Naar hoofdinhoud

Het politieke rapport van 10 jaar koning Filip: de 7 Vlaamse partijen maken de balans op

Morgen is het precies tien jaar geleden dat koning Filip de fakkel overnam van zijn vader koning Albert. Hoe doet de zevende koning der Belgen het? We maken de balans op met politieke hoofdrolspelers uit de zeven Vlaamse partijen. Hoe ervaren ze koning Filip? Welke anekdote kunnen ze delen zonder het zogenaamde ‘colloque singulier’ te doorbreken?

Pascale Mertens
Gepubliceerd:

Klik op de knoppen hieronder om direct naar de vragen aan die voorzitter te springen.

Ik heb een professionele relatie met de soeverein en heb hem vooral leren kennen bij de federale regeringsvorming. Als partijvoorzitter moet je dan geregeld op het appèl komen in Laken. Die ervaring beschouw ik als erg positief.

Ik kan het vergelijken met zijn voorganger. Mij valt op dat onze koning tracht om dat altijd heel professioneel aan te pakken, dat hem dat ook echt drijft. Je ziet de motivatie om vooral geen fouten te maken, geen partij te kiezen, de kroon niet te ontbloten, niet in moeilijk vaarwater terecht te komen, keuzes te maken die logisch te verantwoorden zijn en als zodanig door de bevolking en publieke opinie worden gepercipieerd.

Zowel over het adviseurschap van de koning als de rol die hij zelf opneemt, kan ik alleen maar positief zijn. Ik vertel geen geheimen, denk ik, als ik u zeg dat hij die audiënties helemaal alleen doet, terwijl zijn voorganger zich altijd liet vergezellen door zijn kabinetschef. De koning bereidt zich daar uitstekend op voor en ik kon zijn beslissingen tot nu altijd perfect begrijpen.

Je moet natuurlijk een zeker decorum respecteren in zulke gesprekken. Je zit daar niet onder vrienden. Ik weet niet hoe anderen dat aanpakken bij de koning, maar ik wik mijn woorden. Ik steek dat niet onder stoelen of banken. Ik zeg wat ik te zeggen heb namens mijn politieke familie. Maar ik probeer hem natuurlijk niet nodeloos voor het hoofd te stoten.

De koning mag zijn opinie niet laten doorschemeren, maar hij heeft er uiteraard wel één. Soms stel je vast dat meningen niet gelijklopen. Maar daar is niks oneerbaars aan. Het ‘colloque singulier’ verbiedt mij om u toe te lichten waarover onze meningen verschillen. Maar zelfs in die meningsverschillen was het contact altijd heel correct. Afstandelijk misschien, maar correct, professioneel.

Ik denk dat hij als vorst een redelijk foutloos parcours heeft gereden. Het enige wat ik misschien kan opmerken, is dat het lijkt dat hij zó veel moeite doet om geen fouten te maken dat dat opvalt. Ik hoop dat hij het me niet kwalijk neemt als ik zeg dat ik de indruk heb, menselijk, dat hij vaak onder spanning staat.

Hij is altijd goed voorbereid, maar blijft in het carcan van die voorbereiding. Ik denk omdat hij niets verkeerd wil zeggen of doen. Alleen nodigt dat gesprekspartners niet uit om zelf uit het carcan van die afstandelijkheid te komen. Ik heb dat af en toe wel eens gedaan.

Op vakantie zat ik eens in dezelfde wild water raft boot die onze koning had genomen, met dezelfde begeleider, die me vroeg om de groeten over te maken. Bij mijn volgende audiëntie heb ik dat gedaan. Op dat moment breek je even uit het carcan van ‘ik ben partijvoorzitter en u bent koning’, maar ik heb niet de indruk dat hij zich daar comfortabel bij voelt. Ook in zijn publieke optredens zie je dat hij enorme inspanningen doet om vooral niets verkeerd te zeggen of te doen. Ik denk dat dat op hem menselijk veel druk legt.

