In Marokko zijn nu al bijna 2.700 doden geteld na de zware aardbeving van afgelopen vrijdag. Maar wellicht loopt het dodental nog verder op, want vooral de bergachtige streek ten oosten van Marrakesh is zwaar getroffen. Journalist Inge Vrancken trok vandaag naar zo'n afgelegen bergdorp in het rampgebied en vertelde in "Terzake" hoe de wegen er helemaal afgesloten zijn door rotsblokken.
Inge Vrancken aan voet van Atlasgebergte: "Blijft onoverzichtelijk hoe groot schade in bergdorpen is en hoeveel slachtoffers er daar zijn"
"Wij zijn vandaag diep in het Atlasgebergte getrokken", vertelt Vrancken. "Daar is nog niemand geweest, dorpen zijn er nog altijd afgesloten. We hoorden vandaag inwoners praten over 80 kleine gehuchten die vlakbij in de bergen liggen maar waar nog niemand geweest is. Het blijft zo onoverzichtelijk, het is niet duidelijk hoe groot de schade is en hoeveel slachtoffers er precies gevallen zijn in die bergdorpen."
Vooral de chaos blijft Vrancken bij. "Het grootste probleem is dat die wegen nog altijd niet goed toegankelijk zijn en dat zorgt voor enorme chaos. Er liggen grote rotsblokken op de weg. Er zijn bulldozers aan het werk om die weg te halen maar op één plaats is dat niet gelukt en dan moet er zwaarder materiaal worden aangeleverd en dat duurt allemaal héél lang. Als we dan met mensen praten, zeggen ze dat ze nog niemand gezien hebben. Gewone Marokkanen komen hulp leveren en dat wordt in dank aanvaard maar dat moet dan met ezeltjes beneden worden opgehaald en met die ezeltjes moet dan verder de bergen ingetrokken worden om de spullen tot in de dorpen te krijgen. Het gaat dan om eten, drinken én dekens - want het is daar koud 's nachts. De belangrijkste vraag die we gekregen hebben, was om tenten. Mensen hebben tenten nodig om zich overdag te beschermen tegen de zon en 's nachts tegen de koude."
Vandaag was er al veel te doen over het feit dat Marokko voorlopig maar van vijf landen hulp aanvaardt. Toch is er bij de lokale bevolking weinig kritiek te horen. "Het is in Marokko verboden om kritiek te hebben op de koning en dat zit hier heel erg ingebakken", vertelt Vrancken. "Als je mensen de vraag stelt, gaan ze er eerder omheen praten: "We komen niks tekort want Marokkanen zijn zo solidiar en ze komen ons zoveel hulp brengen". Als je met officiële instanties praat zoals burgemeesters van zo'n bergdorp, hoor je dat alles heel goed loopt, dat de hulpverlening goed gecoördineerd wordt. Die kritiek hebben we de voorbije dagen niet letterlijk gehoord, ook niet als we ernaar durven vragen."

