouwen beginnen, maar merken na enkele maanden dat het toch niets voor hen is en vertrekken weer. De helft op mijn afdeling is nog redelijk nieuw. Dat gaat zelfs zover dat ik soms zelf de regels moet uitleggen aan nieuwe medewerkers."
Op mijn afdeling starten continu nieuwe medewerkers. Dat gaat zover dat ik mijn begeleiders soms zelf de regels moet uitleggen
Jan De Wolf, geïnterneerd in FPC Antwerpen
Dat personeelsverloop wordt ook bevestigd door de audit van de Zorginspectie. Vorig jaar vertrokken in Gent 73 medewerkers, in Antwerpen waren dat er 91. Op een totaal van zo'n 500 zorgmedewerkers is dat bijna een derde.
Bovendien bevestigt de audit van de Zorginspectie dat het vooral gaat over jonge mensen: 231 van de 503 zorgmedewerkers zijn jonger dan 30 jaar. Dat is 46 procent. In FPC Antwerpen gaat het zelfs om iets meer dan de helft.
"Ik merk wel dat de meesten starten met de beste bedoelingen, maar het zijn bijna allemaal schoolverlatende vrouwen met amper ervaring", ziet Dirk. "En dat in de meest gespecialiseerde en hoogbeveiligde psychiatrische voorzieningen van ons land, waar de moeilijkste profielen zitten. Zo creëer je vanzelf gevaarlijke situaties."
"Velen zijn bijzonder jong en weten niet wat ze moeten doen", getuigt ook Jan. "Ik zie soms hoe ze schrik hebben voor ons, voor de profielen van mensen die hier zitten. Maar hoe kan je met mensen werken als je er schrik van hebt?"
Te lage personeelsnorm
"We hebben de voorbije jaren een plan uitgerold om personeel meer aan ons te binden, onder meer door in te zetten op betere scholing en coaching. We zien daar stilaan de eerste resultaten van, maar dat kost tijd", reageren de FPC's. Ze wijzen er ook op dat ze de voorbije jaren al heel wat (financiële) inspanningen deden om meer zorgmedewerkers aan te werven en zo voor meer stabiliteit te zorgen.
Zo creëer je vanzelf gevaarlijke situaties
Dirk De Wolf, vader van Jan die geïnterneerd is in FPC Antwerpen
Het probleem is dat de personeelsnorm die bij de opstart door de regering voorzien werd te laag is, stellen ze. In een interne evaluatie klonk het drie jaar geleden zelfs dat er zeker een derde meer personeel nodig is in Gent, en maar liefst de helft meer in Antwerpen.
Nochtans gaven de FPC's bij de opstart aan dat ze het wel met de huidige norm konden doen. "Maar we stelden in de praktijk vast dat de problematieken veel zwaarder zijn dan vooraf ingeschat", zeggen ze nu. De vraag voor een hogere personeelsnorm is voorgelegd aan de overheid, maar voorlopig kwam er geen respons.
Afschakelplan
En dat personeelsgebrek heeft gevolgen. De voorbije zomers zagen beide FPC's zich genoodzaakt om meermaals "afschakelplannen" te activeren. Dat houdt in dat er onvoldoende personeel is om de afdeling te bemannen, waardoor patiënten op hun afdeling of hun kamer moeten blijven. "Niet-dringende zorg" wordt daarbij uitgesteld.
"Op bepaalde dagen mocht Jan slechts twee keer per dag buiten om te roken, voor de rest moest hij op zijn kamer blijven", herinnert Dirk zich. "Maar dat zijn kale kamers van amper 20 m². Na een bezoek van anderhalf uur ben ik altijd blij dat ik weer weg ben. Beeld je in dat je daar een hele dag moet zitten..."
"Gelukkig vindt Jan een uitlaatklep in het tekenen van strips", vervolgt hij. "Maar dat kan je bezwaarlijk therapie noemen. Dat is hoogstens zelftherapie. Al ben ik wel blij dat hij dat nog heeft. Anders had hij zichzelf misschien al iets aangedaan..."
Dat de situatie weegt op de geïnterneerden, blijkt ook uit de vele getuigenissen die onze redactie binnenkreeg. Christophe ondernam zelfs al twee zelfmoordpogingen in het FPC, zegt Pascaline geëmotioneerd. "Na zijn eerste poging zei hij: 'Ik ben het beu, omdat ze me niet helpen'. Hij heeft gewoon geen enkel perspectief. Hoelang moet hij daar nog zitten?"
