Zowel Rusland als Oekraïne heeft het afgelopen jaar verschillende ambitieuze offensieven aangekondigd. Toch ziet het front er vandaag nauwelijks anders uit dan in oktober vorig jaar. En dat is geen goed nieuws voor Oekraïne.
Al een jaar lang is het front in Oekraïne nauwelijks veranderd, en dat kan Rusland goed uitkomen
Eind september vorig jaar. Het Oekraïense leger kijkt terug op een succesvolle oorlogsmaand. Nadat de Oekraïense troepen erin geslaagd waren om het grootste deel van de Charkiv-regio te heroveren, boekte het leger ook terreinwinst in Loegansk en Donetsk. Verschillende Russische commandoposten en opslagplaatsen werden ingenomen of vernietigd, overwinningen die goed waren voor het moreel van de troepen.
Maar dan gaat het snel bergaf. In oktober en november boekt het Oekraïense leger wel nog een beetje terreinwinst - zeker wanneer Rusland zich in november terugtrekt uit Cherson - maar daarna lijkt de frontlijn bevroren.
Ondanks negen maanden van bloedige gevechten aan het front, slaagde geen van beide landen erin om grote overwinningen te boeken. In totaal werd er sinds januari ongeveer 1.300 vierkante kilometer veroverd door beide legers. Dat is ongeveer de helft van de provincie Antwerpen. Niet erg veel voor een land dat ongeveer 20 keer zo groot is als België.
Loopgraven en verdedigingslinies
Het langverwachte Oekraïense tegenoffensief loopt dus niet zoals gehoopt. Doordat het offensief meerdere malen moest worden uitgesteld - door weersomstandigheden en westerse wapenleveringen die op zich lieten wachten - had het Russische leger de tijd om uitgebreide stellingen uit te bouwen en zich in te graven.
Daardoor begon de oorlog in Oekraïne opvallende gelijkenissen te vertonen met de Eerste Wereldoorlog. Beide legers verschansten zich in loopgraven. Voor elke kilometer terreinwinst moest zwaar gevochten worden en veel soldaten lieten het leven.
Lang had het er alle schijn van weg dat de Russische verdedigingslinies niet te doorbreken waren, tot het Oekraïense leger eind augustus het dorpje Robotyne aan het zuiden van het front heroverde. Sommige experten spraken van een mijlpaal, omdat die overwinning erop kon wijzen dat de troepen door de moeilijkste Russische linie doorbroken was.
SCHUIF - Het front in Oekraïne in januari en nu:
Ondertussen wint het leger ook terrein in de buurt van Verbove en Novoprokopivka, respectievelijk ten oosten en ten zuiden van Robotyne. Volgens het Insititute for the Study of War, een Amerikaanse denktank, is dat een "tactische doorbraak". Het betekent dat het Oekraïense leger succes boekt in zijn pogingen om de landbrug tussen het door Rusland bezette deel in het oosten van Oekraïne en de Krim te doorbreken.
Die landbrug is erg belangrijk voor de aanvoer van militair materieel en de bevoorrading van het Russische leger. Als het Oekraïense leger erin slaagt om die landbrug te doorbreken, zou dat een nieuw, grootschalig Russisch offensief kunnen bemoeilijken.
Weinig reden tot tevredenheid
Terug naar het grotere plaatje. Oekraïne mag dan wel beperkte vooruitgang boeken aan het oostfront, als het hele jaar mee in beschouwing wordt genomen, dan komt Rusland als winnaar uit de bus. Al is dat niet meteen een overwinning waar ze in het Kremlin erg tevreden van worden.
Sinds begin dit jaar kon ongeveer 1.300 vierkante kilometer veroverd worden door beide legers. Dat cijfer is echter het totaal van de veroverde gebieden door beide legers. Sommige van die gebieden werden tweemaal meegeteld als ze later ook opnieuw heroverd werden. Kortom, het cijfer is eigenlijk niet representatief voor de totale terreinwinst van beide legers.
Daarvoor moet eigenlijk gekeken worden naar de netto terreinwinst. Het Oekraïense leger slaagde er dit jaar (sinds januari) in om 370 vierkante kilometer terrein te heroveren, aan de andere kant veroverde het Russische leger bijna 860 vierkante kilometer. Ruim het dubbele dus (en samen goed voor 1.300 vierkante kilometer). Het levert Rusland een netto terreinwinst op van 490 vierkante kilometer op. Ter vergelijking, dat gebied is iets kleiner dan de oppervlakte van de Oekraïense hoofdstad Kiev.
Weinig redenen tot tevredenheid dus, noch in Moskou, noch in Kiev. Al is dat "bevroren front" waarschijnlijk wel slechter nieuws voor Oekraïne dan voor Rusland. Meer zelfs, het kan Rusland enig voordeel opleveren in de strijd en lijkt deel uit te maken van de Russische strategie, denkt Marina Miron, postdoctoraal onderzoeker oorlogsstudies aan het King’s College in Londen. Dat vertelt ze aan The New York Times.
Deel van de Russische strategie?
"Rusland verliest er niets bij door nu geen vooruitgang te boeken", zegt ze. "Het Russische leger lijkt zich zelfs comfortabel te voelen bij het behoud van de status quo aan het front." De Russische troepen overtreffen de Oekraïense strijdkrachten met bijna drie tegen één op het slagveld. Bovendien kan Rusland ook nog eens heel wat reservisten inroepen. Het land hoeft dus geen haast te maken."
"De hele strategie in Oekraïne bestaat eruit om Oekraïners tegen die Russische verdedigingen te laten lopen, zoveel mogelijk doden en zoveel mogelijk westers materieel te vernietigen," voegt ze eraan toe.
En vooral dat laatste kan Oekraïne parten spelen, want meer dan ooit komt de westerse hulp aan Oekraïne onder druk te staan. Toch blijft de meerderheid van de Europeanen wel achter de Oekraïense hulp staan. Volgens de meest recente cijfers van de Europese Commissie steunt 57 procent van de Europese burgers nog steeds de wapenleveringen aan Oekraïne. Dat is nog steeds een meerderheid, maar het cijfer neemt wel af.
Ook buurland Polen besliste recent om de wapenleveringen aan Oekraïne stop te zetten. Dat gebeurde na een woordenwisseling met de Oekraïense president Zelenski door een oplopend conflict over Oekraïens graan.
Niet alleen de druk op de wapenleveringen bezorgt de legerleiding in Oekraïne kopzorgen, ook de veranderende weersomstandigheden kunnen de strijd opnieuw bemoeilijken. Deze maand wordt opnieuw zware regenval verwacht. Modderig terrein bemoeilijkt het gebruik van zware voertuigen, zoals de pas aangekomen Amerikaanse Abrams-tanks of de Britse Challenger-tanks. De modder kan ervoor zorgen dat die tanks het front moeilijk kunnen bereiken.
De oorlog lijkt geëvolueerd tot een ware uitputtingsslag. Het ziet er dus niet meteen naar uit dat we snel grote veranderingen aan het front moeten verwachten.


