Vanavond gaan een pak nieuwe televisieprogramma's van start. Blikvanger op VRT 1 is de nieuwe reeks van reportagemaker Arnout Hauben (47): "Interview met de geschiedenis: het Belgische koningshuis". Hauben reist naar het verleden om alle overleden Belgische koningen te interviewen. Hoe gaat dat juist in zijn werk en hoe zit de balans dan tussen feit en fictie?
Zoals "Verhaal van Vlaanderen", maar dan anders: Arnout Hauben praat met onze overleden koningen in "Interview met de geschiedenis"
Hoe zit het programma in elkaar?
"Interview met de geschiedenis: het Belgische koningshuis" is niet gebaseerd op een bestaand format. Reportagemaker Arnout Hauben is zijn eigen idee een tweetal jaar geleden gaan voorstellen bij de VRT-bazen.
"Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in geschiedenis. Wanneer ik me in een historisch onderwerp verdiep, dan heb ik altijd de neiging om mij mensen concreet voor te stellen, met een gezicht en een stem. Dat stukje verbeeldingskracht wou ik in deze reeks gebruiken door onze koningen te bezoeken op een sleutelmoment in hun leven. Uiteindelijk zijn onze vorsten de schermgezichten van onze vaderlandse geschiedenis, maar weten we zo weinig over hen. Elke reporter droomt er toch van om die mensen eens te spreken?"
Onze koningen zijn de schermgezichten van onze vaderlandse geschiedenis
"Ik kreeg een klein budget om in een pilootaflevering te tonen hoe dat eruit zou zien: naar het verleden reizen om overleden koningen te interviewen. Pas toen ze dit bij VRT zagen, groeide het vertrouwen. De mengvorm van reportage en fictie is nieuw en klinkt op papier raar, maar eens je het ziet, wordt het in zekere zin logisch. Spannend of kijkers daarin willen meegaan. Wij hebben als makers gaandeweg meer en meer onze stem hierin gevonden."
Wat is het verschil met "Het verhaal van Vlaanderen"?
"Onze programma's zijn zeker familie van elkaar en de ongelofelijke kijkcijfers voor "Het verhaal van Vlaanderen" hebben zeker het pad geëffend voor ons. Maar Tom Waes vertelde het verhaal van ons grondgebied: een ambitieus opzet. Ik breng niet "dé geschiedenis van België", wel een portret van onze koningen aan de hand van een fictief gesprek met hen en ontmoetingen met mensen die aan hen gelinkt zijn. Iets waar mensen misschien milder naar zullen kijken dan naar iets wat "hét verhaal" heet."
Tom Waes vertelde het verhaal van ons grondgebied, ik breng niet dé geschiedenis van België
"Nog een verschil: in "Het verhaal van Vlaanderen" spelen experten een centrale rol. Zij blijven dicht bij de feiten en leggen samen met Tom Waes de geschiedenis uit. Wij praten vooral met getuigen uit de entourage van de koningen. Zoals de kinderen van de pianostemmer, die prins Karel destijds heeft helpen ontsnappen uit het paleis onder een dekentje achteraan in zijn bestelwagen. Dat zijn de verhalen die we zoeken."
"Daarnaast kiezen we niet voor een puur feitelijke aanpak, maar we flirten met de grens tussen feit en fictie in een nieuwe formule. Ik sta als reportagemaker niet voor het decor, maar recht erin. We beperken ons niet tot archiefbeelden en we vragen de kijker om daarin mee te gaan. Ik denk dat de tijd daar nu rijp voor is. De laatste jaren worden er zo'n uiteenlopende programma's gemaakt, met soms complexe vertellingen. We zijn als kijkers zo heel slim en verhaaltechnisch onderlegd geworden, dus onze sprong in het verleden lijkt nu haalbaar."
In welke mate is het programma gebaseerd op feiten?
"We hebben historisch onderzoek gedaan, door met experten te praten en in archieven te duiken. We nemen de feiten en cijfers uit het verleden serieus en we hebben niets verzonnen. Alleen spelen we met een fictief element om een beroep te doen op de verbeeldingskracht van mensen."
