De relatie tussen jongeren en de politie in Brussel loopt niet altijd van een leien dakje. Het is een open deur intrappen, maar de rellen van afgelopen week na de dood van de Franse tiener Nahel hebben die relatie nog eens op scherp gezet. Maar hoe komt dat toch? En waar liggen de oplossingen?
Politie vs. Brusselse jongeren: vanwaar die gespannen relatie en wat is de oplossing?
"Het is ingewikkeld." Dat is misschien de beste omschrijving voor de relatie tussen de Brusselse jongeren en de politie. Het is ook wat criminologe Sarah Van Praet in "De ochtend" vertelt. Zij werkt aan het NICC, het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie, en onderzocht op verzoek van de Brusselse politiezone Hoofdstad-Elsene de relatie tussen jongeren en de politie in Brussel. Ze sprak daarvoor met jongeren, met jeugdwerkers en met agenten.
"Het is spijtig dat er over dé jongeren en dé politie gesproken wordt. Want het gaat niet over alle politie, maar ook niet over alle jongeren." Over welke jongeren dan wel? "Het probleem situeert zich vaak in specifieke wijken, met mensen die het socio-economisch moeilijk hebben, waar mensen vaak meer op straat zijn, waar meer politie aanwezig is
"Heel divers politiekorps in Brussel: jongeren geven ook aan dat ze niet met alle agenten problemen hebben"
De moeilijke knoop waar het vooral om draait: de identiteitscontroles. "Uit een Frans onderzoek, en in ons land wijst onderzoek in dezelfde richting, is er voor een groep jongeren sprake van intensieve identiteitscontroles."
Het is spijtig dat er over dé jongeren en dé politie gesproken wordt. Want het gaat niet over alle politie, maar ook niet over alle jongeren
Sarah Van Praet
Hoe zien de jongeren het?
Exacte cijfers over de identiteitscontroles in Brussel heeft Van Praet niet. Haar onderzoek is uitgevoerd op basis van perceptie. "Maar jongeren in de Tulpenwijk of de Marollen gaan ervan uit dat ze soms tot drie keer per dag, of drie keer per week gecontroleerd worden."
"Het probleem is dat die jongeren aanvoelen dat de controles specifiek en intensief gericht zijn op een bepaalde groep. Het gaat dan over jongens, ruwweg tussen 13 en 23 jaar oud, in bepaalde wijken, met een bepaalde huidskleur, bepaalde accessoires of kleren."
Hoe ziet de politie het?
"Als we dan kijken naar de kant van de politie, voelen zij ook heel hard aan dat ze heel fel gestuurd worden door wat we als maatschappij als een probleem aanzien of waar we de politie voor bellen. Voor hen zijn die controles ook niet altijd een vrije, open keuze. Het kan dan bijvoorbeeld gaan over buurtbewoners die vragen om een groepje jongeren te controleren."
Je geeft eigenlijk als maatschappij het signaal dat die jongeren geen plaats hebben in onze maatschappij
Sarah Van Praet
Volgens Van Praet krijgt de politie ook niet altijd de informatie over hoe die identiteitscontroles door de jongeren aangevoeld worden. "We kennen allemaal het discours 'als ze niks te verbergen hebben, is het toch niet zo erg om even je identiteitskaart te tonen'. En dat kan zo lijken. Maar wanneer je telkens opnieuw en opnieuw gecontroleerd wordt en dat de kans dat er een proces-verbaal uitkomt eigenlijk redelijk laag is, wanneer je merkt dat je in andere wijken minder gecontroleerd wordt, dat je ziet dat jongeren daar ook minder gecontroleerd worden, wanneer je je broers, neven en nonkels met hetzelfde verhaal hoort, dan geef je eigenlijk als maatschappij het signaal dat ze geen plaats hebben in onze maatschappij."
Hoe kan de relatie tussen jongeren en de politie verbeteren?
Wat Van Praet uit de gesprekken met die jongeren ook onthouden heeft, is dat ze telkens opnieuw zeggen dat het niet over álle politieagenten gaat. "Het Brusselse korps is dan ook heel divers. Sommige agenten zijn ook niet zo bekend met Brussel."
Een deel van de oplossing kan liggen in nog meer praten. "Die identiteitscontroles gebeuren ook heel snel, vaak zonder dat men iets zegt, of aangeeft waar het over gaat. Een routinecontrole zegt heel weinig. Heel veel controles gebeuren niet omdat men op zoek is naar een specifieke dader." Van Praet benadrukt wel dat ze zich niet wil uitspreken over de controles aan het Muntplein, waar de afgelopen dagen wel heel wat over te doen was.
"Als er een redenering achter die controles zit - en ik zeg niet dat die er niet is - moeten we die misschien eens meer op tafel leggen. Want nu is het voor jongeren, jeugdwerkers en voorbijgangers vaak moeilijk te begrijpen. En de redenering: 'die jongeren zorgen voor last' is niet voldoende, het is niet individueel, het motiveert geen identiteitscontrole van vier jongens op een bankje."
Als er een redenering achter die controles zit - en ik zeg niet dat die er niet is - moeten we die misschien eens meer op tafel leggen
Sarah Van Praet
Uiteraard is er zowel werk aan de winkel voor die jongeren, als voor de agenten, benadrukt Van Praet. "Het gaat ook veelal over pubers, die over het algemeen altijd in opstand komen tegen autoriteit. Op zich ligt daar misschien al een stukje van het probleem en is daar weinig aan te doen. Maar het feit dat ze die confrontatie opzoeken, getuigt van het feit dat ze de politie wel zien als een autoriteit, al moet er zeker nog aan het respect gewerkt worden. Want er zijn verschillende manieren om in opstand te komen." Al ziet Van Praet ook wel een stap die we als maatschappij kunnen zetten, om die jongeren niet het gevoel te geven dat ze er geen deel van uitmaken. "En daar kan de politie ook een rol in spelen."
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant



