We konden er niet naast kijken, een heel weekend lang regende het onheilstijdingen over het nakende noodweer van zondag. Maar behalve enkele blikseminslagen en zware stortbuien bleek de schade in ons land uiteindelijk heel goed mee te vallen. Sloeg het KMI de bal mis of reageerden we als samenleving te scherp op de voorspellingen? Dit is onvermijdelijk, zegt weerman David Dehenauw (KMI) in “De wereld vandaag” op Radio 1. “De voorspellingen zijn de voorbije decennia veel verbeterd, maar fouten blijven altijd mogelijk.”
David Dehenauw (KMI) na uitblijven van voorspeld noodweer: "Zeker zijn bestaat niet in meteorologie"
“Wat de hagelvoorspelling betreft, zaten we er inderdaad naast”, erkent Dehenauw, hoofd weersvoorspellingen bij het KMI in Ukkel. Het KMI was niet de enige die de bal missloeg. “Ook het Nederlandse KNMI, de Duitse weerdienst en zelfs de Franse collega’s voorspelden gisteren voor de grensregio en Luik hagelstenen van 3 tot 5 cm doorsnee. Die hebben we inderdaad niet gezien. Wel waren er heel zware buien in het zuiden van Limburg, net ten noorden van de stad Luik en in het land van Herve maar niet in de stad Luik.”
“Het is ook onmogelijk om zoiets heel nauwkeurig te voorspellen. Bij onweders hebben we altijd moeite om te bepalen waar en wanneer het precies zal zijn en hoe hevig het zal zijn. Dat komt omdat weercomputers niet op heel kleine schaal kunnen berekenen waar een onweer zal plaatsvinden. Voor een gemeente weten we dat dus maar heel kort vooraf, soms kan je pas 10 minuten op voorhand voorspellen wat er daar gaat gebeuren. Daarom hebben we ook de KMI-app gelanceerd. Die geeft je op gemeentelijk vlak op korte termijn voldoende zekerheid."
Codes bleven dezelfde, wel meer overleg
We moeten ons natuurlijk ook baseren op bepaalde procedures, zegt Dehenauw. “Aan de codes geel of oranje, of de procedure errond, is de voorbije jaren ook niets veranderd. Wel is er veel meer overleg met andere overheden wanneer er noodweer dreigt. De procedure is niet gewijzigd net omdat die eigenlijk heel goed werkt. Als we code oranje geven voor onweer, dan is dat in 80 procent een terechte waarschuwing. In zo’n 15 procent van de gevallen gaat het om vals alarm.”
“Het is dus niet zo dat we paniekvoetbal spelen of ons willen indekken, maar we kunnen niet vermijden dat het wel eens misgaat en dat niet alle details die we voorspellen uitkomen. In Duitsland was er deze keer wel wat schade, bij ons viel het goed mee en bleef de schade beperkt tot enkele blikseminslagen in woningen in Wallonië en Vlaanderen."
Waarschuwt het KMI te snel? "Onze computers hebben moeite om onweer heel nauwkeurig te berekenen"
Fouten horen erbij
Organisatoren die gisteren evenementen moesten afgelasten of inkorten, zitten vandaag wel met een kater. “Begrijpelijk”, aldus Dehenauw. “We zijn de eersten om toe te geven dat het niet altijd juist is wat we zeggen. Maar zekerheid bestaat niet in meteorologie. In vergelijking met enkele decennia geleden zijn onze modellen veel beter geworden, maar we blijven nu en dan een fout maken en dat zal ook zo blijven. Er zullen altijd zaken zijn die we niet of niet goed kunnen voorspellen. We werken nu wel met veel organisatoren samen om de communicatie te verbeteren zodat men niet op basis van één voorspelling gaat annuleren.”
Welke invloed hebben drama’s als de windhoos op Pukkelpop in 2011 of de overstromingen in Wallonië van twee jaar geleden? Is de samenleving alerter voor voorspeld noodweer en de bijhorende kleurcodes dan vroeger? "Er is sowieso veel meer media-aandacht voor de codes of ernstige weersvoorspellingen dan een aantal jaar geleden", vindt Dehenauw. “Twintig jaar geleden kreeg ik misschien één vraag van een journalist per week. Nu gaat er geen dag voorbij zonder dat er een journalist aan de lijn hangt. Nieuwsartikels over extreem weer zijn nu eenmaal heel populair.”

