Aan de Eikstraat in Oostakker, bij Gent, wonen intussen 122 Oekraïense oorlogsvluchtelingen in een nooddorp. "Het is fijn om een plek te hebben waar we tot rust kunnen komen. Het is hier veilig, de kinderen kunnen met elkaar spelen." De stad zorgt voor ondersteuning. Het dorp breidt de komende maanden verder uit, op termijn kunnen er tot 600 mensen wonen.
Gents nooddorp telt na anderhalve maand 122 bewoners: "We vinden rust en bekomen hier van de oorlog"
Anderhalve maand geleden, op 10 mei, verhuisden de eerste Oekraïense gezinnen naar het nooddorp in Oostakker. Dat is gebouwd met Vlaams geld, de stad Gent zorgt voor de sociale ondersteuning. De bewoners zijn Oekraïners die eerder verspreid over de stad opgevangen werden. Nu de oorlog in Oekraïne blijft duren, was het nodig dat ze een vastere verblijfplaats kregen.
"We zijn heel lang op zoek geweest naar een plek om te wonen, het was echt niet makkelijk om iets te vinden", vertelt Todor Zazulak. "We zijn tevreden dat we nu een plek hebben." Zazulak woont er met zijn vrouw en drie kinderen.
We kunnen hier wat afstand nemen van de oorlog, we zijn veel gelukkiger nu en de kinderen kunnen samen spelen
Todor Zazulak, bewoner van het nooddorp
Zazulak is één van 122 bewoners van het nooddorp. Hij noemt het zelf liever een Oekraïense wijk. De bewoners verblijven hier nu enkele weken en hebben planten in de voortuintjes gezet. Er ligt speelgoed voor kinderen buiten en hier en daar staan droogrekken met wasgoed.
"Het dorp bestaat uit vier straten met verschillende units voor grote en kleine gezinnen", vertelt Youri Seynhaeve. Hij is sociaal-cultureel werker en helpt de bewoners op weg. De huizen hebben een adres en een brievenbus. Er is een wassalon, de polyvalente zaal gaat binnen enkele weken open. "We zullen er een kinder- en tienerhoek hebben. Het is ook een plek waar bijvoorbeeld verjaardagsfeestjes kunnen doorgaan."
"We kunnen hier wat afstand nemen van de oorlog en een normaal leven leiden. We leven in het heden, we durven niet te veel plannen maken voor de toekomst", zegt Zazulak. "Het is fijn dat hier lotgenoten zijn, de kinderen kunnen met vriendjes spelen."
"Mensen komen met allerlei vragen"
Kabir Gazanfary is een collega van Seynhaeve en spreekt een mondje Russisch. "Dat komt nu van pas", lacht hij. "Mensen komen met allerlei vragen. Daarnet wilde iemand nog weten of er een postkantoor in de buurt is. Als we zelf niet kunnen helpen, verwijzen we door naar andere diensten. Ik begrijp Oekraïens, sommige mensen willen om logische redenen enkel in die taal communiceren."
In het Gentse nooddorp wonen ook 34 dove of slechthorende vluchtelingen, zij behelpen zich met vertaalapps en gebaren. "We slagen er voorlopig goed in om elkaar te begrijpen."
"De kinderen gaan naar school en de volwassenen volgen Nederlandse les", vertelt Seynhaeve. "We organiseren binnenkort ook sessies met de VDAB om mensen toe te leiden naar werk."
Sommige mensen hebben intussen al zelf een job gevonden. Zazulak werkt nu vier maanden bij een bouwfirma. "Het is toevallig ook het bedrijf dat het nooddorp mee heeft aangelegd. Voor mij was het extra bijzonder om hier te werken en er later te komen wonen. Ik probeer ook Nederlands te leren, maar het is heel moeilijk. Bij ons thuis spreken de kinderen de taal het best."
"We zijn een jaar en twee maanden in België. Het werd te moeilijk in Oekraïne. Er waren constante stroomstoringen en luchtaanvallen. We moesten wel vijf keer per dag de schuilkelder in. We hebben er verschillende dagen over gedaan om naar hier te komen. Dat was een hele onderneming met drie jonge kinderen. Ik herinner me de lange files aan de grens nog. Gent was onze bestemming omdat hier al vrienden van ons waren. We hebben daar een hele tijd verbleven."
"Ik probeer geen beelden te bekijken van wat er in Oekraïne gebeurt. Het is te heftig, te vreselijk. Ik moet wat afstand nemen. Ik heb wel nog contact met mijn familie daar. Mijn tweelingbroer is er nog, hij zorgt er voor onze gehandicapte moeder."
De sociaal-cultureel werkers zijn er ook om mensen die het zwaar hebben op te vangen en door te verwijzen naar het Centrum voor Algemeen Welzijn (CAW). "Daar zijn er groepssessies voor Oekraïense vluchtelingen die steun kunnen gebruiken." Gazanfary merkt op dat er voorlopig weinig bewoners praten over persoonlijke problemen. "Dat kan natuurlijk veranderen, we blijven erg alert."
Het nooddorp zal de komende weken en maanden verder groeien, op termijn kunnen er tot 600 mensen wonen.
Een normaal leven
Seynhaeve en Gazanfary zijn tijdens de kantooruren in de week in het nooddorp. "We organiseren infomomenten over zomerscholen, sportkampen en andere hobby's. We werken nauw samen met Gentse inburgeringsdienst Amal. Er komt elke week een maatschappelijk werker om hier met de bewoners te praten."
De bewoners zelf proberen een zo normaal mogelijk leven te leiden. "In de week werk ik", zegt Zazulak. "In het weekend gaan we naar de binnenstad, of maken we een uitstapje naar de zee. We hebben geen auto, maar het lukt voorlopig prima met het openbaar vervoer."
De woonwijk in de Eikstraat ondervindt weinig hinder van het nooddorp. "Het gaat wel om veel mensen", zegt een buurtbewoner. "Dat is even wennen en het worden er nog meer. Ik maak me wel zorgen over de mobiliteit en ik vraag me af of er wel genoeg parkeerplaatsen zullen zijn. De Oekraïners zijn wel rustig, mijn buurman maakt vaak meer lawaai dan het hele nooddorp samen", lacht de man. "Alles loopt voorlopig goed, er waren inspraakmomenten en er is nauw overleg met de wijkregisseur", zegt Seynhaeve.
De Oekraïense vluchtelingen kunnen nog zeker tot maart volgend jaar in het nooddorp blijven. "Ze hebben een speciaal statuut, dat is Europees zo afgesproken. Als het verlengd wordt, dan kan het dorp langer blijven. Als dat niet gebeurt, moet het binnen de zes maanden weg ", zegt Seynhaeve. De stad heeft alleszins een overeenkomst met de eigenaar van het terrein voor enkele jaren.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen


