In Zeeland heeft een man vorige week een vestingmuur uit de 18e eeuw ontdekt. Tijdens de werken voor zijn tuinvijver stootte hij op een muur van vijf meter hoog en tien meter breed. In "Zijn er nog vragen?" op Radio 1 legt stadsarcheoloog van Brugge Frederik Roelens uit waarom archeologische vondsten altijd onder de grond zitten: "Ze gooiden er vroeger gewoon zand over."
Waarom liggen archeologische vondsten altijd onder de grond? "De mens is eigenlijk gewoon lui"
Een muur van vijf meter hoog en tien meter breed, daar stootte Nederlander Erwin Jesterhoudt afgelopen week op tijdens opgravingen in zijn tuin. De muur is een stenen beer die dateert uit de 18e eeuw en diende vroeger om een vestinggracht onder water te zetten. Stadsarcheoloog van Brugge Frederik Roelen vertelt in 'Zijn er nog vragen?' op Radio 1 waarom die muur zoveel jaar later plots onder de grond ligt.
"De mens is een opportunistisch dier"
"De mens zal niet meer doen dan strikt noodzakelijk", legt Roelens uit. "Als er vandaag een muur in de weg zou staan dan komt er een aannemer langs met een kraan en een aantal containers. Vroeger moesten ze dat uiteraard anders oplossen. Toen konden ze zo'n muur niet gewoon slopen, dus gooiden ze er zand over."
"Net als aannemers waren er vroeger ook nog geen afvalverwerkers", zegt Roelens. "Op vrijdag zet ik altijd mijn afval buiten. 's Nachts wordt dat opgehaald. In de 18e eeuw ging dat natuurlijk niet. De makkelijkste manier was om je afval te verbranden of onder de grond te steken." Het straatniveau verhoogt op die manier langzaam aan. "In Rome zijn er opeenstapelingen van afval tot acht meter diep", vult Roelens aan. "De ophoping is afhankelijk van locatie tot locatie. In Brugge kan je afval vinden tot anderhalve meter diep. De grachten naast de vestingmuur in Zeeland zouden honderd jaar geleden opgevuld zijn met chemisch afval van de Gentse Haven."
"De natuur speelt ook een rol"
"Naast luiheid verhoogt het grondniveau ook op een natuurlijke manier", zegt Roelens. "Zand verplaatst zich door de wind. De Duinenabdij in Koksijde is daar een mooi voorbeeld van. De abdij domineerde het landschap in de middeleeuwen. In de 19e eeuw verlieten de bewoners de abdij en blies de wind de duinen over de abdij. Uiteindelijk werd die helemaal begraven."
Archeologen hebben wel nog even werk
Stadsarcheoloog va Frederik Roelens
Er is wel ergens een eindpunt, zegt Roelens. "Vandaag slaan we steeds meer dingen op in archieven. En als we gebouwen afbreken doen we dat tot op een diep niveau. Er valt wel nog wat te ontdekken als archeoloog, maar ook niet oneindig."
Beluister het volledige gesprek in "Zijn er nog vragen"
Waarom zitten archeologische vondsten altijd onder de grond?