"Ik voel me vaak moedeloos, machteloos. Het is allemaal zo uitzichtloos", zegt Jan zelf. Hij ziet dat dat leidt tot agressie bij zijn medepatiënten. "We worden hier ook zo kinderachtig behandeld soms. Het is hier precies bandwerk. Maar wij zijn mensen, geen robots."
Vicieuze cirkel
"Jan zit in het FPC in een vicieuze cirkel", zegt ook Dirk. "Hij moet vooral zijn opstandigheid onder controle krijgen. Maar door de hele situatie in het FPC raakt hij enorm gefrustreerd, wat net leidt tot opstandigheid. Ik heb al vaak gezegd dat ze naar de oorzaken moeten kijken en niet het gevolg. Op deze manier zit hij er over twintig jaar nog."
De vele personeelstekorten komen de behandeling van Jan en Christophe niet ten goede, bevestigen ook (ex-)medewerkers van FPC Antwerpen anoniem. "Bij hen is het misschien wel erger geworden doordat ze in het FPC zijn beland", zegt een van hen.
Jan zit in een vicieuze cirkel. Hij moet vooral zijn opstandigheid onder controle krijgen, maar door de situatie in het FPC raakt hij zodanig gefrustreerd dat hij net opstandig wordt
Dirk De Wolf, vader van Jan die geïnterneerd is in FPC Antwerpen
Wat bovendien niet helpt, is dat er binnen de muren van de FPC's ook nog steeds veel drugs circuleren, horen we van tal van betrokkenen. Opvallend, aangezien maar liefst 6 op de 10 patiënten bij opname kampt met een verslavingsproblematiek. Het FPC zegt zelf van de aanpak van het drugsgebruik een prioriteit te maken.
Maar ook de uiteenlopende profielen zorgen soms voor problemen. Zo werd Christophe als kind seksueel misbruikt. "In het FPC zit hij nu aan tafel naast mensen die zelf dergelijke feiten gepleegd hebben", zegt Pascaline. "Hij zegt dan tegen mij: 'En dan moet ik kalm blijven, mama'. Dat helpt niet."
Moeizame uitstroom
Nochtans wijzen de FPC's erop dat sinds de opstart al 37,6 procent van het totale aantal opgenomen geïnterneerden uitstroomden, hetzij naar de maatschappij, hetzij naar een minder beveiligde voorziening voor het vervolg van hun behandeling. Dat aantal ligt in de lijn der verwachtingen, stellen ze.
Het probleem zit volgens hen vooral bij de moeilijke doorstroom naar de vervolgvoorzieningen, waar de plaatsen beperkt blijven. Ruim een kwart van de patiënten in de FPC's is in principe klaar om hun behandeling elders verder te zetten, maar de meesten staan op wachtlijsten, soms al meer dan een half jaar. Een deel wacht zelfs nog steeds op een eerste afspraak.
Bovendien is er een even grote groep die de facto niet kan uitstromen uit de FPC's. Bij een deel is dat omdat alle aanmeldingen bij vervolgvoorzieningen geweigerd zijn, of omdat het gaat om geïnterneerden zonder verblijfsrecht. Een andere groep wordt dan weer als quasi onbehandelbaar gezien. Dat zijn de zogenaamde long stay-profielen.
Bijgevolg zit slechts de helft van de geïnterneerden in beide FPC's er momenteel op hun plaats. Ondertussen neemt de wachtlijst toe: van 79 in begin 2019 naar 156 vandaag. De meesten van hen verblijven ondertussen gewoon in de gevangenis, zonder adequate zorg.
Lichtpuntjes
Toch zien Dirk en Pascaline ook positieve punten. "De psychoses van Jan waren het gevolg van druggebruik. Daar is hij in het FPC toch wel vanaf geraakt", zegt Dirk. Ook Pascaline heeft de indruk dat er bij haar zoon toch een zekere rust en meer schuldinzicht gekomen is.
"We moeten de lichtpuntjes blijven zien", besluit Jan zelf. "Soms denk ik al aan wat ik wil doen als ik buiten ben. Schilderen, werken, genieten van wandelingen door het bos. Dromen eigenlijk. Ik heb ook mijn dromen. Ik wil eindelijk de kans krijgen om aan mijn leven te beginnen."
Wie met vragen zit over zelfdoding kan terecht op de Zelfmoordlijn, op het gratis nummer 1813, of op zelfmoordlijn1813.be. Nood aan een gesprek? Dan kan u 24/7 terecht bij Tele-Onthaal op het nummer 106. U kan ook chatten via www.tele-onthaal.be . Jongeren kunnen terecht bij Awel op telefoonnummer 102, of via chat op awel.be .








