Miljoenen heeft Saudi-Arabië over om op de voetbalkaart te kunnen staan. Van Ronaldo tot Benzema en nu zelfs onze Rode Duivel Yannick Carrasco: allemaal zwichten ze voor het geld van de Saudische voetbalclubs. Maar waarom wil het land zich zo graag profileren als voetballand? Wil het de kritiek op mensenrechten doen verdwijnen of speelt er meer mee?
Saudi-Arabië profileert zich als voetballand, maar waarom pompen ze zoveel geld in de sport?
In januari leek het nog alsof enkel Cristiano Ronaldo en eventueel Lionel Messi hun carrière zouden afsluiten in Saudi-Arabië, maar uiteindelijk volgde de ene toptransfer na de andere. Messi koos voor Inter Miami, maar Ronaldo, Benzema, Neymar en zelfs onze eigen Yannick Carrasco vonden – met de hulp van enkele miljoenen – hun weg naar de Saudische clubs.
Saudi-Arabië wil zich duidelijk profileren als het nieuwe voetballand. Wat denken ze daarmee te bereiken?
Nationale rust bewaren
Saudi-Arabië heeft al zich al meer dan één keer schuldig gemaakt aan het schenden van mensenrechten. Iets wat ze al te graag willen verdoezelen, maar tegelijk willen ze ook hun eigen volk tevreden houden. Dat denkt Simon Chadwick, sporteconoom en geopolitiek expert aan de SKEMA Business School.
"70 procent van de inwoners zijn jonger dan 35 jaar. Die Generatie Z stelt veel eisen en de overheid is bang dat als ze niet luisteren, er een nieuwe Arabische Lente vol radicalisering zal starten", stelt Chadwick in "Terzake". Om aan die eisen tegemoet te komen, zetten ze volop in op entertainment in de vorm van voetbal.
Dat geeft het land de kans om te zeggen: "Jullie willen Ronaldo, entertainment en fantastische voetbalclubs? Jullie krijgen het, maar dan mogen jullie geen vragen stellen over ons beleid." Dat zegt zowel Chadwick als Duaa Dhainy van mensenrechtenorganisatie European Saudi Organisation for Human Rights. "Je zal zien, als iemand kritiek durft tonen, zal die gearresteerd worden. Het moet een goednieuwsshow blijven."
BEKIJK - De video waarmee de Saudische voetbalclub Al Hilal aankondigt dat Neymar het team vervoegt:
Internationaal nieuwe grootmacht worden
Niet alleen nationaal moet alles perfect ogen, ook voor de wereld daarbuiten kiest Saudi-Arabië doelbewust voor voetbal. "Zo hopen ze dat iedereen vergeet dat ze mensenrechten schenden. Ze willen het narratief verleggen door te focussen op voetbal en zotte transfers", gaat Dhainy verder. "Iedereen praat over de miljoenen, niemand over de doodstraffen en martelingen.”
"Ze gaan voor een perfect imago waardoor hun reputatie vergeten kan worden", merkt ook Chadwick. Hij maakt de vergelijking met Brazilië. Daarbij denken mensen niet aan corruptie, ontbossing en criminaliteit, maar wel aan Pelé, voetbal en stranden. "We beseffen soms niet wat voor een impact voetbal heeft. Ook in het Verenigd Koninkrijk wordt er meer gesproken over voetbal dan over de financiële crisis."
Volgens Chadwick ziet Saudi-Arabië het nog grootser. "Ze willen een nieuwe grootmacht worden. Hun geografische positie zit al mee: net tussen Europa, Azië en Afrika. Dat schept veel kansen. Daarom willen ze met Griekenland en Egypte in zee om een wereldbeker te organiseren."
Sportswashing
Volgens zowel Chadwick als Dhainy doet het land zonder twijfel aan sportswashing: ze gebruiken de sport om hun reputatie op te krikken.
Dhainy hoopt dat de maskers snel afvallen. "De straffen die hier worden uitgevoerd, de mensenrechten die geschonden worden en de folteringen: het komt gelukkig al meer ter sprake. De aandacht kan - eens de storm is gaan liggen - verlegd worden van de grote bedragen naar de verschrikkelijke praktijken."
De verhalen van de slachtoffers worden steeds sneller opgepikt. "Maar de mensenrechten worden ook vaker geschonden. Vandaag alleen al wachten 62 mensen – onder wie 9 minderjarigen – op een doodstraf voor bijvoorbeeld een post op sociale media of het uitbrengen van een boek."
Hulp van voetballers
De voetballers die naar Saudi-Arabië trekken, doen vaak alsof hun neus bloedt als het gaat over de schending van de mensenrechten. Zo gaf Carrasco vandaag nog tijdens een persconferentie aan dat hij niet achter de mensenrechtenorganisaties staat.
Dhainy hoopt dat er toch een beetje hulp komt van de spelers. "Nu zien de spelers het leven daar positief, maar ik hoop dat ze de realiteit onder ogen komen en erover durven spreken." Ze benadrukt dat ze niet veel vraagt. "Gewoon enkele stemmen die aankaarten dat het in het land over meer dan voetbal gaat, ook over mensen."