Ik denk niet dat er na tien jaar nog iets zal bovenkomen dat we nog niet gezien hebben. Is dat een zwakte? Je kan het ook een sterkte noemen, dat hij zo begaan is met zijn functie, dat hij zich daar helemaal voor wegcijfert. Het is alleszins opvallend. Van de koning moet je geen spontane opmerking verwachten, en zeker geen schuine grap. Dat was bij zijn vader anders, als ik dat mag zeggen. De koning is een heel andere persoon. Vooral veel professioneler.

Zijn sterkte is ongetwijfeld zijn toewijding. Hij is een man met een missie. Daarmee vertel ik geen geheim, hij zegt dat zelf ook. Bij het recente bezoek aan Antwerpen, met Willem-Alexander en Máxima, was het contrast wel duidelijk tussen een Nederlands koningspaar dat erg spontaan is, tijdens de lunch ook grapjes maakt, loskomt van het script, en het Belgische koningspaar dat toch heel sterk in dat publieke persona blijft hangen. Maar welk van de twee is nu beter? Ik voel me niet geroepen om daar uitspraken over te doen. Zeker ik niet, want ik ben principieel een republikein.

Ik kan nog een kleine anekdote vertellen. Ik heb eens onwetend een foutje gemaakt tegen het protocol. Ik had een wenskaart bij me op audiëntie, voor een enorme fan van het koningshuis die ik altijd zie tijdens de 21 juliviering in Antwerpen. De dame was erg ziek, en ik vroeg de koning of hij dat kaartje zou willen tekenen.

Blijkbaar mag je dat niet vragen. Dat is iets wat de koning niet doet. Uiteindelijk heeft hij met veel aarzelingen zijn naam erop geschreven. Ik denk als je dat aan Willem-Alexander zou vragen, ja, da's een fluitje van een cent. Als je onze koning vraagt, kom eens los van de publieke functie, doe eens iets geks, dan is dat heel moeilijk voor hem.

Ik heb de koning voor het eerst gezien bij mijn eedaflegging, als staatssecretaris van Asiel en Migratie. Daarna heb ik hem vooral leren kennen in die functie. We hebben de Oekraïne-crisis en de Afghanistan-crisis meegemaakt, twee momenten waar de koning heel aanwezig was.

Hij is samen met de koningin naar het grote registratiecentrum aan Paleis 8 op de Heizel gekomen. De kleinste details wilden ze weten, je voelde hun betrokkenheid. En na de grootste evacuatieopdracht van ons land sinds Rwanda, uit Afghanistan, zijn ze ook naar opvangcentra gekomen. Ze hebben er kunnen praten met Afghanen in kleine groepjes, dat was heel menselijk. Ik heb altijd wel aangevoeld dat ze echt bezig zijn met migratie, en hoe we daarmee omgaan, wetende dat het een heel beladen thema is.

Het ‘colloque singulier’ is me zeer dierbaar, maar deze anekdote kan ik wel vertellen. Toen ik afscheid nam van de koning bij mijn eerste audiëntie (we hadden lang over migratie gesproken), zei hij, als er iets is, u mag mij altijd bellen. In de auto dacht ik, tiens, ik heb zijn nummer niet, hoe kan ik hem bellen? Het geeft aan dat de koning altijd dicht bij zijn ministers of staatssecretarissen of bevolking wil zijn. Maar zijn telefoonnummer heb ik nog altijd niet. Dus nee, ik heb hem nog niet gebeld. Bij mijn volgende audiëntie vraag ik zijn nummer (lacht).

Absoluut. Dat is de bedoeling, en naar mijn aanvoelen kan dat. In onze stiel is het niet te onderschatten: met collega’s van andere partijen of je eigen collega's, alles wat gezegd wordt, gaat overal rond. Terwijl je bij de koning het gevoel hebt, ik kan mijn gedacht kwijt aan iemand die mee nadenkt over het land, en bij wie ik weet: dat blijft hier. Dat zorgt altijd voor een goed open gesprek.

Er is geen reden om woorden te wikken. De koning luistert in eerste instantie vooral, en capteert meningen, wat natuurlijk handig is na verkiezingen.

Ik denk dat hij zeer geapprecieerd wordt voor het werk dat hij doet. De spijtbetuigingen ten aanzien van Congo en de Congolese gemeenschap zijn belangrijk geweest. De manier waarop hij met Delphine is omgegaan. Dat is toch een grote trendbreuk met het verleden.

