Meer ruimte voor de dieren, extra verblijven en een modernere infrastructuur: het oudste dierenasiel van het land trekt 8 miljoen euro uit voor een forse uitbreiding.
Dierenasiel Veeweyde in Anderlecht breidt uit: "Honden zijn niet zomaar koopwaar"
Als Ludivine Nolf de deur van een kattenverblijf opent, draaien plots vier kattenkopjes simultaan in onze richting, op zo'n meter afstand. Dat kittens vertederend zijn, wisten we voor ons bezoek al. Maar dat doet niets af aan de hypnosekracht van het kattenkwartet in de mand voor ons. "Kan u erbij schrijven dat ze allemaal al gereserveerd zijn?" drukt communicatieverantwoordelijke Nolf ons op het hart. “Voor kittens zijn er altijd wel gegadigden, bij volwassen katten ligt dat soms anders."
Terwijl de kittens besluiten dat paniek op zijn plaats is – eentje blijft daarbij als een ware klifhanger aan de eerste verdieping van zijn verblijf bengelen – werpen we een blik op het grote kattenverblijf voor de volwassen dieren. De ruimte doet wat denken aan een XL-kattencafé, waarvan de inwoners op deze hete dag nergens zin in hebben. Er is geen slecht moment voor een dutje, luidt een bekend kattenspreekwoord, dat hier volop wordt beleefd.
De kittens van daarnet zitten samen met de moeder in een quarantaineverblijf. Daarvan heeft Veeweyde er maar acht. Dat beperkte aantal maakt van die verblijven de flessenhals die de opname van meer katten blokkeert. Het is een van de redenen waarom de eerbiedwaardige instelling wil uitbreiden. De quarantainecapaciteit wordt opgetrokken tot maximaal 64 dieren. Het maximale aantal honden – vandaag zijn het er 45 – zal na de werken tot 176 groeien.
Wij steken bewust meer tijd in de keuze van het juiste dier en in de begeleiding van wie wil adopteren
Ludivine Nolf, communicatieverantwoordelijke Veeweyde
De werken moeten niet enkel meer opvangplekken creëren, dieren die in de toekomst bij Veeweyde terechtkunnen, zullen er over fors meer ruimte en twee nagelnieuwe verpleegzalen beschikken. Acht miljoen euro trekt het dierenasiel in Anderlecht daarvoor uit, bijna uitsluitend eigen middelen. "We leven vooral van ledenbijdragen en giften, onder meer aanzienlijke erfenissen," zegt Nolf.
Held van het slachthuispersoneel
Veeweyde ligt in Anderlecht, pal op de grens met Dilbeek en is zowat de moeder van alle dierenasielen in ons land. De vestiging opende al in 1908 onder impuls van Jules Ruhl, doctor in de wetenschappen en fervent activist voor dierenrechten. Ruhl breidde zijn netwerk van asielen niet enkel gestaag uit, hij schreef ook eigenhandig de eerste wet op de dierenbescherming van 1929. Zijn engagement beperkte zich trouwens niet tot dieren. Toen hij in de slachthuizen merkte in welke omstandigheden het personeel er werkte, trok Ruhl zich het lot van slachtdieren én slachters aan. Bij het slachthuispersoneel leverde het hem de titel "notre président" op.
Het asiel doet meer dan dieren opvangen die afgestaan, achtergelaten of in beslag genomen werden. De ruim dertig medewerkers speuren ook eigenaars van verloren gelopen exemplaren op, er zijn reddingsteams op de baan en de instelling begeleidt uiteraard ook kandidaten voor adoptie. Elke maand verlaten zo dertig tot veertig dieren Veeweyde naar een nieuwe thuis. Dat kan om katten en honden gaan, maar evengoed om konijnen of andere knaagdieren. Of zoekt u dringend een ecologische grasmaaier voor die weide achter het huis? Dan kan u hier zelfs schapen adopteren, die in beslag genomen werden in het kader van het Offerfeest.
"Wat er de voorbije jaren veranderd is? Dat mensen steeds minder tijd lijken te nemen om een dier te kiezen", merkt Ludivine Nolf op. We zijn daarin een spiegel van de maatschappij. Nogal wat bezoekers zouden liefst gewoon een dier kopen zoals in een winkel, terwijl wij de voorbije jaren net meer tijd steken in de juiste keuze en in de begeleiding van wie wil adopteren." Het is een fenomeen dat professor Maarten Reesink, expert in mens-dierrelaties in Amsterdam, herkent als we later met hem bellen. "Het is een beetje zoals het pakje van Amazon waarvan je ook gewoon bent dat je altijd kan bestellen en heel snel krijgt."
Dierenarts Axelle Buzet merkt dan weer op dat dieren zelden naar het asiel gebracht worden omdat er iets mis mee is. "De oorzaak ligt bijna altijd bij de mensen die ze afstaan: ze zijn verhuisd, gescheiden, er zijn kinderen op komst of ze hebben geen tijd om hun hond degelijk op te voeden, waardoor die dan gedragsproblemen ontwikkelt die je kan vermijden."
Minder dieren komen in het asiel terecht
Veeweyde is maar een van de negen dierenasielen in Brussel, maar samen met Help Animals en het Blauwe Kruis behoort het wel tot de grootste. Die negen asielen zagen vorig jaar 5.070 dieren passeren, een cijfer dat 40 procent lager ligt dan in 2019. "We schrijven dat graag aan het beleid toe, de sterilisatie van katten is ondertussen verplicht sinds de vorige legislatuur", legt Pauline Lorbat uit, woordvoerster van minister van Dierenwelzijn Bernard Clerfayt (Défi). "Ook de sensibilisering van de bevolking lijkt effect te hebben, mensen gedragen zich steeds verantwoordelijker. Maar de afname kan ook aan een kleinere capaciteit of een sluiting in asielen liggen, ja."
Dat de stroom aan dieren vermindert, merkt Veeweyde niet echt. Het Blauwe Kruis (met een asiel in Vorst) wél. "Ik wil dat positief interpreteren, het lijkt erop dat mensen hun dieren minder snel willen achterlaten", zegt directeur Mortimer Van der Meeren. "Ze zijn ook steeds minder geneigd om zomaar een dier op het internet te kopen."
Dit artikel is gemaakt door de redactie van BRUZZ. Meer artikels over Brussel vind je op www.bruzz.be.
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant

