De inflatie blijft dalen. Het leven is in juni 4,15 procent duurder geworden in vergelijking met juni van vorig jaar. Vorige maand was dat nog 5,2 procent. Opvallend is dat de trendbreuk ook te zien is bij de torenhoge voedingsprijzen, waar de inflatie van 15,51 naar 14,43 procent ging.
Inflatie daalt verder naar 4,15 procent, ook voedingsprijzen stijgen minder snel
De inflatie in ons land - de mate waarin het leven duurder wordt - is in juni minder snel toegenomen dan de maand ervoor. De stijging daalde van 5,2 naar 4,15 procent, blijkt uit cijfers van Statbel, de statistische dienst van de federale overheid.
Concreet betekent dat wel nog dat een product waarvoor je een jaar geleden 100 euro betaalde, nu 104,15 euro kost. De inflatie zet de dalende trend wel verder. Dat betekent dat de prijzen minder snel stijgen.
Voeding drijft inflatie aan
De motor van de inflatie zijn nog steeds de prijzen van onze voeding. Die stegen in vergelijking met een jaar geleden met 14,43 procent en zijn zo goed voor 2,78 procentpunten van de inflatie.
Positief is wel dat die stijging een beetje vertraagt. Vorige maand bedroeg de inflatie voor voeding (inclusief alcoholische dranken) nog 15,15 procent. Een verschil van 1,08 procentpunten dus.
Ook de dalende energieprijzen wegen zwaar door. Neem die weg en de inflatie zou 8,7 procent bedragen.
De prijzen van motorbrandstoffen, brood en granen, suikerwaren, onderhoudsproducten, restaurants en cafés en private huur gingen het snelst de hoogte in. Voor pizza en quiche betaal je 30,8 procent meer, suiker werd 29,2 procent duurder en eieren gaan voor 25,2 procent meer over de toonbank.
Elektriciteit, aardgas, groenten, huisbrandolie, mobiele telefonie en alcoholische dranken hadden daarentegen een verlagend effect op het indexcijfer.


