In Bredene is de nieuwbouw voorgesteld voor de zogenaamde bootsmannen van het Koninklijk Werk IBIS. Dat zijn ex-leerlingen van de scheepvaartschool die moeilijk thuis terecht kunnen en daar verblijven terwijl ze elders verder studeren.
Scheepvaartschool IBIS in Bredene stelt nieuwbouw voor waar jongeren verblijven die thuis moeilijk terecht kunnen
Het Koninklijk Werk IBIS in Bredene is een bijzondere school met internaat. In eerste instantie omdat ze zich vooral toespitst op kinderen en jongeren die het moeilijk hebben thuis, maar ook omdat er veel lessen rond scheepvaart draaien. In principe kunnen leerlingen er enkel terecht van het eerste studiejaar tot het vierde middelbaar. Maar wie daarna door omstandigheden moeilijk terug kan naar huis, mag ook nog een tijdlang op het internaat verblijven om dan les te volgen op een andere school. Die jongeren worden bootsmannen genoemd. Bootsvrouwen, meisjes dus die in die situatie zitten, zijn er voorlopig nog niet, al neemt het aantal meisjes op IBIS steeds meer toe.
In de nieuwbouw die vandaag is voorgesteld zijn acht kamers. Het gaat om een uitbouw bij twee andere gebouwen, die als weekendhuis worden gebruikt en meteen ook gerenoveerd zijn. De werken hebben zo'n 300.000 euro gekost en zijn gefinancierd met geld uit het fonds Strandschelp. Dat fonds is opgericht met de erfenis van een Oostendenaar. In totaal liet hij zo'n 30 miljoen euro na om kinderen te helpen in kansarmoede.
Steeds meer meisjes op IBIS
Dat er in het nieuwe verblijf ook ooit meisjes, bootsvrouwen dus, zullen terechtkomen wordt niet uitgesloten, integendeel zelfs, gezien het aantal meisjes op IBIS de voorbije jaren sterk gestegen is. "Vroeger werden hier geen meisje toegelaten", schetst directrice Angelique Speghelaere, maar dat veranderde vijf jaar geleden. Er is toen een eerste kleine groep ingetrokken van enkele jonge meisjes, van zes, zeven jaar. Wij hebben bewust voor die leeftijd gekozen omdat dat eenvoudiger was naar infrastructuur onder meer. Maar ondertussen zit die groep al in het eerste middelbaar en zijn er nog andere andere meisjes bijgekomen. Het aantal ligt nu al op 18. Op een groep van ongeveer honderd leerlingen is dat dus zo'n twintig procent."
Regionaal nieuws uit West-Vlaanderen


