In Duitsland heeft het Rode Kruis de regels rond bloeddonaties versoepeld. Zo wordt er niet langer gevraagd naar de seksuele geaardheid van een persoon, wel naar het aantal seksuele partners. Duitsland wil op die manier discriminatie voorkomen, maar Rode Kruis Vlaanderen volgt die redenering niet. "Wij maken wetenschappelijke keuzes, geen politieke", zegt de woordvoerder.
Seksuele geaardheid speelt in Duitsland niet langer een rol bij bloeddonatie, België volgt voorlopig niet
Wie in Duitsland bloed wil geven, moet niet langer aangeven wat zijn of haar seksuele geaardheid is. Dat heeft het Rode Kruis er bekendgemaakt. Voortaan krijgen alle bloeddonoren vragen over specifieke seksuele handelingen, zoals het aantal bedpartners. Duitsland wil op die manier discriminatie voorkomen.
Meer kans op infectie
Tot voor kort werd alleen bij homo- en biseksuele mannen gevraagd naar het aantal bedpartners. Homoseksuele mannen die geregeld van seksuele partner wisselen, werden automatisch als een risico beschouwd, omdat zij meer kans hebben om een SOA (een seksueel overdraagbare aandoening) op te lopen. Een SOA kan ook overgedragen worden in het bloed.
Ook in Nederland is vanaf volgend jaar een soortgelijke regeling van kracht. De Nederlandse minister van Volksgezondheid maakte in maart bekend dat binnenkort alle bloeddonoren een gelijke behandeling moeten krijgen. In ons land is (en blijft) dat voorlopig niet het geval.
Wetenschappelijke keuze, geen politieke
"Eerst en vooral beslissen wij daar zelf niet over", vertelt de woordvoerder van Rode Kruis Vlaanderen. "De overheid beslist over die regelgeving. Recent kwam er zelfs nog een versoepeling. Sinds 1 juli moeten mannen die seksueel contact hadden met een andere man 4 maanden wachten met bloed geven. Voorheen was dat nog 12 maanden."
"Natuurlijk wordt de stem van het Rode Kruis in dat debat wel gehoord", klinkt het. "Onze positie is dat we geen voorstander zijn van een versoepeling. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat zo'n versoepeling niet veiliger is en dat er een groter risico bestaat op infectie. Wij zijn verantwoordelijk om die wetenschappelijke lijn te volgen en de patiënt op de eerste plaats te zetten. Wij maken wetenschappelijke keuzes, geen politieke."

