In Oekraïne, in de zuidoostelijke regio Zaporizja, zijn bij een Russische luchtaanval op een distributiecentrum voor humanitaire hulp vier doden gevallen. Er vielen ook minstens dertien gewonden. Dat heeft de regionale gouverneur gemeld. Hij heeft het over een "oorlogsmisdaad".
Zeker vier doden bij Russische aanval op distributiecentrum voor humanitaire hulp in regio Zaporizja
De Russische aanval gebeurde op een woonwijk in de stad Orikhiv "op een distributiecentrum voor humanitaire hulp", zei militair gouverneur Joery Malasjko op de berichtendienst Telegram. Het Oekraïense ministerie van Binnenlandse Zaken voegde toe dat de bom gericht was "op een schoolgebouw waar burgers op dat moment humanitaire hulp ontvingen". Volgens de gouverneur stierven vier mensen ter plaatse. "Het gaat om drie vrouwen, een van 43, 45, 47 jaar oud. En om een 47-jarige man", aldus de gouverneur.
De Oekraïense procureur-generaal zei in een verklaring dat aanval zondagmiddag plaatsvond en er ook dertien mensen gewond raakten. Er zouden nog minstens vijftien mensen vastzitten onder het puin. "Het volledige schoolgebouw werd verwoest door de aanslag, ook de infrastructuur van nabijgelegen huizen en civiele infrastructuur werd beschadigd", zei het ministerie van Binnenlandse Zaken nog. "De Russen voerden ook nog 36 raket- en artillerieaanvallen uit op tien dorpen in Zaporizja".
Orikhiv, stad bij fronlinie
De stad Orikhiv ligt op zo'n zes kilometer van de frontlinie, waar Oekraïense troepen sinds begin juni zwaar versterkte posities proberen te heroveren op de Russische troepen. Voor de oorlog was het een stad met zo'n 14.000 inwoners.
Sinds de Russische inval in Oekraïne op 24 februari vorig jaar heeft de VN al meer dan 9.000 burgerdoden geregistreerd. Het werkelijke aantal ligt echter veel hoger. Rusland ontkent dat het opzettelijk burgers heeft aangevallen.