Ons land zal vrijdag waarschijnlijk geen nationaal klimaatplan indienen bij de Europese Commissie. En zelfs als het klimaatplan tijdig af raakt, zal het onder de Europese lat blijven. Vlaanderen weigert de Europese doelstellingen op te volgen. Daar hangt een fiks prijskaartje aan vast, maar wie het moet betalen, daar zal nog een robbertje om gevochten worden.
Belgisch klimaatplan gaat onder Europese lat door: hoe erg is dat, en wie draait op voor de kosten?
De voorbije weken was het al te horen in de wandelgangen, maar nu wordt het ook luidop gezegd door bevoegde ministers: België zal zijn nationaal klimaatplan niet op tijd af hebben.
De deadline lag op nu vrijdag 30 juni. De bedoeling was dat ons land dan aan de Europese Commissie een ontwerptekst zou indienen. Daarin zou dan staan hoe ons land de verscherpte klimaatdoelstellingen van de Europese Commissie wil halen. België moet tegen 2030 zijn uitstoot van broeikasgassen met 47 procent terugdringen in vergelijking met 2005.
Zou, want dat nationaal klimaatplan komt er allicht niet op tijd. Dat is immers een bundel van de gewestelijke en federale klimaatplannen, aangevuld met een overkoepelende visietekst. In het ideale geval klokken al die plannen samen af op 47 procent. De Waalse, Brusselse en federale regeringen willen die 47 procent halen, maar Vlaanderen houdt het in zijn vernieuwde klimaatplan bij 40 procent. Het gevolg: België landt op 42,6 procent.
Daardoor zitten de onderhandelingen nu in een impasse. De andere bevoegde regeringen willen dat Vlaanderen de ambities optrekt of anders de rekening betaalt. Vlaanderen weigert dat. De Brusselse klimaatminister Alain Maron (Ecolo), die voor ons land bevoegd is voor het nationaal klimaatplan, verkondigde daarop gisterenavond dat hij dan maar géén klimaatplan indient.
Maar hoe erg is dat nu echt?
Móét ons land die deadline halen?
Eerst die deadline van 30 juni. Dat ons land die niet haalt, is helemaal niet zo erg, klinkt het bij het kabinet van Vlaams minister voor Omgeving Zuhal Demir (N-VA). Het gaat immers maar om een ontwerptekst waar de Europese Commissie vervolgens feedback op kan geven. Het uiteindelijke plan moet ons land pas volgend jaar indienen bij de Commissie, in juni 2024.
Dat klopt ook. In het verleden slaagden nog wel meer lidstaten er niet in de deadline te halen. Zo misten maar liefst 10 van de 28 Europese lidstaten in 2020 de harde deadline voor een finaal klimaatplan - niet eens de ontwerpversie dus, waar het nu over gaat. Daaronder waren grote lidstaten als Frankrijk en Duitsland.
Minister Demir maakt zich trouwens sterk dat als minister Maron vrijdag weigert een nationaal klimaatplan in te dienen, Vlaanderen dan zijn eigen plan zal indienen bij de Commissie.
Hoe erg is het dat ons land de Europese doelstellingen niet haalt?
Op zich hoeft het ook niet zo'n probleem te zijn dat België er niet in slaagt om zijn uitstoot netto met 47 procent terug te dringen. Er zijn immers manieren voorzien in de Europese klimaatwetgeving om die kloof te overbruggen, net voor landen die sterk geïndustrialiseerd zijn.
België kan tekorten compenseren door bij andere Europese lidstaten uitstootrechten op te kopen. Die moeten dan wel een overschot hebben, en dus minder uitstoten dan ze mogen van Europa. Een andere optie is dat België een deel van het Europees geld dat het ontvangt uit het emissiehandelsysteem ETS, omzet in eigen uitstootrechten.
Maar beide opties kosten ons land dus geld.
Wat zal dat ons land kosten?
Vlaanderen maakt nu al op die manier kosten. In de periode 2021-2022 gaf het zo 127,1 miljoen euro uit, staat te lezen in het Vlaams klimaatplan . En het rekent zulke kosten nu ook al in de boekhouding voor de volgende jaren. Om de eigen lat van 40 procent reductie te halen, rekent Vlaanderen erop dat het 3,5 megaton CO₂ zal moeten compenseren.
Daar zullen voor heel België dus nog de extra kosten bovenop komen die ons land moet maken wanneer het de nationale doelstelling mist.
De kloof tussen de Europese ambities en de opgetelde Belgische is op dit moment 13 miljoen ton CO₂ tot en met 2030. Tegen een koolstofprijs van 80 euro per ton komt dat op 1,04 miljard euro. Tenminste, dat is de grootteorde. De precieze prijs hangt onder andere af van de schommeling van de koolstofprijs in de toekomst.
Dat is natuurlijk heel wat geld. Geld dat anders ingezet zou kunnen worden voor klimaatmaatregelen zoals woningrenovaties.
Vrijdag nog stelde de Vlaamse Mobiliteitsraad dat emissierechten opkopen "geen optie kan zijn". De Mobiliteitsraad is een adviesorgaan waar onder andere de werkgeversorganisatie VOKA en de Vlaamse Automobilistenbond VAB in zetelen. "Deze middelen kunnen veel beter ingezet worden voor een robuust en toekomstgericht mobiliteitsbeleid."
En wie moet dat dan betalen?
Dat is nu de grote vraag. Het is nu al de inzet van een rondje zwartepieten.
Voor Europa maakt het niet uit welke deelregering de rekening betaalt. Het stuurt de rekening naar de lidstaat. Het zijn de deelregeringen die onder elkaar moeten uitvechten wie welke kosten draagt.
Als het aan de andere gewesten en de federale regering ligt, draait Vlaanderen op voor de extra kosten. Vlaanderen weigert dat, omdat het niet akkoord gaat met de doelstelling die de Commissie oplegt. "Vlaanderen gaat voluit voor -40 procent tegen 2030", reageerde minister Demir gisteren, "maar we gaan inderdaad het Ecolo-programma niet uitvoeren. Als er een factuur volgt, is dat omdat federaal dom meegaat in onhaalbare doelstellingen, zonder de steun van de grootste deelstaat."
De vraag is nu wie het eerste knippert met de ogen. Eén ding is zeker: zolang er geen akkoord is over de verdeling van de lasten, zullen ook de lusten niet verdeeld worden. Daardoor dreigt ons land langer te moeten wachten op Europees klimaatgeld.


