De zes verdachten die zijn opgepakt voor de moord op de Ecuadoraanse presidentskandidaat Fernando Villavicencio (59), zijn van Colombiaanse afkomst. Dat laat de politie weten. Minister van Binnenlandse Zaken Juan Zapata zegt dat de verdachten banden hebben met georganiseerde misdaad.
De zes Colombiaanse mannen werden opgepakt in een huis in de Ecuadoraanse hoofdstad Quito. Tijdens de inval werd een machinegeweer, vier pistolen, drie granaten, vier dozen munitie, twee motoren en een voertuig gevonden. Dat voertuig stond gerapporteerd als gestolen. De mannen worden verdacht van de moord op de Ecuadoraanse presidentskandidaat Fernando Villavicencio, die gisteren drie kogels door het hoofd kreeg tijdens een schoolbezoek. Een andere verdachte kwam tijdens een schietpartij met de politie om het leven.
Het motief van de mannen blijft voorlopig onduidelijk. Wel liet minister van Binnenlandse Zaken Juan Zapata weten dat de verdachten banden hebben met georganiseerde misdaad. Het politierapport zegt niet of de Colombianen lid zijn van een criminele bende. Villavicencio beloofde in zijn campagne dat hij corruptie en misdaad zou aanpakken. Hij zei zelfs dat zijn campagne een bedreiging vormde voor georganiseerde misdadigers.
Vlak voor de presidentskandidaat beschoten werd, beloofde hij het volk nogmaals dat hij corruptie, ook binnen de politie, zou aanvechten en misdadigers achter de tralies zou zetten. "Hier sta ik dan, ik toon mijn gezicht. Ik ben niet bang van hen", zei hij in een laatste statement. De gewezen journalist zei vorige week nog dat hij en zijn team bedreigd waren door een bendeleider met banden in het drugsmilieu.
Ecuador kent de laatste jaren een sterk groeiende aanwezigheid van drugskartels. Dat leidt tot een groeiend wantrouwen en angst bij de bevolking door het toenemend aantal ontvoeringen en afpersingen, zegt Zuid-Amerika-kenner Ernesto Rodriguez Amari die in Ecuador is. "Ecuador is een transitland geworden door de overproductie van cocaïne in Colombia en is populair bij de Albanese en Russische maffia", legt hij uit in "De ochtend" (Radio 1).
Zapata beschrijft de moord als een "politieke misdaad van terroristische aard" met de bedoeling om de verkiezingen van 20 augustus te dwarsbomen. Huidig president Guillermo Lasso liet na het incident weten dat die verkiezingen gewoon doorgaan, ondanks de afgekondigde noodtoestand. Villavicencio was een van de acht presidentskandidaten. Volgens de peilingen kon hij rekenen op 13,5% van de stemmen.


