Zo'n 200 Belgische militairen zijn vertrokken naar Roemenië voor de "Forward Land Forces"-operatie. Ze zullen er de oostflank van de NAVO versterken, niet ver van de Oekraïense grens. "Militairen kunnen er trainen met partners die middelen hebben, waar wij in België niet over beschikken", zegt luitenant-kolonel Philippe Reyniers in "De ochtend" op Radio 1.
200 Belgische militairen vertrokken naar Roemenië om NAVO te versterken in Oost-Europa
Een eerste groep van ongeveer 100 militairen vertrok vorige week maandag al vanop de militaire luchthaven in Melsbroek. Een tweede groep van zo'n 200 Belgische militairen is vandaag naar dezelfde bestemming vertrokken: Cincu in het centrum van Roemenië. Daar besloot de NAVO een nieuwe gevechtsgroep op te richten om de oostflank van het westerse militaire bondgenootschap te versterken.
"In totaal gaan er zo'n 300 militairen mee", weet Philippe Reyniers, luitenant-kolonel en korpscommandant. "In die groep zit ook een Luxemburgse afdeling. Onze mensen zullen in een Franse eenheid van ongeveer 1.000 mensen tewerkgesteld worden. Ze zullen er niet enkel met hen trainen, maar ook met troepen uit Polen en Portugal."
Belang
Volgens de korpscommandant is niet enkel de aanwezigheid, maar ook wat ze daar gaan doen erg belangrijk. "We krijgen de mogelijkheid om de militairen te laten trainen met partners die middelen hebben, waar wij in België niet over beschikken."
"Het is de laatste jaren zo gegroeid dat iedereen zijn specialiteit heeft. De eenheid waar ik verantwoordelijk voor ben, is gespecialiseerd in het gevecht van man tot man. We zien de tegenstander letterlijk in de ogen."
"De eenheid heeft steun nodig voor wat ze zelf niet meer kan. Steun die we in België al krijgen op vlak van artillerie bijvoorbeeld." De interessante en bijkomende mogelijkheid in Roemenië is de samenwerking met Franse tanks, "die bij ons niet beschikbaar zijn en wat enorme perspectieven opent".
Belgische militairen vertrekken voor maandenlange operatie aan NAVO-grens in Roemenië
"Goed samenwerken is heel belangrijk", gaat de korpscommendant verder. "In de praktijk betekent dat niet verrast zijn. Als je samenwerkt, moeten alle procedures mooi afgelijnd zijn en spreek je best dezelfde taal. Daar trainen onze mensen nu voor. Als ze terugkomen, gaan ze een pak meer ervaring hebben in dat domein, wat ons ten goede komt in de dagdagelijkse werking en voorbereiding op andere opdrachten."
Voor een missie met als doel de oostflank van de NAVO te beschermen, ligt de locatie van de operatie ten slotte behoorlijk centraal in Roemenië. Reyniers zegt dat de ligging alle opportuniteiten biedt om te kunnen trainen, en grote opleidingscentra vaak liggen waar de minste mensen gestoord worden.
Missie van een jaar
België levert, afwisselend met Nederland, een aanvulling op de - voornamelijk Franse - eenheden van de gevechtsgroep die in Roemenië wordt ingezet. De missie van een jaar zal worden opgedeeld in drie periodes van vier maanden, om gelijke tred te houden met de rotatie van de Franse eenheden.
Na het begin van de oorlog in Oekraïne besloot het westerse militaire bondgenootschap het aantal gevechtstroepen te verdubbelen van 4 naar 8 én 4 nieuwe gevechtsgroepen op te richten. Naast Roemenië doet ze dat ook in Bulgarije, Hongarije en Slovakije. De gevechtsgroepen worden toegevoegd aan die in de Baltische staten (Estland, Letland en Litouwen) en Polen. Zij bestaan al sinds 2017.