Toen ik een tiener was, kwam het koningshuis af en toe in het nieuws, maar niet altijd even positief. Dat is vandaag helemaal gekeerd. Je voelt dat de koning, en het koningshuis, het op een heel goede manier aanpakken, en dat hij toch wel een vrij vlekkeloos parcours gereden heeft.

Zijn luisterbereidheid. Hij is misschien niet de meest extraverte koning, maar dat geeft de ruimte om rust te kunnen vinden bij hem. Hij heeft ook goed gewerkt aan zijn tweetaligheid. Dat was vroeger soms een frustratie van de Nederlandstalige gemeenschap. Deze koning doet altijd moeite om Nederlands te spreken.

Het is ook een moderne koning. Iedereen herinnert zich nog dat filmpje met de Rode Duivels. Ik weet niet of de voormalige koning dat zou doen. Koning Filip heeft die openheid en ook het besef dat een modern koningshuis niet zo afstandelijk moet zijn, en af en toe met een knipoog zijn ding kan doen.

Hij komt ook veel op het terrein en spreekt ook diverse gemeenschappen binnen België aan. Hij is een koning die er wil zijn voor iedereen. Ik heb jarenlang in Molenbeek gewoond. Hij heeft vaak het MolenGeek-project van Ibrahim Ouassari bezocht. Het fascineert en interesseert hem echt, en hij beseft hoe belangrijk het is om zich te tonen in die regio van het land en mensen te doen beseffen dat we allemaal Belgen zijn.

En nog een sterk punt, ook in zijn politieke openheid heeft hij stappen gezet. Hij heeft na de verkiezingen ook Vlaams Belang uitgenodigd voor een gesprek, om duidelijk te maken, als koning ben ik neutraal. Bij het koningshuis uit mijn jeugdjaren was daar toch wel wat discussie over.

Hij kan nog meer open zijn, zoals het Nederlandse koningshuis. Grote diepte-interviews over wie de koning is en hoe hij persoonlijk in het leven staat, is iets wat mensen altijd interesseert. Ze zijn al sterk geëvolueerd wat betreft hun sociale media. Ik volg ze op Instagram, en ik merk ook daar een eigentijdse invulling. Maar een lang interview over de mens achter de koning, dat fascineert mensen volgens mij.

Ik heb nog een anekdote om mee af te ronden. Twee jaar geleden op het defilé, toen zijn dochter mee marcheerde, zat ik op een paar meter van de koning en de koningin. Je ziet dan de emoties en de traantjes. Dat is voor veel mensen herkenbaar: moeder en vader die hun dochter aan het werk zien en die geëmotioneerd raken en trots zijn op wie ze is. Die kleine dingen mogen we wat mij betreft nog meer zien.

En inderdaad ja, dit jaar defileren ze met twee, prinses Elisabeth en ook prins Gabriël. Ik ben heel benieuwd. Ik zal er zijn.

Ik zie hem wekelijks. Dat is begonnen toen ik net premier was, in volle Covid-periode. Toen was hij voor mij een beetje de Zoom-koning, want hij deed ongelooflijk veel video calls, om mensen te horen uit de bedrijfswereld of uit de zorg, of om naar wetenschappers te luisteren.

Tijdens Covid stelde hij zeer veel vragen. Hij wou echt goed begrijpen wat er aan de hand was. Hij is zeer betrokken, en ook zeer actief. Als je zijn agenda neemt tijdens de week, hij doet ongelooflijk veel bezoeken.

Een anekdote is voor mij het bezoek aan Congo. Dat was absoluut iets unieks, iets historisch. Hij stond er toen op om te speechen voor het Congolese publiek. Iets wat een koning eigenlijk in België nooit doet. De koning geeft zelden een speech, enkel bij de receptie voor de autoriteiten van het land, en dat is zeer georganiseerd en strak.

Speechen in Congo voor een publiek van duizenden mensen was voor hem overduidelijk een sprong in het onbekende. Je zag hoe hij in de loop van de speech de smaak te pakken kreeg. Hij begreep dat interactie zoeken met het publiek werkt. Dat contact je speech sterker maakt. Dat was voor hem nieuw, maar je zag dat hij er beter in werd. Bij zijn tweede speech in Lubumbashi heeft hij het zelf uitgelokt en heeft hij mensen een stukje opgezweept.

Ja. Het is het enige gesprek waarvan ik absoluut zeker ben dat het tussen ons beide blijft. De reden waarom is omdat de koning perfect neutraal moet zijn en hij garandeert die neutraliteit. En dat is soms wel nuttig, om eens echt het achterste van zijn tong te kunnen zeggen en daar reactie op te krijgen.

De koning mag drie dingen doen. Hij mag vragen stellen, hij mag aanmoedigen, en hij mag waarschuwen. Dat is het strikte kader. Maar op zich hebben wij een heel open gesprek. Of hij al gewaarschuwd heeft? Dat mag ik niet zeggen (lacht).

Ik hoor heel veel appreciatie. Van collega's van mij, en ook van gewoon Belgen in het algemeen. Hij heeft toch, samen met zijn echtgenote, het Belgisch koningshuis enorm gemoderniseerd. De houding ten opzichte van Congo is absoluut baanbrekend. Hoe hij gesproken heeft over (in het Frans) ‘regrets’ ten opzichte van het kolonialisme.

Ook in andere domeinen. De houding ten opzichte van Delphine is toch absoluut baanbrekend en zeer menselijk. “Oké, u bent mijn halfzus. We gaan elkaar zien en elkaar spreken en elkaar geregeld zien.” En ook een aantal andere dingen. Ik vond het filmpje met Martinez voor de Rode Duivels knap gevonden. En het concert dat Lost Frequencies op het dak van het paleis gedaan heeft.

Het toont wel een zekere moderniteit die hij er ingebracht heeft. En een evenwicht tussen de twee. Het koningshuis, de monarchie is een stuk stabiliteit, in om het even welk land, niet enkel bij ons. Maar hij heeft daar toch een zeer moderne toets aan gegeven die wel geapprecieerd wordt, vind ik.

Hij is iemand zeer betrokken. Hij stelt vragen. Hij is geïnteresseerd. Hij is enorm leergierig. Je kan hem geen groter plezier doen dan uit te leggen hoe iets in elkaar zit, en bijvoorbeeld tijdens Covid hebben we zeer lang gesprekken gehad over alles wat ik geleerd had van experten en zaken die hij had opgestoken.

Hij wil zeer graag in de details gaan. En hij houdt er best wel een drukke agenda op na, met enorm veel bezoeken in ons land, heel vaak samen met de koningin. En ja, hij speelt zijn rol.

De barrière die er voor een stukje rond hangt. Hij is dat niet, maar wel het protocol dat rond hem hangt. Dat protocol zorgt natuurlijk voor stabiliteit, maar schermt hem ook een stukje af. Ik heb natuurlijk in mijn zovele gesprekken de echte persoon leren kennen. Wij zitten daar met twee en spreken rechtstreeks tegen elkaar, en niemand anders is daarbij. Op alle andere momenten is hij altijd omkaderd. Dat protocol is iets wat, denk ik, belemmert dat men het echte, persoonlijke beeld van hem krijgt. 

Onze ervaringen als Vlaams Belang met het koningshuis zijn beperkt, want we gaan nooit naar ceremoniële dingen van het Belgische koningshuis of de Belgische staat, zoals een 21 juliviering of een Te Deum. Onze enige ervaring heb ik zelf meegemaakt. Voor het eerst had het staatshoofd een vertegenwoordiger van Vlaams Belang uitgenodigd, na de verkiezingen van 2019, toen we een grote overwinning hadden geboekt.

Het wordt inderdaad gezegd dat er eind jaren 70 ook een uitnodiging is verstuurd, die geweigerd is geweest. Dat zou kunnen. Alleen is het niet omdat je één keer een uitnodiging afslaat, dat je de keren erna er geen meer hoeft te ontvangen.

Ik geloof niet in het ‘colloque singulier’ en zal het ook nooit respecteren. Wat ik wel respecteer, zijn gesprekjes een-op-een. Ik hoef die niet per se aan de buitenwereld te vertellen, of u nu koning Filip bent of mijn buurman. Maar één anekdote kan ik u wel vertellen.

