Moet een politicus altijd in de pas lopen? Die vraag komt bovendrijven nu Conner Rousseau (Vooruit) de zoveelste politicus op rij is die zijn excuses moet aanbieden na een misstap. "Ze hebben een voorbeeldfunctie", stelt filosofe Tinneke Beeckman. "Niet waar", zegt politicoloog Stefaan Walgrave. "Mensen doen domme dingen, en politici zijn ook maar mensen."
Na plasincident en "zattemansklap": hoe keurig moet een toppoliticus zich gedragen?
Conner Rousseau (Vooruit) die dronken de Roma-gemeenschap schoffeert, Vincent Van Quickenborne (Open VLD) die dronken een beweging maakt die sommigen interpreteren als een plasgebaar bij een politiecombi en Theo Francken (N-VA) die dronken in een bloembak urineert, om het op recente voorbeelden te houden. Of wat dacht u van ex-Vlaams Parlementsvoorzitter Kris Van Dijck (N-VA) die met 1,42 promille alcohol in zijn bloed tegen een aanhangwagen rijdt (2019), of van oud-minister van Pensioenen Michel Daerden (PS) die dronken speecht in de Senaat (2010)?
Lang duurt de brainstorm niet om bedenkelijk gedrag van voorname politici op te rakelen. Dan zwijgen we nog over mensen als Veerle Heeren (CD&V) die familie en vrienden voortrekt tijdens de coronavaccinatie, en Boris Johnson overzees die ongegeneerd coronafeestjes organiseert midden in de pandemie.
“Op het einde van de dag ben ik maar gewoon een mens”, verklaarde Theo Francken achteraf. Is dat zo, of mogen we van toppolitici meer verwachten? We leggen het voor aan filosofe Tinneke Beeckman en politicoloog Stefaan Walgrave.
Maatschappelijke relevantie
“Het menselijke mag niet uit het oog worden verloren, maar leiderschap en modelgedrag zijn zó belangrijk”, stelt Beeckman. “Hoe kan je iets verwachten van je kiespubliek als je zelf niet het goede voorbeeld geeft?” Niemand wordt verplicht om het publieke podium te betreden, zegt de filosofe. Als je beslist om dat toch te doen, dan zijn er normen en waarden om je aan te houden. “Gedrag zoals dat van Francken of Rousseau staat helemaal haaks op hoe voorstanders van democratie zouden moeten handelen.”
“Niet mee eens”, countert Walgrave. “Mensen doen domme dingen, en politici zijn mensen. We mogen die voorbeeldfunctie niet overdrijven. De vraag die we ons moeten stellen, is: wat is de maatschappelijke relevantie? Stel dat ik politicus was, en ik mijn vrouw zou bedriegen – wat ik overigens níet doe – dan heeft niemand daar zaken mee. Ik heb ook het recht om daarover te liegen, mocht een journalist mij ernaar vragen.”
Hoe kan je iets verwachten van je kiespubliek als je zelf niet het goede voorbeeld geeft?
Filosoof Tinneke Beeckman
Maatschappelijke relevantie wordt tegenwoordig te hard opgerekt, vindt hij. “Dingen die vroeger onder de mat zouden worden geveegd, worden vandaag toch gepolitiseerd. Ik twijfel er geen seconde aan dat in de jaren zeventig, tachtig en negentig de levensstijl van veel politici een stuk liederlijker was, maar toen ging daar minder aandacht naar. Intussen is de context sterk veranderd.”
Imago op losse schroeven
Sociale media spelen daar een belangrijke rol in, duiden beide experten. “Conner Rousseau is een merk”, aldus Beeckman. “Je weet waar hij voor staat, net zoals je dat van Nike-schoenen doet.”
Al staat dat imago op losse schroeven. “Vroeger begonnen politici onderaan de ladder en werkten ze zich op. Ze deden aan lokale politiek, gingen naar activiteiten, lieten hun gezicht zien tijdens sluitingen van fabrieken, smeedden banden met vakbonden en belangengroepen, bouwden langzaam maar zeker een reputatie op. Als ze dan eens betrapt werden op iets onfris, hadden ze een carrière om op terug te vallen. Rousseau heeft dat niet. Des te belangrijker dat zijn imago smetteloos blijft.”
Walgrave erkent dat politici die hun privéleven op sociale media etaleren, er mee voor zorgen dat de grens van maatschappelijke relevantie opschuift. “Niemand die weet waar Frank Vandenbroucke op vakantie gaat en van welke keuken hij houdt. Iemand als Rousseau wil bewijzen dat hij een mens van vlees en bloed is, maar dat heeft een keerzijde.”
Rousseau noemde het gisteren op de persconferentie een kwestie van toegankelijkheid. “Ik wil mezelf blijven, tussen de mensen blijven staan, met echte problemen van mensen bezig zijn. Ik wil tonen dat je als gewone gast aan politiek kunt doen en dingen kunt veranderen. Het evenwicht daarin vinden, is moeilijk.”
De rol van traditionele media mag volgens Walgrave in dit alles evenmin uit het oog worden verloren. “Materie om eens flink over te debatteren”, roept hij op.
Elk moment alert
Walgrave begrijpt dat Rousseau zijn gedrag op dronkenschap afschuift. “Pas nog vertelde een politicus me dat hij niet meer over durft te steken bij een rood licht, uit angst om gefilmd te worden en in een storm terecht te komen. Politici zijn zich bijzonder bewust van hun zichtbaarheid en letten elk moment buitenshuis op hun tellen. Wie dronken is, verliest de controle. Dan krijg je zulke dingen.”
Dat alcohol een ding onder politici lijkt te zijn, snapt hij eveneens. “Onderschat het niet: hard werken, nachtelijke uren, dikwijls in conflict met anderen. Stress doet rare dingen met mensen. Als ze even niet opletten, vallen ze door de mand.”
Is er dan niemand om hen in de pas te laten lopen? “Waarschijnlijk wel, maar de vraag is: luisteren ze nog”, zegt Beeckman. “Je ziet de kwaliteit van een politicus aan de raadgevers die hem omringen, zo zei filosoof Machiavelli ooit, en dat klopt. Je hebt mensen nodig die je een spiegel voorhouden, maar natuurlijk ook leiders die bereid zijn daar naar te luisteren.”
Hard werken, nachtelijke uren, dikwijls in conflict met anderen: stress doet rare dingen met mensen
Politicoloog Stefaan Walgrave
Walgrave hoopt bovenal dat het drama van de voorbije maanden mensen niet tegenhoudt om in de politiek te stappen. “Op deze manier wordt de job wel heel onaantrekkelijk. Maar: als de gedegouteerden vertrekken, blijven alleen de degoutanten over. We hebben politici nodig, het is de allerbelangrijkste job die er is.”




