Nederland en Canada dagen Syrië voor het internationaal Gerechtshof in Den Haag, het hoogste gerechtelijk orgaan van de Verenigde Naties (VN). Ze beschuldigen het regime van president Bashar al-Assad van schendingen van het VN-verdrag tegen folteringen en andere wrede behandelingen, waaronder het gebruik van chemische wapens.
Nederland en Canada dagen Syrië voor Internationaal Gerechtshof in Den Haag wegens folteringen
“Syrische burgers zijn op grote schaal gemarteld, vermoord, verdwenen, aangevallen met gifgas of alles kwijtgeraakt toen zij vluchtten voor hun leven. Hier wordt al jaren veelvuldig over gerapporteerd door internationale organisaties", zegt de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra. Samen met Canada is Nederland naar het Internationaal Gerechtshof gestapt.
De twee landen beschuldigen het Syrische regime van talrijke schendingen van het internationale recht. Het gaat daarbij specifiek om het schenden van het VN-verdrag uit 1984 tegen folteren. Nederland en Canada zeggen dat er ruimschoots bewijs is dat Syrië zich op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan grove mensenrechtenschendingen tegen burgers.
"Deze verschrikkelijke daden mogen niet zonder consequenties blijven", zegt het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. "Het tegengaan van straffeloosheid is bovendien van belang om te kunnen komen tot een duurzame politieke oplossing voor het conflict in Syrië."
Nederland stelde het Syrische regime drie jaar geleden al formeel aansprakelijk voor mensenrechtenschendingen. Canada sloot zich in 2021 aan bij die procedure. Nederland zegt dat ruim twee jaar lang is geprobeerd om via onderhandelingen tot een schikking te komen met Syrië, maar dat de onderhandelingen niet tot een oplossing hebben geleid. Daarom zet het nu samen met Canada een volgende stap door naar het Internationaal Gerechtshof te trekken.
Die stap komt op een moment dat de Syrische president Bashar al-Assad op het internationale toneel steeds meer wordt gerehabiliteerd. Terwijl de oorlog na 12 jaar nog altijd voortduurt, normaliseren steeds meer landen de diplomatieke banden met Syrië. Vorige maand was Assad voor het eerst sinds het begin van de oorlog weer welkom op een top van de Arabische Liga.
Primeur voor België
De voorbije jaren waren er pogingen om binnen de schoot van de VN een tribunaal op te richten om oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen in Syrië te berechten. Maar die pogingen werden tegengehouden door Rusland, dat Assad mee in het zadel heeft gehouden.
Wel zijn er voor nationale rechtbanken in Europa al rechtszaken geweest tegen medewerkers van het Syrische regime. Zo werd begin vorig jaar in Duitsland een kolonel van de Syrische geheime dienst tot levenslang veroordeeld wegens misdaden tegen de menselijkheid. De rechtbank achtte de man schuldig aan de dood en marteling van gedetineerden in een beruchte gevangenis in de buurt van Damascus. De zaak werd gezien als een mijlpaal in de Syrische oorlog.
Het is overigens nog maar de tweede keer dat een zaak op grond van schendingen van het VN-anti-folterverdrag uit 1984 voor het Internationaal Gerechtshof wordt gebracht. De primeur was voor ons land. In 2009 diende België bij het hof een klacht in tegen het West-Afrikaanse land Senegal, omdat dat weigerde om de gewezen president van Tsjaad, Hissène Habré, te vervolgen voor misdaden tegen de menselijkheid en martelingen. Drie jaar later oordeelde het hof dat Senegal Habré onverwijld moest berechten. In 2016 werd hij uiteindelijk tot levenslang veroordeeld voor het folteren en vermoorden van 40.000 mensen.


