Op 9 maanden van de verkiezingen worden nogal wat dromen gekoesterd: de voorzitter van de N-VA, Bart De Wever, wil de grootste partij van Vlaanderen hebben, de PS wil een rijkentaks invoeren en weigert over de confederale droom van de N-VA te spreken, de premier droomt ervan om opnieuw premier te worden. Zijn partij, de Open VLD, droomt ervan de 'verrassing van de verkiezingen' te worden en Georges-Louis Bouchez droomt van lekkere taarten.
1. De droom van de grootste Vlaamse partij
De droom van Bart De Wever is dus een grote conservatieve en nationalistische partij. Het is merkwaardig hoe vaak die politieke herverkaveling al ter sprake is gekomen. De N-VA-schepen Els Van Doesburg stelde voor om het kartel tussen de CD&V en de N-VA weer leven in te blazen. Bart De Wever zag heil in een meerderheidsstelsel, omdat er dan vanzelf grotere partijen ontstaan. Hij heeft vervolgens aangekondigd dat hij de CD&V en de Open VLD een kopje kleiner zou maken, dat hij ze op de knieën zou dwingen en doen slikken. Hij ging er uiteindelijk vanuit dat de kiezer na 2024 de partijen zou herverkavelen en nu wil hij dus toch delen van die partijen overnemen vóór de verkiezingen.
Laten we dus zeggen dat de strategie niet altijd even helder is, behalve dat de N-VA alles uit de kast haalt om de grootste partij in Vlaanderen te worden om op die manier Vlaams Belang de pas af te snijden.
Vlaams Belang zou als grootste partij na de verkiezingen het initiatief krijgen voor de vorming van een Vlaamse regering. Dat is een stap die de N-VA wil overslaan, wellicht omdat een deel van de achterban ook vindt dat de N-VA die regering moet vormen, wanneer ze een meerderheid heeft met Vlaams Belang in het Vlaams Parlement, zonder een beroep te moeten doen op een derde partij. Maar in Humo noemde Bart De Wever Vlaams Belang 'het melanoom van Vlaanderen', waardoor zijn eerdere uitspraken teniet worden gedaan. Want geregeld klonk het bij de N-VA dat er met Vlaams Belang kon worden samengewerkt, op voorwaarde dat ze 'hun shit zouden opkuisen' en zich zouden ontdoen van een aantal boegbeelden.
Maar op 9 maanden van de verkiezingen beseft Bart De Wever maar al te goed dat een samenwerking met Vlaams Belang zijn partij uitsluit van deelname aan een federale regering, en het is op dat niveau dat hij het confederalisme wil realiseren, en dat moet hem zijn plaats in de geschiedenis bezorgen. Zo blijkt ook uit een interview van vier pagina's in de Franstalige krant La libre Belgique. Een confederalisme dat de PS dit weekend nog maar eens afwees trouwens.
2. De droom van de vernieuwing in de politiek
Sammy Mahdi, de voorzitter van de CD&V, wijst het samenwerkingsidee van de N-VA af, omdat de twee partijen inhoudelijk niet bij elkaar passen en omdat hij 'de stratego van de N-VA ongeloofwaardig vindt.' Ook Tom Ongena, de waarnemende voorzitter van de liberalen, wees het aanbod in "De zevende dag" af, omdat Open VLD zich niet kan vinden in de definitie van een 'conservatieve nationalistische partij'. Maar Vincent Stuer, die zich als eerste uitdager voor de voorzittersverkiezingen bij Open VLD heeft gemeld, ziet "op onze rechterflank enkele wanhopige partijleden verkassen". Dat zegt hij in Het Laatste Nieuws, al denkt Stuer niet dat door die enkele verkassende leden 'Open VLD nog extra stemmen gaat verliezen'.
Maar kun je met een aantal overlopers, een fenomeen dat van alle tijden is, nog wel spreken van een grote conservatieve partij, die Bart De Wever 40% ziet halen bij de verkiezingen van 2024?
De aanleiding voor die overlopers is een ijzeren wet bij verkiezingen: bij een partij die geen 10% haalt, is alleen de lijsttrekker zeker van een verkiesbare plaats. Parlementsleden van Open VLD maken nu al die rekening. Vandaar dat Vincent Stuer wil dat in 2024 alle lijsttrekkers 'nieuwe mensen van binnen of buiten onze partij zijn'. De bekende koppen zouden dan pas op de tweede plaats staan. Stuer bouwt voort op een idee van de voormalige voorzitter van de socialisten, John Crombez, die op die manier veelbelovende nieuwkomers het parlement inloodste, zoals Conner Rousseau zelf, Melissa Depraetere of nog Hannes Anaf.
Wanneer Open VLD-vicepremier Vincent Van Quickenborne in "De zevende dag" de vraag kreeg of hij op de tweede plaats zou gaan staan voor een nieuwkomer, leek hij weinig enthousiast. Hij antwoordde dat 'hij het niet zou aanraden om mensen met ervaring, zoals premier Alexander De Croo, op de tweede plaats te zetten". Trouwens, Van Quickenborne liet ook nog vallen dat er naast Vincent Stuer en Tom Ongena ook andere liberalen kandidaat zullen zijn om voorzitter te worden.
3. De droom van de premier
Premier De Croo wil opnieuw premier worden. Dat bevestigt hij in verschillende interviews dit weekend. Hij schetst in die interviews het beeld waarin hij als eerste minister -en bijna als enige- probeert samen te werken met andere politici, en met andere partijen, met een positieve ingesteldheid, en zet dat beeld af tegen de 'doemdenker' Bart De Wever die met zijn voorstel om een grote partij te vormen 'blokvorming in de hand werkt die leidt tot blokkering'.
Het is duidelijk dat we als potentiële kiezer schema's aangeboden krijgen die ons moeten leiden tot een electorale keuze: de N-VA die met de kracht van een groot blok het land 'eindelijk' kan veranderen, of een liberale premier die het ruziemaken beu is, en het samenwerken aanprijst. In zijn regering is dat samenwerken alvast een fata morgana: de ministers zijn in juli uit elkaar gegaan zonder akkoord over een broodnodige fiscale hervorming, een debat dat niet opnieuw wordt geopend, aldus de premier in VTM Nieuws, en het migratiedebat in "De zevende dag" , onder noemer 'ieder zijn waarheid', toonde nog maar eens aan hoe weinig politieke partijen naar gezamenlijke oplossingen streven:
En dan was er nog de taart voor MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez. De MR-voorzitter vreest voor een escalatie van geweld, van taart naar mes; maar ik onthoud dat het taartgooien een Belgische uitvinding is, uit de jaren 60; dat het een strafbaar feit is dat bestraft kan worden met een GAS-boete en dat Georges-Louis Bouchez de rest van de taart in het gezicht van de taartgooier smeerde toen die op de grond werd vastgehouden door twee veiligheidsagenten. In de politiek heet dat dan 'iemand een koekje van eigen deeg geven.' En dat is een strategie die in de politiek nogal frequent wordt gebruikt.





