Bij een beroerte is het belangrijk om heel snel te reageren, want elke minuut telt. Je kan een beroerte herkennen aan de hand van de FAST-test. Het Rode Kruis legt uit hoe je de test uitvoert.
Zo herken je heel snel een beroerte: "Let op mond, armen en spraak"
Een beroerte is een verzamelnaam voor verschillende aandoeningen waarbij een gedeelte van de hersenen onvoldoende bloed en dus te weinig zuurstof krijgt. Daardoor sterft een deel van de hersenen af. Dat kan bijvoorbeeld door een hersentrombose of een hersenembolie.
De symptomen van een beroerte treden plots op en zijn afhankelijk van de plaats en de grootte van het deel van de hersenen dat wordt getroffen. Wanneer je vermoedt dat iemand een beroerte heeft, kan je dat aan de hand van de "FAST-test" checken.
1. Face
Vraag het slachtoffer om te lachen of om zijn of haar tanden te laten zien. Controleer of de mond van het slachtoffer scheeftrekt als hij de opdracht uitvoert en of er een mondhoek naar beneden hangt.
2. Arm
Vraag het slachtoffer om beide armen tegelijkertijd horizontaal voor zich uit te strekken en vraag daarna de handpalmen naar boven te draaien. Observeer goed of een arm wegzakt.
3. Speech
Kijk of er veranderingen zijn in het spreken. Spreekt het slachtoffer onduidelijk en/of kan hij of zij niet op bepaalde woorden komen?
4. Time
Probeer te weten te komen hoe lang de klachten al duren, namelijk wanneer de klachten begonnen zijn of wanneer hij of zij voor het laatst normaal gezien is.
Als het slachtoffer één of meerdere van de eerste drie opdrachten (Face, Arm of Speech) niet goed kan uitvoeren, kan dat wijzen op een beroerte. Handel snel en bel 112.
In afwachting van de ambulance kan je de eerste hulp verlenen:
Laat het slachtoffer rusten en geen inspanningen meer verrichten. Zorg dat hij zo rustig mogelijk blijft.
Help het slachtoffer om een comfortabele houding aan te nemen.
Als het slachtoffer scheef zit, ondersteun hem zodat hij niet kan vallen.
Geef het slachtoffer geen eten of drinken. De kans bestaat dat hij zich verslikt.
Blijf rustig tegen het slachtoffer praten. Houd er rekening mee dat hij zelf soms heel moeilijk of niet kan praten en angstig is. Geef hem voldoende tijd om te antwoorden.
Als het slachtoffer bewusteloos is, leg hem dan in stabiele zijligging. Controleer elke minuut het bewustzijn en de ademhaling van het slachtoffer.