Na de verkiezingen had het koningshuis ’s morgens vroeg gebeld naar ons nationaal nummer. Iemand van de boekhouding had opgenomen. We geloofden het eerst niet, we dachten dat het ‘De Ideale Wereld’ was. De boodschap was om me klaar te houden voor een telefoontje. Uiteindelijk belde een onbekend nummer uit Brussel, dat ik per ongeluk heb afgedrukt. Voor de eerste keer dat het paleis ooit naar de voorzitter van Vlaams Belang belt, gebeurt zoiets.

Ik belde terug, de kabinetschef zei dat de koning me kort daarop wou ontvangen. Een lastig tijdstip, zei ik, hebt u ook een ander tijdslot? IJzige stilte, want dat vraag je blijkbaar niet. Het kon toch een kwartiertje later, dus ben ik in de auto gesprongen en redelijk geïmproviseerd toegekomen. 

Hoe het was? Tja. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de persoon die koning Filip is, wel een vriendelijk iemand is. Natuurlijk, je merkt wel, die is zijn leven lang opgevoed om heel diplomatisch te zijn. Ik vond dat een aangenaam gesprek. Maar ik heb er al betere gevoerd.

Uiteraard. Ik zit daar niet namens Tom Van Grieken, ik zat er namens meer dan 800.000 kiezers. Ik heb daar mijn politieke grieven op tafel gelegd. Weliswaar heb ik in een eerste verkennend gesprek niet ons hele programma afgerammeld, maar ik heb wel geprobeerd op dat korte tijdstip duidelijk te maken wat onze intenties zijn.

We hebben over de politiek gesproken, en ook over een ander onderwerp dat we misschien gemeenschappelijk hebben, maar dat blijft tussen mij en koning Filip. Niet omwille van het ‘colloque singulier’, wel omdat ik een beleefde jongen ben.

Ik heb er geen hoge pet van op, maar dat heeft minder te maken met de persoon die de koning is, wel met het instituut. Ik ben overtuigd republikein, mijn partij ook. Voor mij horen koningen en prinsessen thuis in sprookjes of in Disneyland Parijs, ik vind dat geen instituut anno 2023.

Voor mij zijn burgers gelijk. Je krijgt een bepaalde functie als je aan bepaalde examens of kwaliteit voldoet, of als je een mandaat krijgt van de bevolking. Dat je toevallig in de juiste wieg geboren bent en daarom bepaalde voorrechten hebt, is toch iets voor de middeleeuwen. Het mag voor mij eerder opgedoekt worden, dan verder blijven bestaan.

Het is niet lief wat ik ga zeggen: ik ben blij dat hij geen buitenechtelijke kinderen heeft waar we voor moeten opdraaien. Dat vind ik een verdienste in zovele generaties Van Saksen-Coburg. Het koningshuis kost handenvol geld. Hij lijkt mij zoals zijn oom een heel integer persoon. Dat wil ik hem wel nageven. En ik zeg het een beetje plat, maar de levenswandel van de Van Saksen-Coburgs heeft de Vlaming al veel geld gekost.

Inderdaad, het is juist, voor prinses Delphine moeten we niet opdraaien. Maar in het verleden zijn er voor minnaressen en buitenechtelijke kinderen paleizen gebouwd en jobs gecreëerd, dus we hebben al genoeg gegeven.

Een zwakte vind ik dat hij niet zoals zoveel andere koningshuizen zijn rol beperkt tot een ceremoniële functie. Als je al een koningshuis zou moeten tolereren, quod non als je het ons vraagt, dan moet je iedere rol van politiek weren.

En die heeft hij, men vergeet dat. Hij nodigt de partijvoorzitters uit, hij duidt de informateurs en de formateurs aan. Dat is een cruciaal moment in de regeringsvorming van een land, dat is de trainer die bepaalt wie er op het veld staat. Dat hij die rol niet proactief zelf afschaft, vind ik overduidelijk een zwakte van hem.

Na onze verkiezing tot covoorzitters heeft het Hof me uitgenodigd op kennismakingsaudiëntie. Toen heb ik hem leren kennen als iemand met twee gezichten, op een positieve manier: zeer ernstig en beredeneerd over het land, maar voor of na de ernstige gesprekken is hij iemand die relatief gewoon in het leven staat en de menselijke connectie zoekt.

