De zogenoemde derdelanders, die na de Russische inval in Oekraïne naar Nederland gevlucht zijn, mogen daar blijven tot de Raad van State zich heeft uitgesproken over de plannen van de regering om hun tijdelijke bescherming op te heffen. Dat heeft staatssecretaris voor Justitie en Veiligheid Eric van der Burg bekendgemaakt. De uitspraak van de hoogste rechtbank van Nederland wordt ten vroegste in november verwacht.
Zogenoemde derdelanders mogen in Nederland blijven tot uitspraak Raad van State
Derdelanders zijn mensen uit andere landen die in Oekraïne studeerden of werkten toen Rusland daar binnenviel. Naar schatting vluchtten 2.900 derdelanders na de Russische inval naar Nederland. Daar konden zij rekenen op dezelfde bescherming en rechten als gevluchte Oekraïners. De regering wilde dat daar maandag een einde aan zou komen.
In Nederland was heel wat ongerustheid gerezen over de plannen van de Nederlandse regering om de derdelanders het land uit te zetten. De vluchtelingen in kwestie voeren aan dat ze in Oekraïne een nieuw leven hadden opgebouwd of aan het opbouwen waren. Ze wilden liever niet meer terug naar hun land van oorsprong.
Staatssecretaris Van der Burg volgt nu het oordeel van de Raad van State. Die zegt dat een Tanzaniaanse man die met een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne woonde in Nederland mag blijven tot de Raad van State een uitspraak ten gronde heeft gedaan. Die uitspraak wordt op zijn vroegst in november verwacht. "Om helderheid te scheppen" is daarom besloten voor de gehele groep de beëindiging van de tijdelijke bescherming te bevriezen tot de definitieve uitspraak er ligt, zegt Van der Burg.
"Dit betekent concreet dat derdelanders tot de uitspraak in Nederland mogen blijven en recht houden op de voorzieningen en rechten, zoals die gelden voor vluchtelingen uit Oekraïne", zegt Van der Burg nog. Hij blijft er echter bij dat de beëindiging van het verblijf van derdelanders juridisch juist is.
Vluchtelingenwerk Nederland is blij met het besluit van de staatssecretaris. "Voor derdelanders geeft dit voor even duidelijkheid", aldus een woordvoerster.
