Het verbod op buitenlandse financiering van geloofsgemeenschappen en bedienaars van erediensten is ongrondwettig. Dat heeft het Grondwettelijk Hof beslist. Het vernietigt daarmee enkele belangrijke bepalingen van een decreet van Vlaams minister van Samenleven Bart Somers (Open VLD), dat de buitenlandse invloed in onder meer de Vlaamse moskeeën moest aanpakken. Het decreet werd aangevochten door de Turkse moskeekoepel Diyanet, die gefinancierd wordt vanuit Turkije en werkt met Turkse imams.
Vlaanderen mag buitenlandse financiering van erkende moskeeën niet verbieden
"De voorwaarde dat buitenlandse financiering of ondersteuning afbreuk doet aan de onafhankelijkheid van een lokale geloofsgemeenschap is onvoldoende precies. Het is een onevenredige inmenging in de vrijheid van eredienst."
Met die motivering heeft het Grondwettelijk Hof enkele belangrijke bepalingen uit het erkenningsdecreet voor lokale geloofsgemeenschappen vernietigd. Ook de voorwaarde dat bedienaars van erediensten niet betaald mogen worden door buitenlandse overheden veegt het hof van tafel.
Terugdringen buitenlandse invloed
De Turkse moskeekoepel Diyanet haalt zo deels zijn slag thuis. Diyanet trok vorig jaar samen met twee verenigingen van Albanese en Marokkaanse moslims in ons land naar het Grondwettelijk Hof tegen het erkenningsdecreet, dat in 2021 door Vlaams minister van Samenleven Bart Somers (Open VLD) in het leven werd geroepen.
Met het decreet wilde Somers een einde maken aan een erkenningsstop van moskeeën in ons land die er kwam in 2017, in de nasleep van de aanslagen in Brussel en Zaventem. Tegelijkertijd werden er voortaan ook heel wat strengere erkenningsvoorwaarden voor lokale geloofsgemeenschappen ingevoerd, onder meer om de buitenlandse invloed in moskeeën terug te dringen.
Maar die voorwaarden lagen voor Diyanet moeilijk. Diyanet, de grootste koepel van Turkse moskeeën in ons land, is immers een verlengstuk van de Turkse overheid. De imams in de 60 Diyanet-moskeeën in ons land worden aangevoerd vanuit Turkije en betaald door de Turkse overheid.
"Onvoldoende precies" geformuleerd
Vorig jaar stapte Diyanet naar het Grondwettelijk Hof voor de vernietiging van het decreet. Zover gaat het hof evenwel niet. Maar twee voorwaarden worden dus wel teruggedraaid: het verbod op buitenlandse financiering en het verbod op buitenlandse bezoldiging van bedienaars van erediensten.
Volgens het Grondwettelijk Hof zijn die voorwaarden "onvoldoende precies" geformuleerd. Met andere woorden: buitenlandse financiering of ondersteuning bewijst niet per se dat er ook sprake is van buitenlandse invloed.
In het decreet moet preciezer aangegeven worden welke financiering of ondersteuning niet is toegestaan, zegt het hof, anders gaat het decreet in tegen de vrijheid van eredienst.
Minister Somers laat in een eerste reactie weten dat hij het arrest "bestudeert en grondig analyseert".