Mijn anekdote is dat ik in ons informele gesprek op twee momenten echt gemeende passie voelde. Toen het ging over mijn landbouwconnectie en de boeren in mijn familie. Dat interesseerde hem, ook wat dat betekende voor mijn politieke ideeën.

En hij was geraakt toen ik hem complimenteerde met zijn filmpje met de Rode Duivels. Hij had er met veel goesting aan meegewerkt. Dat filmpje toont dat hij helemaal mee is met zijn tijd en dat ook zijn team mee is met wat er anno 2023 van een vorst verwacht wordt. Hij voelt wat leeft in de samenleving en hoe hij daar connectie mee kan maken. Ongezien in ons koningshuis.

Dat is zeker al gebeurd. Bij de koning praat ik door over de politiek. Het zou een probleem zijn als je het niet doet. Uiteraard met de nodige sereniteit, wat past in dat soort gesprekken. En je formuleert alles zorgvuldig, we spreken niet in tweets. Zo’n rustig gesprek staat misschien haaks op de tijdsgeest. Het is goed dat er nog een plek is om in alle rust na te denken over waar we heen moeten met dit land.

Nu, hij gaat niet inhoudelijk discussiëren of iemand juist is of verkeerd. Dat lijkt me ook niet zijn rol. Hij moet aan de slag met de signalen die uit de democratie komen, en zo een formateur aanduiden. Hij neemt vooral zaken mee, probeert uit te diepen waar de knopen zitten.

Voor mij heeft hij bewezen dat hij geschikt is voor de job en dat hij gegroeid is in zijn rol. En het koningshuis heeft meegesleept in de 21e eeuw. Een omwenteling, waarvoor zijn dochter, de troonopvolgster, hem dankbaar zal zijn. Hij straalt nabijheid en menselijkheid uit, zijn communicatie is goed en slim, en tegelijk bewaakt hij de waardigheid van zijn rol. Het wordt niet plat. Zelfs in het acteren, zoals met de Rode Duivels, blijft hij de waardigheid van een vorst uitstralen.

Er zit evolutie in de typische dingen, de houterigheid en ivoren toren is er wat uit. En ook politiek, het zijn geen tien evidente jaren geweest. Hij is er toch maar mooi in geslaagd aan de slag te gaan met wat nu eenmaal verkiezingsuitslagen zijn hier. En hij heeft de toekomst van dit land op een goeie manier, en met afstand (wat ook maar zijn rol is volgens de grondwet), proberen voor te bereiden. Dat mogen we ook niet onderschatten, de complexiteit van ons land, en die is veel groter dan onder zijn voorvaderen.

Hij gaat ook slim en verantwoord om met de opvoeding van kroonprinses Elisabeth, als ‘voorganger staatshoofd’, en ook als papa. Hij is daar goed omkaderd met een sterke vrouw, dat helpt.

Hij is erg doordrongen van zijn ambt en plichtsbewust en toegewijd. Én hij is een man van de wereld, die goed de uitdagingen van deze tijd vat. Je ziet dat in zijn nieuwjaarsboodschappen: in 2022 over de Covidcrisis, in 2023 over geopolitiek en klimaat en vergrijzing.

Er is ook een goeie balans tussen enerzijds neutraliteit en afstand en anderzijds de politieke klasse voldoende aansporen om hun rol te spelen. Zonder uit de bocht te gaan. We hebben nog geen uitspraken à la koning Albert gezien. Die ging op een bepaald moment in die lange politieke crisis wel heel ver. Misschien ook met reden.

Voor mij zijn er twee: één waar hij iets aan kan doen en één waar hij niets aan kan doen. De eerste is zijn positie ten aanzien van ons verleden en dat van het koningshuis in Congo. Dat hij sleept met de voeten om helder excuses aan te bieden, is onverstaanbaar anno 2023. We weten allemaal wat er is gebeurd. Wat de rol was van ons land, en van het koningshuis.

Dat is uiteraard niet zijn individuele verantwoordelijkheid. Maar zelfs vorig jaar in Congo was het moeilijk om daar duidelijke taal over te spreken. Dat staat toch in contrast met wat koning Willem-Alexander onlangs heeft gedaan rond het slavernijverleden van Nederland. Daar voelt koning Filip de tijdsgeest te weinig aan, en ook het geschiedkundig inzicht.

En waar hij niets aan kan doen: hij is geen verkozen staatshoofd. Hij speelt zijn rol goed, en dat is waardevol in een complex land als België. Maar idealiter is voor mij het staatshoofd van ons land verkozen. Ook vanuit mentaal welzijn. Ik geloof niet dat het voor mensen interessant is dat bij hun geboorte al voorbestemd is wat ze moeten worden.

Ik investeer enorm als ik de kans krijg om gesprekken met hem te voeren. En zolang we een koninkrijk zijn, zal ik met veel respect samenwerken. Maar ik ben geen monarchist.

Mijn witte sneakers tijdens mijn eerste bezoek zijn niet alleen het brede publiek, maar ook de koning zelf opgevallen. Wat hij ervan vond, mag ik je niet vertellen. Ik kan je enkel zeggen dat het niet de enige keer is dat ik sneakers aan had bij een bezoek aan de koning (lacht).

Ik heb de koning echt leren kennen tijdens de onderhandelingen voor de federale regering eind 2020 en in 2021. Hij heeft me toen zelfs het vertrouwen gegeven om preformateur te zijn en alle partijen op 1 lijn te brengen voor de finale onderhandelingsronde. Hij is zeer open, luisterbereid en apprecieert het ook dat je als politiek leider zegt waarop het staat. Hij laat zich ook zeer goed omringen.

Koning Filip heeft toch voor een trendbreuk met zijn voorgangers gezorgd. Het mag vooruitgaan bij hem. Waar zijn voorgangers te vaak een afwachtende rol innamen, treedt koning Filip vaker op de voorgrond. Dat was zo tijdens de regeringsonderhandelingen die veel te lang aansleepten. Maar dat is ook zo bij zeer actuele thema’s.

Zo koos hij ervoor om op het moment dat BLM in ons land brandend actueel was om in een brief zijn spijt te betuigen voor de gruweldaden van België in Congo. Terecht. Maar wel een protocollaire revolutie. Ook op vlak van communicatie probeert hij mee te zijn met zijn tijd.  Zo heeft hij met zijn promofilmpje voor de Rode Duivels menig wat harten gestolen bij voetbalminnend België.

Ik ken de koning als heel menselijk en oprecht in zijn contacten. Heel erg begaan met het land en met de mensen zelf. Toen ik bijvoorbeeld met spoed werd opgenomen in het ziekenhuis voor een operatie aan mijn nieren, belde hij me persoonlijk op om me beterschap te wensen. 

Hij kan nog losser overkomen in het publiek. In vergelijking met eerdere koningen heeft hij al wat stappen gezet. Toch mag het er wat mij betreft in publieke aangelegenheden allemaal wat minder protocollair en meer menselijk aan toegaan. Ook de koning moet gewoon overal zichzelf kunnen zijn. 

Peter Mertens: Ik heb hem twee keer gezien. De eerste keer was in december 2018 toen de regering was gevallen. Ik werd ingepeperd door allerlei lakeien met veel goud op de schouders wat je allemaal mag doen en niet. Dat was totaal nieuw voor mij.

Je mocht hem geen vragen stellen, bijvoorbeeld. Dat was redelijk stevig, hoewel iedereen bijzonder vriendelijk was. Ik kwam in een kamer die veel te groot was, met twee plechtige stoelen, en ik dacht, dat gaat hier een ongelooflijk stijve boel worden. Maar dat was het tot mijn grote verrassing toch niet.

Dat ik geen vragen mocht stellen, heb ik me niet aangetrokken, en hij ook niet, dus dat vond ik oké. Helemaal op het einde vroeg hij, meneer Mertens, is het waar dat u een vlag van Che Guevara op uw bureau hebt hangen? Die vraag had ik niet zien komen, en ik flapte eruit: normaal wel, maar nu niet, want ze zijn mijn bureau aan het schilderen. Dat antwoord had hij waarschijnlijk ook niet verwacht. Ik vond het wel mooi dat het niet alleen bij de diplomatieke geplogenheden bleef.

