In Zweedse scholen maken laptops en tablets weer plaats voor studieboeken en notitieblokken. De onderwijsminister wil de digitalisering op school terugschroeven, omdat ze het leesniveau bij kinderen zien dalen. Maar technologie volledig bannen, is geen goed idee, zegt pedagoog Pedro De Bruyckere in "De ochtend" op Radio 1. "Pen en papier en digitaal onderwijs hebben beide voordelen en moeten elkaar afwisselen."
Zweden draait digitalisering op school terug en kiest voor meer pen en papier
Het Zweedse onderwijs was sterk gedigitaliseerd. Zelfs in de kleuterklas kregen kinderen al tablets. Dat wil de Zweedse overheid nu terugdraaien. Vanaf dit schooljaar streven Zweedse scholen opnieuw naar één leerboek per leerling en per vak.
De liberale onderwijsminister Lotta Edholm maakt daarvoor 60 miljoen euro vrij. De aanleiding voor die ommezwaai zijn de internationale resultaten over leesvaardigheid van het PIRLS-onderzoek . Zweden scoort nog altijd boven het gemiddelde, maar de leerlingen van nu blijken toch minder goed te scoren dan vroeger.
En daarom moet de school terug naar de basis, vindt de Zweedse onderwijsminister. Er moet meer worden ingezet op feitelijke kennis en basisvaardigheden.
Ondersteunen, niet verdringen
Zweden is niet het enige land waar de discussie woedt. Ook in Nederland gaan er stemmen op om weer over te schakelen op pen en papier. En de Unesco, de organisatie in de Verenigde Naties voor onderwijs, waarschuwde onlangs nog voor een te snelle digitalisering in het onderwijs. "Technologie moet menselijke interacties in het lesgeven ondersteunen, maar mag die nooit verdringen", klinkt het.
Volgens Pedro De Bruyckere, pedagoog en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool in Gent, heeft leren op papier voordelen die digitaal leren niet heeft. "Notities maken helpt bij het onthouden van de leerstof. En moeilijke teksten lezen vlotter op papier dan op een scherm", zegt De Bruyckere in "De ochtend" op Radio 1. "Bovendien kan technologie de leerlingen ook afleiden."
Zweeds onderwijs ruilt laptops en tablets terug in voor studieboeken
Pen, papier én scherm
Ook in Vlaanderen is het leesniveau van kinderen sterk achteruitgegaan. Aan het PIRLS-onderzoek namen 5.000 Vlaamse leerlingen uit het vierde leerjaar deel en uit de test bleek dat zij zowat een schooljaar achterlopen op hun Vlaamse leeftijdsgenoten uit 2006.
Toch evolueren we in Vlaanderen momenteel wel nog volop in de richting van méér digitalisering. Elke leerling in het eerste middelbaar krijgt een laptop en ook in de lagere school brengen de leerlingen heel wat tijd door voor een scherm.
Maar dat hoeft volgens De Bruyckere niet meteen een probleem te zijn. Digitaal onderwijs heeft ook voordelen die pen en papier dan weer niet kunnen bieden. "Onderzoek toont aan dat gepersonaliseerde oefeningen een meerwaarde zijn", zegt De Bruyckere. "De technologie onthoudt dan welke fouten de leerlingen maken en gaat die oefeningen herhalen tot ze die onder de knie hebben. Dat is moeilijker te organiseren met pen en papier."
De beste oplossing in de klas is volgens De Bruyckere daarom "blended learning". Dat wil zeggen dat pen en papier en digitaal onderwijs elkaar afwisselen. Al is dat in de praktijk niet altijd zo eenvoudig. "Je moet weten wanneer je welke vorm moet gebruiken. Bovendien maakt het de schoolrekening voor leerlingen ook duurder en ook hun rugzak wordt zwaarder."


