Vandaag wordt in Vlaanderen naar jaarlijkse traditie het feest van de Vlaamse Gemeenschap gevierd. Op deze dag wordt de Guldensporenslag van 11 juli 1302 herdacht, waarbij het Franse leger een historische nederlaag leed tegen een Vlaams volksleger. “Ooit werd die slag als een soort verhaal van de Vlaamse bevrijding voorgesteld, maar historici hebben al lang een andere interpretatie, gebaseerd op historische bronnen en niet mythevorming", duidt Jan Dumolyn, historicus aan de universiteit van Gent.
Wat herdenken we vandaag precies?
Vandaag herdenken we een veldslag die nu dankzij schrijver Hendrik Conscience te boek staat als de Guldensporenslag. Maar tot Conscience in 1838 de historische roman “De leeuw van Vlaanderen” uitbracht, stond deze veldslag eeuwenlang bekend als de Slag bij Kortrijk. Deze middeleeuwse veldslag was een gevecht tussen het Franse leger en een verzameling van soldaten rond graaf van Vlaanderen Gwijde Van Dampierre.
De slag was het gevolg van een conflict tussen het graafschap Vlaanderen van Gwijde van Dampierre en het Franse koninkrijk van Filips de Schone, een conflict over macht en invloed in het toenmalige rijke Vlaanderen. Dat conflict had verschillende oorzaken. In de eerste plaats was het een sociale strijd, legt historicus Jan Dumolyn uit.
Door de textielnijverheid was in de eeuw voor de Guldensporenslag de economie in de zuidelijke Nederlanden enorm gegroeid. Daardoor werden niet alleen de Vlaamse steden groter, maar ook de sociale tegenstellingen. “De textielarbeiders hadden geen macht, geen politieke inspraak, en dat leidde tot protest”, blikt Jan Dumolyn terug op die woelige tijd.
Lang verhaal kort: in de ochtend van 11 juli 1302 maakten de Fransen zich op om de Vlamingen en hun medestanders te verslaan, maar het Franse leger kreeg een onverwachte pandoering. Het 8.000 man sterke Franse leger, onder wie 3.000 ridders te paard, ging roemloos ten onder tegen een leger van zo’n 8.000 man.
De Franse paarden liepen zich vast in de moerassige grond van Kortrijk en kregen te maken met het Vlaamse voetvolk. Het was de eerste keer dat een volksleger van gewone mensen het haalde tegen het grootste ridderleger van Europa.
Waarom herdenken we deze dag?
In de eeuwen die volgden, verdween de historische veldslag uit het collectieve geheugen, tot België in 1830 onafhankelijk werd. Het jonge landje had toen dringend nood aan symbolen om een eigen identiteit te vormen.
Op die manier herontdekte België de Guldensporenslag als symbool van het streven naar onafhankelijkheid. In 1836 schilderde Nicaise De Keyser “De Slag der Gulden Sporen”, waarop auteur Hendrik Conscience in 1838 zijn historische roman “De Leeuw van Vlaanderen” inspireerde. Door hun werken werd onmogelijk gewaande overwinning geromantiseerd en gemythologiseerd en begonnen ze deel uit te maken van het collectieve geheugen in België.
In de loop van de 20e eeuw werden Conscience en "De leeuw van Vlaanderen" steeds vaker gebruikt om ook de Vlaamse identiteit vorm te geven.
Tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog werd 11 juli steeds meer een symbool in de Vlaamse Beweging en na de Tweede Wereldoorlog claimt ze de erfenis van de Guldensporenslag.
Uiteindelijk zal het nog tot 1973, dus precies 50 jaar geleden, duren vooraleer 11 juli uitgeroepen wordt tot Vlaamse feestdag. Dat gebeurde door de Nederlandse Cultuurgemeenschap, de voorloper van de Vlaamse regering. Tegelijk werd de leeuwenvlag uitgeroepen tot de officiële vlag van Vlaanderen en werd “De Vlaamse Leeuw” vastgelegd als volkslied.
Wat houden de festiviteiten in?
Onder de vlag “Vlaanderen feest”, is de viering van de Vlaamse feestdag anno 2024 uitgegroeid tot een periode van 11 dagen die eindigt op 11 juli. In de aanloop van de 11e juli worden lokale feesten in het teken van de Vlaamse gemeenschap gestimuleerd.
Op de dag zelf houdt de voorzitter van het Vlaams Parlement traditioneel een 11 juli-toespraak in het stadhuis van Brussel. Later op de dag reikt de Vlaamse regering de eretekens van de Vlaamse Gemeenschap uit aan verdienstelijke burgers. Naast de officiële viering op het stadhuis in Brussel kan je vandaag op heel wat plekken terecht voor muziek, dans en andere festiviteiten.
Hoewel 11 juli een erkende feestdag is, is het geen betaalde feestdag voor alle Vlamingen. Dat is het enkel voor Vlaamse ambtenaren en binnen bepaalde sectoren. In het regeerakkoord van de federale regering werd 4 jaar geleden vastgelegd dat de deelstaten de mogelijkheid zouden krijgen om van hun feestdag een betaalde feestdag te maken, maar tot op de dag van vandaag is daar nog geen concreet akkoord over gesloten.