Ik had een tweede gesprek na de verkiezingen in mei 2019, en dat was ernstiger. Hij was naar een armoedeorganisatie in Brussel geweest, en vroeg mijn visie omdat wij ook fel mee bezig zijn met armoede. Daar had ik wel een dubbel gevoel bij, want door zijn eerlijkheid voelde ik dat hij er ver van af stond. De ridder die van zijn paard stijgt om de bloemen te bekijken, oneerbiedig gezegd. Maar de gesprekken waren minder stijf dan de omgeving, dat viel mij mee.

Peter Mertens: Ja, dat gevoel had ik wel. Je bent natuurlijk in een diplomatische omgeving, het is niet hetzelfde als op café. Maar de vrijheid is er om je visie te geven. En hij is goed voorbereid. Hij wist waarover hij het met ons wou hebben: armoede, en de eenheid van het land. Ik vermoed dat hij bij alle partijvoorzitters gecheckt heeft wat voor hen belangrijke punten waren.

Ik heb het gevoel dat het koninklijk apparaat bij die gesprekken zijn rol speelt. Ik ben op zich een republikein, maar in de specialiteit van ons land is het niet verkeerd dat er ergens een instituut is dat boven de kibbelende partijen staat.

Peter Mertens: Principieel vind ik niet dat adellijke titels en erfrecht van macht goed is in de 21e eeuw. Anderzijds is er de l’exception belge. Je moet de dingen altijd in een historische beweging zien. België is een klein land, een export-economie voor Duitsland. Het is niet gemakkelijk om de stem van België te laten horen. En dan zijn er nog de middelpuntvliedende krachten die het land uiteen willen trekken en de complexe situatie. Dat is de context waarin wij bewegen.

Koning Filip brengt actoren in ons land samen. Niet alleen politieke, ook andere. In die context vind ik het eenheidsgevoel dat uitgaat van Laken positief. Het is gewoon een mijnenveld. Politiek is al een mijnenveld, constitutioneel zal het dat ook wel zijn. Ik zeg principieel nee aan het koningshuis, maar ik ben positief over hoe hij zich binnen een bepaalde historische context beweegt.

Raoul Hedebouw: Hij heeft geprobeerd om een moderner beeld te geven van het koningshuis. Qua moderniteit komen hij en het koningshuis van ver, dus het zal wel een grote sprong geweest zijn. In dat opzicht doet hij het niet slecht. Nu, wij zijn eerder een republikeinse partij, voor mij is een koningshuis niet nodig in ons land. Maar zijn communicatie kan ik waarderen. Er zit een zekere dynamiek in.

Raoul Hedebouw: Hij heeft voeling met het leed van de mensen. Je voelt dat in zijn speeches, of die nu gaan over overstromingen in de Vesdervallei, of racisme in onze samenleving. Hij probeert dat te vertalen binnen het grondwettelijk kader dat hij heeft. In België heeft de koning weinig macht, dus hij gebruikt zijn speeches om die waarden naar voor te schuiven.

Raoul Hedebouw: Hij is het product van het koningshuis zelf, hij maakt deel uit van een van de rijkste families in het land. Hij krijgt veel geld van de overheid of van de geschiedenis van de familie. Daardoor leeft hij deels in een andere wereld. Hij zit in een bubbel die door het instituut zelf gecreëerd is. Dat is een zwak punt dat altijd zal blijven.

Minder dotatie zou ons koningshuis dichter bij de mensen brengen. Maar ja, het is deel van de privileges van die familie. Hij is zo opgevoed geweest. Je voelt ook dat de missie erin gehamerd is geweest, met volgens mij ook veel persoonlijk leed.

En rond Congo, het is positief dat hij spijt geuit heeft, maar anderzijds spijtig dat hij niet verder ging naar excuses. Dat toont de dualiteit. Excuses zou misschien geld betekenen om die excuses te compenseren. Het koningshuis heeft natuurlijk volop meegespeeld met het economische uitbuitingsverhaal van Congo, hun rijkdom komt vooral door Congo en Leopold II. Je voelt de limieten van koning Filip.

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"