We hebben geen feiten verzonnen, maar we rekenen op de verbeeldingskracht van mensen
De interviews met de koningen zijn dus gebaseerd op de geschiedenis, maar niet op letterlijke conversaties uit het verleden. De woorden die ze uitspreken, zijn verzonnen. "Voor die gesprekken heb ik telkens één sleutelmoment in de geschiedenis van hun koningschap uitgekozen als kapstok. Dat zijn momenten die echt hebben plaatsgevonden en zijn gedocumenteerd. Daarrond hebben we een interview opgebouwd, zonder dat het een sketch mocht worden."
Daarom wordt aan het einde van elke aflevering vermeld dat de fictiescènes zijn "geïnspireerd door feiten" en niet "gebaseerd zijn op feiten": een belangrijke nuance, waar lang over is nagedacht. De Britse koninklijke fictiereeks "The Crown" kiest trouwens voor dezelfde dienstmededeling.
"Ik wou die schermvermelding eerst niet, omdat ik dacht dat alles duidelijk was. Mensen zien toch dat ik met een overleden koning spreek en dat dit niet kan? We kiezen toch voor deze formulering, omdat ik niet hét verhaal van het koningshuis vertel en omdat ik niet letterlijk in de geschiedenis kan kruipen. Zo halen we de wind uit de zeilen voor eventuele kritiek op onze formule. Ik hoop vooral dat de fictieve toets een troef is om mensen mee te nemen in ons verhaal."
Hoe zijn de fictieve interviews met de overleden koningen tot stand gekomen?
De interviews met de koningen zijn dus fictieve scènes gebaseerd op een scenario. "Ik ben hiervoor naar Marc Didden gestapt: regisseur, rockjournalist en voormalig leraar van mij. Omdat hij zo veel interviewervaring heeft, leek hij mij de geknipte persoon om de dialogen met de koningen uit te werken. Ook regisseur Cato Van Passel heeft haar stempel daarop gedrukt. Dat scenario hebben we geacteerd, zonder veel improvisatie en zonder expliciete goedkeuring van het Paleis."
Marc Didden heeft het scenario voor de interviewscènes geschreven
De exacte woorden die de koningen uitspreken, gaan dus niet terug op concrete dagboekfragmenten of speeches, maar zijn een vrije interpretatie van zaken uit het verleden.
"In de eerste aflevering schrijft Leopold I een gedicht na de dood van zijn grote liefde. Die tekst is gebaseerd op de grafrede, die in de kapel van zijn vrouw Charlotte staat ingebed. Zo verwijzen de scènes naar iets wat bestaan heeft of gebeurd is, maar niet letterlijk. Dat is de vertelvorm waarvoor we gekozen hebben. Daarom zitten onze levende koningen, Albert II en Filip, niet in het programma. Met hen zou ik in theorie een écht interview kunnen doen."
Interviews acteren: hoe gaat dat in zijn werk?
In die interviewscènes moest ook Arnout Hauben voor het eerst acteren. "Niets zo moeilijk als jezelf spelen, want we dragen geen historisch kostuum maar stappen vanuit het heden rechtstreeks in het verleden. Ik heb advies gekregen van Bruno Vanden Broecke, die Leopold I speelt in de eerste aflevering. Hij heeft me veel vertrouwen gegeven, zodat ik niet de zwakke schakel zou worden in mijn eigen programma."
Opvallend: de jonge Boudewijn wordt vertolkt door Willem De Schryver, die bekend is van zijn hoofdrol in "Knokke Off", naast Pommelien Thijs. "Toen wij hem gecast hebben, zaten die opnames erop, dus het is toeval en tegelijk ook niet. Wat een talent, al hebben we in Vlaanderen enorm veel topacteurs."
"Voor Willem was het niet evident om koning Boudewijn te spelen, want hij is de overleden koning die nog het dichtst bij ons staat. Hij wist natuurlijk dat hij niet moest tapdansen. De focus lag op de mimiek en bewegingen van Boudewijn die in het collectieve geheugen zitten. Johan Van Assche, die de oudere Boudewijn vertolkt, heeft veel speeches bekeken op YouTube om zijn typische taalgebruik onder de knie te krijgen. Ook de andere acteurs zijn met archiefmateriaal aan de slag gegaan, om het universum van vroeger tot leven te wekken."
"Interview met de geschiedenis: het Belgische koningshuis": de zesdelige reeks is te zien vanaf maandag 4 september om 20.45 uur op VRT 1 en VRT MAX.



