Vier maanden na het uitbreken van de oorlog wordt de toestand in het Oost-Afrikaanse land Soedan steeds schrijnender. In de hoofdstad Khartoem neemt de wetteloosheid toe. Lichamen blijven er op straat liggen, omdat het te gevaarlijk is om ze te begraven. Met het regenseizoen op komst, dreigt de ellende zelfs nog groter te worden.
Situatie steeds schrijnender na vier maanden oorlog in Soedan: lichamen blijven op straat liggen
In de straten van de hoofdstad Khartoem wordt al vier maanden lang gevochten tussen het reguliere leger en de paramilitaire groep Rapid Support Forces (RSF).
Eerder deze week zijn nog tientallen burgers gedood bij zware gevechten. Inwoners van de hoofdstad sterven ook omdat ze geen toegang hebben tot medische zorg, in een land waar het gezondheidssysteem vrijwel volledig is ingestort. Sinds het begin van het conflict zijn er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) meer dan 50 aanvallen op ziekenhuizen en medische centra geweest. Mensen komen ook om van de honger omdat ze gevangen zitten in hun eigen huis, terwijl er buiten vuurgevechten aan de gang zijn.
Geweld in Soedan: wat is er aan de hand?
Centraal in het conflict staat de rivaliteit tussen twee generaals: die van het reguliere leger, Abdel Fattah al-Burhan, en die van de paramilitaire groep RSF (Rapid Support Forces) Mohamed Hamdan Dagalo, ook bekend als Hemedti.
In 2019 werd dictator Omar al-Bashir van de macht verdreven na een volksopstand. Er werd gewerkt aan een overgang naar democratie in Soedan, maar in 2021 pleegden de RSF en het Soedanese leger samen weer een staatsgreep.
De militairen bleven aan de macht, maar zouden een akkoord tekenen, waarin ze de macht zouden overdragen aan een burgerregering. Een onderdeel van het akkoord was dat de RSF zou worden opgenomen in het reguliere leger. Het was al langer duidelijk dat generaal Hemidti dat niet over zijn kant zou laten gaan. De spanningen tussen het leger en de RSF liepen op, en zijn sinds halfweg april geëscaleerd.
De doden blijven op straat liggen. Hun familieleden krijgen van de strijdende partijen geen toestemming om ze te begraven, of het is door het geweld simpelweg te gevaarlijk om ze weg te halen. In mortuaria kunnen lichamen niet koel worden gehouden omdat de stroom voortdurend uitvalt. Water is schaars geworden en faciliteiten om besmet water te behandelen zijn nauwelijks beschikbaar. Hulporganisaties waarschuwen al wekenlang voor epidemieën als cholera en malaria.
Regenseizoen
De situatie dreigt de komende maanden zelfs nog te verslechteren omdat het regenseizoen is begonnen in Soedan. In het noorden van het land zijn er al overstromingen geweest, die het risico op besmettelijke ziektes nog doen toenemen.
Hoeveel doden er sinds het begin van het conflict al zijn gevallen, is moeilijk te zeggen. Twee maanden geleden, in juni, sprak de minister van Volksgezondheid nog over ruim 3.000, maar sindsdien zijn geen nieuwe gegevens meer vrijgegeven. Volgens artsen en activisten ligt het ware aantal hoe dan ook veel hoger.
Naast de hoofdstad Khartoem is de situatie ook zeer ernstig in de westelijke regio Darfoer, waar 20 jaar na de burgeroorlog opnieuw etnisch geweld de kop opsteekt.
Twintig jaar geleden al burgeroorlog in Darfoer
De relaties tussen de Afrikaanse en Arabische bewoners zijn van oudsher gespannen geweest in Darfoer, een regio in het westen van Soedan, aan de grens met Tsjaad. In 2003 leidde een conflict over grond tussen de van oorsprong Afrikaanse bevolkingsgroep de Foer en Arabische nomaden tot een open oorlog in Darfoer.
De burgeroorlog ging tussen rebellengroepen en het Soedanese regeringsleger, dat de hulp kreeg van de beruchte Janjaweed-milities. Dorpen werden geplunderd en in brand gestoken, mannen vermoord, vrouwen verkracht. Overal waar de Janjaweed te paard of op kamelen verschenen, sloeg de bevolking op de vlucht.
De burgeroorlog eiste meer dan 300.000 doden. Door het geweld, maar ook door hongersnood en ziekte. De Soedanese dictator Omar al-Bashir werd aangeklaagd voor volkenmoord door het Internationaal Strafhof in Den Haag. Het conflict werd beëindigd in 2011, na tweeëneenhalf jaar onderhandelen. Een deel van de Janjaweed is na de burgeroorlog opgegaan in de RSF.
Vier miljoen Soedanezen, van wie meer dan de helft uit Khartoem, zijn voor het geweld op de vlucht. De meesten, bijna 3,3 miljoen mensen zijn gevlucht naar plaatsen in Soedan waar het wel nog veilig is. Meer dan 900.000 vluchtelingen zijn in buurlanden Tsjaad, Egypte en Zuid-Soedan of in andere landen.
